DOQ

Plantaardig dieet verlaagt ziekte­activiteit bij reuma­toïde artritis

Door over te stappen op een plantaardig dieet kunnen mensen met reumatoïde artritis de activiteit van hun ziekte significant verminderen. Dit blijkt uit de eerste resultaten van de Plants for Joints studie die onlangs is uitgevoerd. Reumatoloog Dirkjan van Schaardenburg, hoogleraar aan het Amsterdam UMC en Reade, licht de bevindingen toe.

“Leefstijlfactoren als weinig bewegen, roken, veel stress en vooral ongezonde voeding verhogen de kans op reumatoïde artritis”, steekt Van Schaardenburg van wal. “De gemene deler in deze leefstijlfactoren is dat ze in het lichaam een chronische laaggradige ontsteking veroorzaken. En van dergelijke chronische laaggradige ontstekingen weten we dat ze betrokken zijn bij diverse chronische aandoeningen. Bijvoorbeeld diabetes, atherosclerose, maar ook reumatoïde artritis en artrose.”

“Plantaardige voeding stimuleert de groei van darmbacteriën die korteketenvetzuren uitscheiden; deze staan bekend om hun anti-inflammatoire werking”

Reumatoloog en hoogleraar Dirkjan van Schaardenburg

Microbioom

Het ligt daarom voor de hand bij de behandeling van reumatoïde artritis ook te kijken naar de leefstijl van de patiënt. Van Schaardenburg: “Tot nu toe beperkt zich dat meestal tot adviezen aan de patiënt om niet te roken en meer te gaan bewegen. In de jaren ‘90 zijn echter in een aantal studies, voornamelijk uitgevoerd in Scandinavische landen, aanwijzingen gevonden dat het overschakelen op plantaardige voeding bij mensen met reumatoïde artritis kan leiden tot minder ziekteactiviteit. Met onze huidige kennis over de rol van het darmmicrobioom bij het ontstaan van chronische inflammatie verklaren we dit effect voor een deel vanuit de veranderingen die het plantaardige dieet in de samenstelling van het microbioom in de darm veroorzaakt. Plantaardige voeding stimuleert onder andere de groei van darmbacteriën die korteketenvetzuren uitscheiden. Deze vetzuren staan bekend om hun anti-inflammatoire werking in het lichaam.”

Gecombineerde interventie

Op basis hiervan besloten Van Schaardenburg en zijn collega’s de leefstijladviezen aan mensen met reumatoïde artritis uit te breiden. Niet alleen méér bewegen, ook andere voeding en verminderen van de stress. Dit leidden tot de Plants for Joints studie, een gecombineerde leefstijlinterventie bij reumatoïde artritis. “Deelnemers werden aangespoord meer te gaan bewegen, ze kregen voorlichting over stress en over oefeningen die stress kunnen verminderen, én ze stapten over op een plantaardig dieet. Bij dat laatste werden de deelnemers ondersteund door diëtisten tijdens voorlichtingsbijeenkomsten en in kookworkshops.”

Doorgaan

Uiteindelijk zijn er 80 mensen met reumatoïde artritis in de studie geïncludeerd. “Het eerste deel van de studie duurde in totaal 16 weken. Bijna alle deelnemers lukte het om het plantaardige dieet vol te houden, de een wat gemakkelijker dan de ander. Bovendien gaven de meesten aan hiermee na die 16 weken grotendeels mee door te willen gaan. Zij worden nu nog gedurende twee jaar lang gevolgd. In die periode is de ondersteuning overigens veel minder intensief. De deelnemers ontvangen nog met enige regelmaat een nieuwsbrief, we organiseren een paar keer in het jaar een webinar voor hen en we sporen hen tijdens de normale controles in het ziekenhuis aan door te gaan met meer bewegen, minder stress en het plantaardige dieet.”

“We zagen dat de ziekteactiviteit, gemeten met de DAS28, gemiddeld daalde met bijna 1 punt”

Afname DAS28

De eerste resultaten uit de Plants for Joints studie – die nog gepubliceerd moeten worden – stemmen hoopvol, zegt Van Schaardenburg. “We zagen dat de ziekteactiviteit, gemeten met de DAS28, gemiddeld daalde met bijna 1 punt. Dat is bij deze patiëntenpopulatie – die bij aanvang van de studies een DAS28 tussen de 2,6 en 5,1 had – een klinisch significante afname. Overigens werd tijdens de 16 weken van deze fase van de studie de medicatie van de deelnemers zo min mogelijk veranderd. Dit om de invloed van het dieet op de DAS28 zo zuiver mogelijk te bepalen. In de 2 jaar vervolgfase van de studie zal de medicatie, net als altijd bij reumatoïde artritis, worden aangepast op basis van de DAS28.”

“Na 16 weken was de gemiddelde BMI gedaald van 27 naar 25,5”

4 kg afgevallen

Behalve tot een lagere gemiddelde ziekteactiviteit, leidde de leefstijlinterventie ook tot een afname van het lichaamsgewicht met gemiddeld 4 kg. Van Schaardenburg: “Hun gemiddelde BMI bij aanvang van de studie was 27. Dan tikt 4 kg lichaamsgewicht minder, waarvan 3,5 kg vet, toch flink aan: na 16 weken was de gemiddelde BMI nog maar 25,5.” De effecten van de twee andere componenten van de interventie – meer bewegen, minder stress – waren minder groot, stelt Van Schaardenburg. “De gemiddelde hoeveelheid beweging was na 16 weken iets toegenomen. Waarbij ik moet zeggen dat die bij aanvang van de studie al op een redelijk niveau was. Hetzelfde geldt voor het stressmanagement. De hoeveelheid ervaren stress daalde amper, maar was bij aanvang van de studie al laag. ”

“We gaan in gesprek met zorgverzekeraars over hoe we kunnen bereiken dat deze leefstijlmodule beschikbaar komt voor patiënten met reumatoïde artritis”

Beschikbaar stellen leefstijlmodule

Volgens Van Schaardenburg onderbouwen deze uitkomsten dat overstappen op plantaardige voeding een effectieve optie is bij reumatoïde artritis. “Aanvullende analyses zullen ons meer inzicht geven in de onderliggende fysiologische mechanismen van het gevonden gunstige effect van de interventie. Bijvoorbeeld analyses van de veranderingen in metabole markers in bloedmonsters van de deelnemers en veranderingen in de samenstelling van het darmmicrobioom. Daarnaast gaan we nu in gesprek met onder andere zorgverzekeraars over hoe we kunnen bereiken dat deze leefstijlmodule beschikbaar komt voor patiënten met reumatoïde artritis.”

Referentie: Plants for Joints studie

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”