DOQ

Op weg naar geperso­naliseerde pijnstilling na long­chirurgie

De huidige standaard voor postoperatieve pijnbestrijding na een longoperatie is thoracale epidurale analgesie. Deze ruggenprik kent echter bijwerkingen, zoals blaasdisfunctie, hypotensie en spierzwakte van de benen. In de OPtriAL-studie onderzochten arts in opleiding tot chirurg Louisa Spaans en haar collega’s hoe locoregionale zenuwblokkades zich verhouden tot de ruggenprik bij patiënten die thoracoscopische longchirurgie ondergaan. “Dit was de eerste grote gerandomiseerde studie waarin verschillende technieken voor postoperatieve pijnstilling zijn vergeleken.”

Een ruggenprik heeft een sterk analgetisch effect, maar mogelijk weegt dit voordeel niet op tegen de nadelen. Patiënten zijn namelijk minder snel mobiel na de operatie en herstellen mogelijk langzamer. “Vanwege alle slangen blijven patiënten in bed liggen, terwijl we weten dat het na longchirurgie heel belangrijk is dat ze dezelfde dag gaan mobiliseren”, vertelt Spaans. “Ook zijn bijna alle longoperaties tegenwoordig kijkoperaties. De ruggenprik is vanuit het verleden meegenomen, maar het is de vraag of die voor iedere patiënt nodig is.”

“Ik denk dat we steeds meer richting gepersonaliseerde pijnbestrijding gaan”

Arts in opleiding tot chirurg Louisa Spaans

Training in techniek

Andere veelgebruikte, maar minder invasieve pijnbestrijdingstechnieken zijn een continu paravertebraal blok en een eenmalig intercostaal blok. In de OPtriAL-studie werden deze locoregionale technieken vergeleken met de ruggenprik, met als uiteindelijk doel het herstel van patiënten na de operatie te bevorderen. Deze pragmatische studie had een ‘open label’, omdat blindering voor de gebruikte pijnstillingstechniek niet mogelijk was. De onderzoekers randomiseerden 450 opeenvolgende patiënten tussen een ruggenprik, continu paravertebraal blok of eenmalig intercostaal blok in een verhouding van 1:1:1. Spaans legt uit dat de randomisatie werd gestratificeerd per ziekenhuis, omdat klinieken vaak hun eigen protocollen hanteren voor de longoperatie en de postoperatieve pijnstilling.

In totaal namen elf ziekenhuizen in Nederland en België deel aan de studie. “De anesthesioloog zette de ruggenprik vóór de operatie, terwijl de chirurg zelf de locoregionale zenuwblokkade onder zicht tijdens de operatie plaatste”, licht Spaans toe. Uit een inventarisatie voorafgaand aan de studie bleek dat het paravertebraal blok het minst vaak werd gebruikt in Nederland. Daarom trainde Spaans samen met longchirurg Frank van den Broek van het Máxima MC in Veldhoven de deelnemende chirurgen eerst in het gebruik hiervan.

Training van chirurgen in plaatsing paravertebraal blok tijdens thoracoscopische longchirurgie

Pijn versus herstel

De studie had twee primaire uitkomstmaten: postoperatieve pijn en kwaliteit van herstel. Pijn werd gemeten met de numerieke pijnschaal, waarbij de score varieert van 0-10. De kwaliteit van herstel was een objectiever en op de patiënt gericht eindpunt, waarbij naar meerdere domeinen van herstel werd gekeken. Daarvoor vulden de patiënten een gevalideerde vragenlijst in, de Quality of Recovery-15 (QoR-15). Die bevat vijftien vragen over onder meer voeding, mentaal welbevinden, de mate van zelfstandigheid en ook pijnbeleving.

Voor de uitkomstmaat pijn werd onderzocht of de nieuwe technieken niet-inferieur waren aan de standaard (thoracale epidurale analgesie). Dat was inderdaad het geval voor het eenmalig intercostaal blok, maar niet voor het continu paravertebraal blok. In de groep die was behandeld met deze laatste techniek hadden meer patiënten een pijnscore ≥4 dan in de groep die een ruggenprik had gekregen. Voor de kwaliteit van herstel werd het superioriteitsbeginsel gehanteerd, maar de gemiddelde scores voor deze uitkomstmaat waren vergelijkbaar in de drie behandelgroepen. “Pijn is een onderdeel van de QoR-15 en misschien heeft dit het effect van de locoregionale technieken op de kwaliteit van herstel gemaskeerd”, denkt Spaans. Wel verminderde zowel het intercostaal als het paravertebraal blok het gebruik van opioïden vergeleken met de ruggenprik en verbeterden beide technieken de mobiliteit.

“Dit betekent niet dat de ruggenprik nooit meer gebruikt moet worden”

Meegaan met de tijd

Op basis van de studiebevindingen heeft het eenmalig intercostaal blok de voorkeur, zegt Spaans. “Patiënten en specialisten hebben nu hard bewijs in handen om samen te kunnen beslissen over de verschillende mogelijkheden voor postoperatieve pijnbestrijding. Maar dit betekent niet dat de ruggenprik nooit meer gebruikt moet worden. Voor sommige patiënten kan dit een betere optie zijn.”

Spaans voerde de OPtriAL-studie uit als promovendus in het Máxima MC en Amsterdam UMC. Ze is nu werkzaam in het Zuyderland MC in Heerlen en Sittard-Geleen, maar blijft betrokken bij de implementatie van de resultaten van de studie. Het streven is te komen tot gestandaardiseerde protocollen voor alle ziekenhuizen die longoperaties doen. Ook zijn goede informatievoorziening aan de patiënt en gezamenlijke besluitvorming van belang. “Artsen moeten meegaan met de tijd en niet blijven hangen in tradities“, vindt Spaas. “Voorheen bepaalde de ervaring van de chirurg of anesthesioloog de pijnstillingstechniek, maar ik denk dat we steeds meer richting gepersonaliseerde pijnbestrijding gaan. Het gaat erom te kijken naar hoe we de zorg kunnen optimaliseren.”

Referentie: Spaans LN, et al. Intercostal or Paravertebral Block vs Thoracic Epidural in Lung Surgery: A Randomized Noninferiority Trial. JAMA Surg. 2025;160:855-64.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Duurzame leefstijl­verbete­ring: ‘Begin met kleine stappen’

Waarom lukt het ons vaak niet om gezonder te leven, zelfs als we weten wat goed voor ons is? En hoe voorkomen we dat goede voornemens voortijdig stranden? In zijn boek laat psychiater Rogier Hoenders zien hoe zorgverleners hun patiënten én zichzelf op het juiste spoor kunnen zetten.

Een tweede leven voor niet-gebruikte geneesmiddelen

Jaarlijks wordt voor zeker 100 miljoen euro aan ongebruikte medicatie vernietigd. Doodzonde, vindt apotheker Bart van den Bemt. Zijn studies droegen bij aan een wijziging van de Europese wetgeving, waardoor heruitgifte onder voorwaarden mogelijk wordt.

Casus: therapie­resistente hyper­tensie na de bevalling

Een 35-jarige vrouw bezoekt zes weken postpartum de HAP vanwege hoofdpijn en een zelfgemeten bovendruk >200 mmHg. Tijdens de zwangerschap heeft zij ook hypertensie gehad, die ondanks behandeling aanbleef. Wat is uw diagnose?

Holistische benadering in de cardiologie wenselijk

Diagnostiek roept bij patiënten met hartklachten vaak negatieve emoties op. Tom Roovers deed promotieonderzoek naar het nut van mentale ondersteuning en de rol van het autonome zenuwstelsel. Zijn proefschrift is een pleidooi voor een holistische benadering in de cardiologie.

Casus: oude vrouw met gepig­men­teerde huid­afwij­king op de boven­arm

Een 79-jarige vrouw bezoekt de dermatoloog voor beoordeling van een gepigmenteerde huidafwijking op de linker bovenarm. In de kinderjaren is zij ernstig door de zon verbrand. Haar moeder kreeg op 89-jarige leeftijd een melanoom. Wat is uw diagnose?

Het belang van goede ethiek­onder­steuning bij morele twijfels over eutha­nasie­verzoeken

Medisch ethici kunnen artsen helpen om morele stress te verlichten en hen ondersteunen bij een zorgvuldige afweging van complexe euthanasieverzoeken. Soms missen zij echter de competenties om die rol goed in te vullen, stelt medisch ethicus Suzanne Metselaar van Amsterdam UMC.

DRUP-studie laat zien wat off-label doelgerichte thera­pie kan opleveren

Voor patiënten met uitgezaaide kanker zonder reguliere behandelopties kan een specifieke DNA-afwijking soms toch nieuwe kansen bieden, vertelt Karlijn Verkerk. “We hebben inmiddels gezien dat off-labelgebruik echt tot veranderingen in de klinische praktijk kan leiden.”

‘Artsen denken al snel dat een vrouw zich aanstelt’

Monique Steegers ziet dat pijnklachten van vrouwen nog te vaak worden weggewuifd of verkeerd geïnterpreteerd door artsen. Volgens haar leidt dat niet alleen tot vertraagde diagnoses, maar ook tot meer chronische pijn en onnodig leed. “We móeten dit veranderen.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”