DOQ

Potentiële bloedtest meet beloop en ernst IBD

Voor inflammatoire darmziektes (IBD) bestaat nog steeds geen goede eenvoudige test om het beloop en de ernst ervan te voorspellen. Arno Bourgonje ging vanuit verschillende biologische invalshoeken op zoek naar biomarkers in relatie tot IBD die klinische waarde zouden kunnen hebben. Het leverde veel resultaten op met een mogelijk perspectief op een thuistest.  

Een randomized controlled trial met een medicijn levert wellicht resultaten op die relatief snel in de klinische praktijk kunnen worden gebracht. Het promotieonderzoek van Arno Bourgonje staat wat verder af van de praktijk. Maar hij heeft wel een belangrijke vondst gedaan, die een gat in de kennis van IBD opvult en mogelijk over vijf tot tien jaar een thuistest oplevert voor de diagnostiek en follow-up van patiënten.

“Het beloop van IBD is zeer moeilijk te voorspellen”

Arts-onderzoeker drs. Arno Bourgonje

Variatie aan klachten

IBD is een verzamelnaam voor de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. “Dit zijn heel complexe ziektes”, vertelt Bourgonje. “IBD is multifactorieel, waarbij onder meer genetische en omgevingsfactoren meespelen. Het is heel heterogeen, met een variatie aan klachten die bovendien niet per se in de darm tot uiting hoeven te komen, maar ook in andere delen van het lichaam zoals de gewrichten en de huid. Het is een ziekte die bij de ene patiënt heel rustig kan verlopen, bij een volgende regelmatig opvlammingen met darmontstekingen vertoont, en bij weer een ander steeds erger wordt waarbij zich complicaties voordoen en behandeling met medicijnen uiteindelijk niet meer volstaat.”
Maar misschien wel het vervelendste is, aldus Bourgonje, dat het beloop van IBD zeer moeilijk te voorspellen is. Tot op heden is endoscopie de gouden standaard. De uitkomst daarvan bepaalt nu grotendeels de behandeling. “Maar endoscopie is een heel belastend onderzoek voor patiënten en een heel bewerkelijke procedure die gepaard gaat met hoge zorgkosten. De testen op calprotectine in de ontlasting of ontstekingsmarkers in het bloed zijn daarnaast niet specifiek genoeg. Dus is er grote behoefte aan andere biomarkers.”

“Ik heb vooral explorerend onderzoek gedaan naar nieuwe biomarkers”

Systeembiologische aanpak

“Op dat hiaat ben ik met mijn onderzoek ingesprongen”, vervolgt Bourgonje. Hij hanteerde daarbij een systeembiologische aanpak waarbij hij vanuit verschillende invalshoeken op zoek ging naar belangrijke biomarkers. Hij bestudeerde de antimicrobiële immuunreactiviteit in de darm, biomarkers voor darmontsteking, permeabiliteit en fibrose, en biomarkers voor oxidatieve stress. Vervolgens keek hij naar de invloed van voedingscomponenten en geneesmiddelen op de gevonden biomarkers om te beoordelen of ze ook bruikbaar zouden kunnen zijn om het behandeleffect te voorspellen.
Bourgonje: “Ik heb vooral explorerend onderzoek gedaan naar nieuwe biomarkers.” Het leverde een proefschrift op van maar liefst 31 hoofdstukken en meer dan 1100 pagina’s. Een aantal van de ‘nieuwe’ biomarkers zijn veelbelovend. “Die ga ik eerst valideren in vervolgonderzoek.” Om een biomarker in de kliniek te kunnen gebruiken, moet deze klinische waarde hebben én er moet een betrouwbare test kunnen worden ontwikkeld.

“Wij vonden in bloed van IBD-patiënten een verstoorde balans van het antioxidantensysteem met een lagere concentratie vrije thiolen”

Vrije thiolen

“Een belangrijke vondst kwam voort uit het onderzoek naar oxidatieve stress”, vervolgt Bourgonje. Oxidatieve stress speelt een belangrijke rol bij IBD. “Ik kwam op een bepaald moment professor Harry van Goor, hoogleraar experimentele nefropathologie, tegen. Hij deed onderzoek naar biomarkers voor oxidatieve stress bij nieraandoeningen. Hij vond dat vrije thiolen in het bloed correleerden met klinische uitkomsten en suggereerde om dit ook bij IBD uit te zoeken. Wij vonden in het bloed van patiënten met IBD een verstoorde balans van het antioxidantensysteem met daarbij een lagere concentratie vrije thiolen in het bloed; deze waren als het ware ‘opgebruikt’ bij het neutraliseren van vrije radicalen.”
Hij keek bij een andere patiëntengroep of er ook een verband was met ziekteactiviteit en vond een ‘heel aardige’ correlatie met de ernst van de darmontsteking die met endoscopie werd aangetroffen. Die uitkomst stemde hem ‘voorzichtig optimistisch’, ook omdat de bekende biomarker calprotectine slecht onderscheid maakt in de ernst van de darmontsteking.

“Als vrije thiolen nauwkeuriger zijn dan calprotectinetest, kunnen we deze biomarker potentieel doorontwikkelen tot een klinische test”

Uitkomsten valideren

Het onderzoek was retrospectief van aard. “Nu zijn we bezig om de uitkomst te valideren met prospectief onderzoek. Hierbij vragen we patiënten die in het UMCG komen voor een scopie of we een extra buisje bloed mogen afnemen voor de meting van vrije thiolen. Dan kunnen we de correlatie op exact het moment van de scopie bepalen. We vergelijken de waardes van de test ook weer met die van de bekende calprotectinetest. Als vrije thiolen nauwkeuriger zijn, dan kunnen we deze biomarker mogelijk doorontwikkelen tot een klinische test. We zullen rond de zomer de eerste resultaten hebben. Ik ben zelf heel enthousiast.”
Om tijd te winnen werkt Bourgonje vast vooruit aan de testprocedure. Hij kwam in contact met Loes Segerink, hoogleraar biomedische microsystemen bij de Universiteit Twente, die onderzoek doet naar zogenaamde ‘Lab-on-a-Chip’-systemen. “Deze techniek heeft veel mogelijkheden, maar moet nog worden geoptimaliseerd. Het zou heel mooi zijn om de bepaling van vrije thiolen op een chip te integreren. Dan kan de huisarts met een vingerprik heel makkelijk en snel uitsluitsel krijgen over de ernst van de IBD op dat moment.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Waarom praten over wat écht telt eerder moet beginnen

In de palliatieve fase ervaren patiënten met gevorderde kanker vaak minder keuzevrijheid dan artsen denken, blijkt uit promotieonderzoek van Daisy Ermers. Gesprekken over wat voor patiënten echt belangrijk is, komen vaak laat op gang.

Weg met de dokter: de positieve werking van natuur op gezondheid

Contact met de natuur kan stress verminderen en het welzijn verbeteren, vertelt huisarts Pim van den Dungen. Een ervaring die hij graag wil delen met andere zorgverleners. Ook in de spreekkamer ziet hij kansen voor natuur in de zorg.

Casus: man met verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling

Een 58-jarige man komt bij de medisch seksuoloog vanwege verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling. Sildenafil heeft een matig effect gehad en de voorgeschreven vacuümpomp gebruikt hij niet. Wat is het meest aangewezen beleid?

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.

Farmacogenetica kan bijwerkingen en therapiefalen voorkomen

Onverklaarbare bijwerkingen of het uitblijven van een effect zijn voor apotheker Peter Mourad redenen om farmacogenetisch onderzoek te doen. “Door tijdig rekening te houden met iemand genetische profiel, kan veel onnodige schade worden voorkomen.”

Casus: oudere man met algehele malaise

Een 84-jarige man presenteert zich op de spoedeisende hulp met sinds een week algehele malaise. Daarbij heeft patiënt zeurende pijn in de linkerflank, met uitstraling naar de rug, en last van polyurie. Wat is uw diagnose?