Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Ouderen met hiv gebaat bij integrale zorg
Steeds meer mensen met hiv hebben dankzij effectieve therapie een langere levensverwachting. Dat vraagt geriatrische zorg voor deze oudere patiëntengroep, vanwege bijvoorbeeld kwetsbaarheid, vallen of cognitieve achteruitgang. Ziekenhuisapotheker David Burger en klinisch geriater David Jansen (beiden ook klinisch farmacoloog) hebben in het Radboudumc een pilotstudie gedaan waarin hiv-behandelaren, apothekers en geriaters samenwerken in een holistische zorgaanpak.
David Burger is al lange tijd betrokken bij de zorg voor hiv-patiënten. Die zorg is tot nu toe vooral gericht op hiv-medicatie, vertelt hij. “Maar oudere patiënten hebben ook medicatie nodig vanwege comorbiditeit door de toenemende leeftijd. Vragen over bijvoorbeeld cardiovasculair risicomanagement of de kans op osteoporose kregen binnen de hiv-zorg aanvankelijk minder aandacht. Terwijl een geriater wel veel bezig is met dat soort vragen. We wilden daarom de hiv-zorg en de geriatrische zorg bij elkaar brengen. In de VS gebeurt dat al zo’n tien jaar, met aparte multidisciplinaire poli’s voor hiv-patiënten vanaf 50 jaar.

“Net zoals we in de geriatrie doen, hebben we breder gekeken naar de patiënt”
Klinisch geriater en klinisch farmacoloog David Jansen
Multidisciplinair overleg
Voor de pilotstudie werden tien mensen met hiv geselecteerd die geriatrische aandacht nodig hadden, bijvoorbeeld vanwege polyfarmacie, cognitieve achteruitgang of risico op vallen. Die deelnemers zijn in een multidisciplinair overleg besproken, met onder anderen verpleegkundig specialisten, hiv-behandelaren en apothekers. David Jansen vertelt daarover: “We hebben eerst alle medicatie bekeken per patiënt: krijgt die de juiste medicijnen en is dit de beste behandeling voor deze patiënt? Maar net zoals we in de geriatrie doen, hebben we breder gekeken naar de patiënt: wat voor mens is dit, hoe is de kwaliteit van leven, waarmee kunnen we deze persoon helpen en welke zorgverlener moet dat doen? Voor het beantwoorden van dit soort vragen hebben we nauw samengewerkt met verpleegkundig specialisten. Zij hebben intensief contact met de patiënten en zijn goed op de hoogte van hun context, die veel verder gaat dan alleen hun ziekte. Door alle informatie te bundelen willen we integrale zorg vormgeven.”
Snellere veroudering
Zulke integrale zorg is nodig omdat het hebben van hiv kan zorgen voor snellere veroudering van bloedvaten. Dat kan beschadiging geven in de hersenen en leiden tot onder andere vasculaire dementie. Verschijnselen van deze vervroegde veroudering, waaronder ook hartziekten en maligniteiten, komen bij mensen met hiv gemiddeld vijf tot tien jaar eerder voor dan bij leeftijdsgenoten zonder hiv.
Burger vertelt dat de gezamenlijk aanpak mede daarom veel meerwaarde heeft. “Veel hiv-patiënten zijn al langere tijd onder behandeling. Maar omdat het vaak vooral draait om de hiv-medicatie en de tijd voor een policonsult beperkt is, kan het gebeuren dat een hiv-behandelaar onbewust minder oog heeft voor bijvoorbeeld cognitieve achteruitgang. Bij een van de deelnemende patiënten zagen we in de status dat de partner al eerder had aangegeven dat de cognitie van de patiënt minder werd. Maar daarmee was destijds niets gedaan. In onze pilot is deze patiënt doorverwezen naar de geriater. Dat was anders wellicht niet gebeurd.”

“We zagen in de pilot een aantal medicijninteracties die we blijkbaar gemist hadden”
Ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog David Burger
Ongewenste interactie
In de pilotstudie was ook het analyseren van de medicatie zinvol: er bleek veel ongewenste interactie te zijn tussen verschillende medicijnen. Een behandelaar krijgt bij het eerste gebruik van een medicijncombinatie een melding van een interactie, maar kan de relevantie op dat moment mogelijk nog niet goed beoordelen. Dat geldt ook voor de apotheker die aflevert, aldus Burger. “Bij het volgende recept is men mogelijk minder alert. Want dan wordt de combinatie en de interactie als bekend verondersteld. Zo kan het gebeuren dat relevante interacties, ondanks terugkerende signalen, pas echt boven water komen als we multidisciplinair het medicatiegebruik analyseren. We zagen in de pilot een aantal interacties die we blijkbaar gemist hadden, zoals niet werkzame middelen bij vergrote prostaat.”
“Geriatrie is bij uitstek geschikt om met hiv-behandelaars breed mee te kijken naar de patiënt en adviezen te geven”
Grote winst
Jansen vindt het vooral een pluspunt dat er nu samenwerking is tussen hiv-behandelaars en geriaters. Ook bij hiv-behandelaars groeit het bewustzijn over co-morbiditeit bij oudere hiv-patiënten. “Als geriaters willen we daar graag bij helpen. Het is grote winst dat disciplines elkaar hebben gevonden. Zelf zie ik nog niet veel oudere mensen met hiv, maar ik ben me nu wel meer bewust van die populatie. Ik zal de komende jaren meer van deze mensen gaan zien. Het is goed om voor hen een holistische aanpak te ontwikkelen. Geriatrie is bij uitstek geschikt om met hiv-behandelaars breed mee te kijken naar de patiënt en adviezen te geven.”
Op initiatief van Burger zijn de resultaten van de pilot afgelopen februari besproken op een multidisciplinair symposium tijdens de Geriatriedagen in ’s-Hertogenbosch. De komende tijd zal de opzet van de pilot op grotere schaal worden toegepast in het hiv-behandelcentrum van het OLVG in Amsterdam. “Zij gaan meer gestructureerde en uitgebreidere metingen doen bij patiënten. Het is mooi dat hiv-behandelaars en internisten ouderengeneeskunde ook daar samenwerken. De resultaten en ervaringen kunnen we hopelijk over twee jaar bespreken op de Geriatriedagen.”


