DOQ

Onlinetool voor astmaconsult biedt structuur en zorgadvies op maat

De AsthmaOptimiser is een onlinetool die praktijkondersteuners helpt om het astmaconsult te structureren en zorgadvies op maat te geven. Huisarts-onderzoeker Janwillem Kocks van het General Practitioners Research Institute (GPRI) in Groningen testte het hulpmiddel binnen het CAPTURE-praktijkproject. “Hiermee willen wij de astmazorg optimaliseren en meer grip krijgen op ongecontroleerd astma.”

In Nederland hebben ongeveer 600.000 mensen astma, van wie het merendeel wordt behandeld in de eerste lijn. Het doel van de behandeling is goede astmacontrole. “Maar of dat lukt, is van veel factoren afhankelijk”, geeft Janwillem Kocks aan. “Denk aan medicatiegebruik, inhalatietechniek, therapietrouw en eventuele comorbiditeit. Deze en andere zaken maken het astmaconsult bij de praktijkondersteuner vrij complex, waardoor het lastig is om gerichte behandel- en verwijsadviezen te geven. Hierin ondersteunt de AsthmaOptimiser.”

“Het mooie is dat het advies direct wordt gekoppeld aan het huisartsinformatiesysteem”

Huisarts-onderzoeker Janwillem Kocks

Overgewaaid

Het idee van de AsthmaOptimiser is overgewaaid uit Engeland. Daar zag longarts David Jackson, een internationaal gerenommeerd expert op het gebied van ernstig astma, dat patiënten met astma pas in een laat stadium van hun ziekte bij hem kwamen en dat zij dikwijls stootkuren corticosteroïden kregen. Om ervoor te zorgen dat patiënten eerder naar hem werden verwezen, ontwikkelde Jackson een onlinetool, genaamd ReferID+. “Een prachtig hulpmiddel bezien door de bril van een longarts uit een tertiair ziekenhuis in Engeland”, erkent Kocks, “maar minder geschikt voor de Nederlandse huisartsenpraktijk. Bovendien zagen wij meer mogelijkheden dan alleen sneller doorverwijzen, waaronder het geven van adviezen over de behandeling, inhalatietechniek en therapietrouw. Daarom hebben we de tool aangepast en verbeterd.”

AsthmaOptimiser

De AsthmaOptimiser is geregistreerd als een medisch hulpmiddel uit klasse IIa en bestaat uit een online vragenlijst1, die de praktijkondersteuner samen met de patiënt invult tijdens het astmaconsult. Dat duurt ongeveer tien minuten, schat Kocks. “De vragen gaan onder andere over stootkuren, ziekenhuisbezoeken, symptomen, astmamedicatie en therapietrouw. Vervolgens krijgt de patiënt een instructievideo te zien van de inhalator die hij of zij gebruikt, via een koppeling met de zorgatlas ‘Inhalatie-instructies’.2 Tot slot wordt gevraagd naar bijkomende aandoeningen, uitlokkende factoren en de uitslag van de longfunctietest.”

Zodra de vragenlijst is ingevuld, krijgt de praktijkondersteuner zorgadvies op maat, gebaseerd op de meest recente GINA-richtlijnen. Voorbeelden van dergelijke adviezen zijn: ‘bespreek de therapietrouw’, ‘overweeg verlaging van de dosis inhalatiecorticosteroïd’ of ‘overweeg verwijzing naar een medisch specialist’. “Het mooie is dat het advies, net als alle andere informatie uit de vragenlijst, direct wordt gekoppeld aan het huisartsinformatiesysteem”, legt Kocks enthousiast uit. “En dat niet alleen: de praktijkondersteuner kan automatisch een verwijsbrief voor de longarts genereren als dat nodig is.”

“Opvallend was dat de praktijkondersteuners eerst zelf met de medicatieadviezen aan de slag gingen”

CAPTURE

Om in kaart te brengen wat de AsthmaOptimiser oplevert aan adviezen en hoe praktijkondersteuners het gebruik van de onlinetool ervaren, voerden Kocks en collega-onderzoekers het CAPTURE-praktijkproject uit.3 Praktijkondersteuners uit 34 verschillende huisartspraktijken pasten de onlinetool toe bij 220 patiënten, van wie maar liefst 88 patiënten (60%) ongecontroleerd astma hadden. In deze groep was het advies bij 32 patiënten om de therapietrouw te bespreken, bij eveneens 32 patiënten om het inhalatiecorticosteroïd te verhogen en bij 45 patiënten om door te verwijzen naar een medisch specialist. “De twee belangrijkste redenen voor een verwijzing waren een lage therapietrouw en een toename van klachten op het werk”, licht Kocks toe. “Opvallend was dat het merendeel van de patiënten niet meteen werd doorverwezen, maar dat de praktijkondersteuners eerst zelf met de medicatieadviezen aan de slag gingen.” ‘Bespreek de therapietrouw’ en ‘overweeg verlaging van de dosis inhalatiecorticosteroïd’ waren de meest gehoorde adviezen voor patiënten bij wie het astma wél onder controle was. Uit een longitudinale vervolgstudie zal moeten blijken of de adviezen van de AsthmaOptimiser ook daadwerkelijk leiden tot een betere astmacontrole.

“Naast de AsthmaOptimiser hebben we ook de COPD Optimiser ontwikkeld”

Verbeterpunten

In een-op-eengesprekken met de onderzoekers gaven de praktijkondersteuners aan dat de AsthmaOptimiser makkelijk te gebruiken was, maar ook dat het invullen van de vragenlijst de nodige tijd kostte. Vaak genoemde verbeterpunten waren de mogelijkheid om vrije tekst in te voeren en om tussen de onderdelen van de vragenlijst te kunnen schakelen, in plaats van deze in een vaste volgorde te moeten doorlopen. “Inmiddels is deze feedback verwerkt in een geüpdatete versie van de tool”, aldus Kocks.

Passende longzorg

Wat Kocks betreft blijft het niet bij beslissingsondersteuning voor alleen astma. “Naast de AsthmaOptimiser hebben we ook de COPD Optimiser ontwikkeld. Achter de schermen werken we hard aan een ‘optimiser’ voor allergische rinitis. Hiermee willen we de longzorg in de eerste lijn passend maken. Dit is een belangrijk actueel thema. Het jaarcongres van de COPD & Astma Huisartsen Advies Groep (CAHAG) stond onlangs geheel in het teken van passende longzorg.”

Referenties:
1. De AsthmaOptimiser.
2. Zorgatlas ‘Inhalatie-instructies’, Stichting Inhalatie Medicatie Instructie School (IMIS).
3. Leving MT, Gerritsma YH, Jackson DJ, et al. Asthma control and opportunities to optimize management and the healthcare provider experience using the AsthmaOptimiser online tool in Dutch general practice: the CAPTURE study. NPJ Prim Care Respir Med. 2025;35:23.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?