DOQ

Patiënten met ziekte van Bowen geven voorkeur aan chirur­gische excisie

Crème met 5-fluoro-uracil doet bij de ziekte van Bowen niet onder voor chirurgische excisie, maar geeft wel een beter cosmetisch resultaat. Toch geven patiënten de voorkeur aan het wegsnijden van de huidafwijking, concludeert arts-onderzoeker Shima Ahmady van het Maastricht UMC+. “Het is belangrijk dat artsen zich realiseren dat voorkeuren van de patiënt niet altijd overeenkomen met die van henzelf.”

De ziekte van Bowen is een vroege, oppervlakkige vorm van huidkanker die zich kenmerkt door een of meerdere rode, schilferige plekken die langzaam groter worden. De plekken komen met name voor op lichaamsdelen die veel aan zonlicht worden blootgesteld, zoals het gezicht, de armen en de benen. Om te voorkomen dat een plek uitgroeit tot een plaveiselcelcarcinoom, wordt deze vrijwel altijd behandeld. “Dat kan op verschillende manieren”, vertelt Ahmady. “Huisartsen kiezen vaak voor cryotherapie, terwijl dermatologen eerder neigen naar chirurgische excisie, crème met 5-fluoro-uracil (5-FU) of fotodynamische therapie (PDT). Andere opties zijn curettage, coagulatie en offlabelgebruik van imiquimodcrème.”

“Op basis van onze bevindingen heeft behandeling met 5-FU-crème onze voorkeur”

Arts-onderzoeker Shima Ahmady

Behandelkeuze

De keuze voor een behandeling hangt onder meer af van de grootte en de lokalisatie van de huidafwijking(en) en van de persoonlijke voorkeuren van de behandelaar en de patiënt. “Chirurgische excisie bijvoorbeeld wordt vaak toegepast bij kleine, solitaire laesies”, zegt Ahmady. “Meestal is de plek dan in één keer weg, maar de operatie geeft een relatief groot litteken, omdat een excisiemarge van 5 mm wordt aangehouden. Chirurgische excisie is dus minder geschikt voor een plek in het gelaat of een plek die traag geneest, zoals aan de onderbenen. Voor deze plekken kun je beter een niet-invasieve behandeling overwegen, waaronder 5-FU-crème of PDT. Daarmee kun je tevens meerdere plekken tegelijk behandelen. Een nadeel is dan weer dat deze behandelingen aanzienlijk langer duren.”

Klinische trial

Ondanks de verschillen in duur, effectiviteit, cosmetisch resultaat, bijwerkingen en kosten, zijn er geen richtlijnen voor de behandeling van de ziekte van Bowen door een gebrek aan bewijs van hoge kwaliteit. Daarom verrichtten Ahmady en collega-onderzoekers een klinische trial, waarin zij 250 patiënten randomiseerden tussen chirurgische excisie (met een marge van 5 mm), behandeling met 5-FU-crème (tweemaal daags smeren gedurende 4 weken) of PDT (twee sessies met een tussenpoos van één week). “Chirurgische excisie resulteerde in het hoogste percentage patiënten zonder recidief na 12 maanden (97,4%), gevolgd door 5-FU-crème (85,7%) en PDT (82,1%). Statistisch gezien deed 5-FU-crème, in tegenstelling tot PDT, echter niet onder voor chirurgie. Bovendien gaf 5-FU-crème vaker een goed of uitstekend cosmetisch resultaat dan chirurgische excisie. Op basis van deze bevindingen heeft behandeling met 5-FU-crème onze voorkeur.”

“Een chirurgische excisie duurt slechts 30-45 minuten, terwijl PDT twee halve dagen in beslag neemt”

Keuze-experiment

Om inzicht te krijgen in hoeverre de resultaten van de klinische trial aansluiten bij de behandelvoorkeuren van patiënten en welke factoren deze voorkeuren bepalen, voerden de onderzoekers drie maanden na de behandeling een keuze-experiment uit onder 215 van de 250 patiënten. Hieruit bleek dat chirurgische excisie duidelijk de voorkeur heeft boven 5-FU-crème en PDT. “Bij 57% van de keuzetaken gaven patiënten de voorkeur aan chirurgie en bij respectievelijk 26 en 17% van de keuzetaken verkozen zij 5-FU-crème of PDT”, licht Ahmady toe. De voorkeuren van patiënten hingen vooral af van de effectiviteit, het cosmetisch resultaat en de bijwerkingen van de behandelingen. Mogelijk spelen ook andere factoren een rol, zoals de behandelduur en goede ervaringen met de behandeling in de klinische trial. Ahmady: “Een chirurgische excisie duurt slechts 30-45 minuten, terwijl PDT twee halve dagen in beslag neemt, en behandeling met 5-FU-crème zelfs vier weken. Maar liefst 46% van de patiënten bij wie de plek was weggesneden, koos telkens voor deze behandeling, ongeacht de alternatieven. Voor 5-FU-crème en PDT lagen die percentages veel lager.”

“Het is belangrijk te achterhalen aan welke aspecten van de behandeling de patiënt waarde hecht”

Gezamenlijke besluitvorming

Volgens Ahmady is het belangrijk dat artsen zich realiseren dat behandelvoorkeuren van patiënten kunnen variëren en dat de voorkeuren van patiënten niet altijd overeenkomen met die van henzelf. “Neem de behandeling met 5-FU-crème, die vereist een hoge mate van therapietrouw. Patiënten moeten immers vier weken lang tweemaal daags een crème smeren. Toch laat onze studie zien dat ongeveer een kwart van de patiënten deze behandeling verkiest boven chirurgische excisie en PDT. In het kader van gezamenlijke besluitvorming is het dus van belang dat artsen niet alleen uitleg geven over de ziekte van Bowen en de behandelopties, maar ook dat zij achterhalen aan welke aspecten van de behandeling de patiënt waarde hecht. Op die manier kunnen arts en patiënt samen een weloverwogen beslissing nemen.”

Referentie:

  1. Ahmady S, Nelemans PJ, Kelleners-Smeets NWJ, et al. Surgical excision versus topical 5% 5-fluorouracil and photodynamic therapy in treatment of Bowen’s disease: a multicenter randomized controlled trial. J Am Acad Dermatol. 2024;90:58-65.
  2. Ahmady S, Mosterd K, Jansen MHE, et al. Patient preferences for the treatment of Bowen disease. Br J Dermatol. 2025;192:653-9.
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”