Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Preoperatief MDO beïnvloedt behandeling van hoogrisicopatiënten
Een preoperatief multidisciplinair overleg (MDO) leidt bij maar liefst acht op de tien niet-cardiochirurgische hoogrisicopatiënten tot aanpassingen in het behandelplan. Bijna een derde van de patiënten wordt uiteindelijk niet geopereerd. Dit blijkt uit prospectief observationeel onderzoek dat is uitgevoerd in negen Nederlandse ziekenhuizen.
Jaarlijks worden in ons land zo’n 1,2 miljoen operaties uitgevoerd, waarvan circa 10% bij mensen van 80 jaar of ouder. Steeds meer 80-plussers en patiënten met multimorbiditeit ondergaan niet-cardiale chirurgie, wat een hoog risico op complicaties met zich meebrengt. Om die reden adviseert de leidraad ‘Perioperatieve zorg’ uit 2024 structureel een multidisciplinair overleg (MDO) te organiseren voor hoogrisicopatiënten bij wie twijfel bestaat over de verhouding tussen de risico’s en de baten van de voorgenomen operatie. Het initiatief voor het perioperatieve MDO ligt bij de vakgroep anesthesiologie.
Preoperatief MDO
Tijdens een preoperatief MDO bespreken verschillende zorgverleners (fysiek of digitaal) wat de beste behandeling is voor deze complexe patiënten. Daarbij zijn de wensen en doelen van de patiënt leidend. De aanwezigheid van de specialismen hangt af van de comorbiditeit en het type ingreep. De operateur en de anesthesioloog zijn altijd aanwezig bij het overleg. Vaak zijn ook een cardioloog, geriater, longarts en intensivist betrokken. Eventueel kan het multidisciplinaire team worden aangevuld met andere zorgverleners van wie de inbreng van belang is voor de vaststelling van het perioperatieve beleid, zoals artsen en medische specialisten uit de eerste lijn, fysiotherapeuten, voedingsdeskundigen en medisch ethici. Naar aanleiding van het overleg beslist het team samen met de patiënt over het perioperatieve traject en eventuele mogelijkheden om de gezondheidstoestand van de patiënt te optimaliseren. Hieruit volgt een advies voor het wel of niet uitvoeren van de operatie. Na het preoperatieve MDO wordt dit advies besproken met de patiënt en diens familie, waarna arts en patiënt samen beslissen over de behandeling.
Minder dan de helft van de vakgroepen anesthesiologie initieert structureel preoperatief MDO bij niet-cardiochirurgische hoogrisicopatiënten
Meer inzicht
Hoewel een preoperatief MDO als doel heeft om passende zorg te bieden en patiëntuitkomsten te verbeteren, blijkt dat lang niet alle patiënten die hiervoor in aanmerking komen daadwerkelijk op deze manier worden besproken. Een recente enquête wijst namelijk uit dat minder dan de helft van de vakgroepen anesthesiologie in Nederland structureel een preoperatief MDO initieert bij niet-cardiochirurgische hoogrisicopatiënten. Momenteel zijn er geen praktische handvatten, wat kan leiden tot grote verschillen tussen ziekenhuizen in hoe het overleg is opgezet. Om meer inzicht te krijgen in de huidige praktijk is een prospectief observationeel onderzoek uitgevoerd in negen Nederlandse ziekenhuizen, waaronder Rijnstate, Amsterdam UMC, Medisch Centrum Leeuwarden, Catharina Ziekenhuis, LUMC, Maasstad Ziekenhuis, UMC Utrecht, Gelderse Vallei en Franciscus Gasthuis & Vlietland. De resultaten hiervan zijn onlangs gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift British Journal of Anaesthesia.
Bij 81% van de patiënten leidde het preoperatief MDO tot wijzigingen in het behandelplan
Belangrijkste bevindingen
In de periode april 2022 tot juni 2023 werden in elk van de deelnemende ziekenhuizen 25 opeenvolgende volwassen, niet-cardiochirurgische hoogrisicopatiënten geïncludeerd bij wie een preoperatief MDO plaatsvond vanwege twijfels over de risico-batenverhouding van de voorgenomen operatie, of als onderdeel van een gestandaardiseerd zorgpad. In geen van de ziekenhuizen bestond het multidisciplinaire team uit vaste leden. Anesthesiologen waren het vaakst aanwezig (99%), gevolgd door chirurgen (75%), intensivisten (65%) en cardiologen (38%). Bij 183 van de 225 patiënten (81%) leidde het overleg tot één of meer wijzigingen in het behandelplan, met name veranderingen in de anesthesietechniek (27%), aanvullende risicocommunicatie (22%) en aanpassingen op chirurgisch vlak (18%). Uiteindelijk werden 154 patiënten (68%) wel en 71 patiënten (32%) niet geopereerd. Bij 49% van de geopereerde patiënten traden complicaties op binnen 30 dagen na de operatie, tegenover 23% van de niet-geopereerde patiënten. De 30-dagenmortaliteit bedroeg 3% na een operatie en 11% na een niet-chirurgische behandeling.
Zinnige zorg
Deze bevindingen vormen de basis voor de landelijke PREPARATION-studie. In dit cluster-gerandomiseerde onderzoek wordt de toegevoegde waarde van een structureel preoperatief MDO voor niet-cardiochirurgische hoogrisicopatiënten nader onderzocht in veertien Nederlandse ziekenhuizen. In de afgelopen twee jaar hebben de deelnemende ziekenhuizen gefaseerd het overleg ingevoerd. In totaal zijn 1.200 patiënten nodig om antwoord te kunnen geven op de vraag of een preoperatief MDO zinnige zorg is en leidt tot bijvoorbeeld minder complicaties, andere behandelingen en een betere kwaliteit van leven. Ook wordt het verschil in kosten in kaart gebracht. Inmiddels staat de teller op 1.100 patiënten.
Referentie: Vernooij JEM, Hobrink E, Boerlage RM, et al. Characteristics and outcome of preoperative multidisciplinary team discussions for high-risk noncardiac surgical patients in the Netherlands: a multicentre prospective observational study. Br J Anaesth. 2025;135:449-58.


