Parkinson in het verpleeghuis: ‘Wél de diagnose maar niet de ziekte, én andersom’

mm
Gerben Stolk
Redactioneel,
18 december 2017

Veel Parkinsonpatiënten in het verpleeghuis krijgen te lage doses medicatie. Dat blijkt uit promotieonderzoek van neuroloog Nico Weerkamp. “De geneesmiddelen zijn er, dus verpleeghuisartsen kunnen op een vrij eenvoudige manier helpen de levenskwaliteit van deze mensen te verbeteren.”

Weinig neurologen zullen zó veel verpleeghuizen hebben bezocht als Nico Weerkamp, neuroloog van Haaglanden Bronovo MC (HMC) in Den Haag in 2012. Hij deed dat in het kader van zijn promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Collega-onderzoekers uit de groep van hoogleraar neurologische bewegingsstoornissen Bas Bloem hielpen hem mee data te verzamelen voor zijn proefschrift. “In honderd verpleeghuizen in Limburg, Zuidoost-Brabant en de regio Nijmegen hebben we gekeken naar mensen met symptomen van Parkinson”, vertelt hij.

Ten onrechte

De belangrijkste conclusies? Dat de ziekte vaak ten onrechte is gediagnosticeerd óf juist over het hoofd wordt gezien. En ook dat bij Parkinsonpatiënten de medicatiedoses dikwijls te laag zijn. Dit geldt voor zowel middelen tegen traagheid en stijfheid als medicijnen tegen niet-motorische verschijnselen.

Verkeerde diagnoses

Weerkamp concretiseert: “We zijn begonnen met 250 verpleeghuisbewoners die te boek stonden als Parkinsonpatiënt of bij wie een vermoeden van de ziekte bestond. Met een anamnese achterhaalden we of hun klachten pasten bij Parkinson. Daarna ondergingen de deelnemers een lichamelijk onderzoek. Hieruit is over-diagnostiek aan het licht gekomen: een vijfde van de mensen met de diagnose ‘Parkinson’ bleek de ziekte niet te hebben. Het tegenovergestelde kwam ook voor: wél Parkinson, maar niet de diagnose. Of iemand werd behandeld aan een ziektebeeld, zoals een loopstoornis, terwijl de verpleeghuisarts niet in de gaten had dat het een symptoom was van Parkinson.”

Raadpleeg een neuroloog!

Het advies van Weerkamp aan verpleeghuisartsen: “Als je een patiënt krijgt aangeboden met de diagnose ‘Parkinson’, controleer dan goed of dit werkelijk het geval is. Aarzel ook niet een neuroloog te raadplegen die is gespecialiseerd in patiënten met een bewegingsstoornis.”

Van de 250 verpleeghuisbewoners bleken er 160 Parkinson te hebben. 75 waren geestelijk in staat samen met de onderzoekers klinimetrische vragenlijsten door te nemen. Dit wierp onder meer licht op hun motorische en niet-motorische conditie. Weerkamp: “Bijna de helft van deze 75 deelnemers had ernstige last van traagheid en stijfheid. Zoiets is vaak onnodig. Met levodopa zijn deze motorische symptomen vrij goed te beheersen. Het is dan wel zaak een dosering voor te schrijven die hoog genoeg is. Bij deze patiënten was sprake van onder-behandeling.”

Onnodige wanen en hallucinaties

Traagheid en stijfheid mogen hinderlijk zijn, maar Parkinsonpatiënten ondervinden doorgaans nóg meer klachten vanwege niet-motorische symptomen. Weerkamp: “Hun levenskwaliteit wordt ernstig beïnvloed door bijvoorbeeld wanen, hallucinaties, geheugenstoornissen en plas- of ontlastingsproblemen. Het was dan ook pijnlijk te concluderen dat de 75 geïnterviewde deelnemers gemiddeld tien niet-motorische verschijnselen hadden. Ook hier is de boodschap aan de verpleeghuisarts: er is medicatie voorhanden om klachten te voorkomen of de situatie te verbeteren.”

Behandelrichtlijnen

Weerkamp verdedigde afgelopen najaar zijn proefschrift. In de maanden erna hebben veel verpleeghuisartsen zich aangesloten bij ParkinsonNet, een landelijk netwerk van zorgverleners die zijn gespecialiseerd in behandeling en begeleiding van Parkinsonpatiënten. Weerkamp: “Al 200 verpleeghuisartsen én hun bewoners doen er hun voordeel mee. Ik hoop dat er meer volgen. Je neemt bijvoorbeeld kennis van de behandelrichtlijnen.”

 

, , , , , , , ,
Deel dit artikel