DOQ

Prof. dr. Jeroen Jansen: ‘Het verschil tussen goed- en kwaadaardig is soms arbitrair’

Begin dit jaar is prof. dr. Jansen aangesteld als hoogleraar KNO. Met zijn onderzoek streeft hij naar verbetering van het oncologische zorgproces in het KNO-gebied. Ook hoopt hij een aanzet te kunnen geven voor een richtlijn bij zwelling in de hals. “Medisch specialisten, maar ook huisartsen, zouden zich meer moeten realiseren dat een zwelling in de hals vaak het enige symptoom is van een tumor in de mond- of keelholte.”

KNO-arts prof. dr. Jeroen Jansen is begin dit jaar aangesteld als hoogleraar Keel-, Neus- en Oorheelkunde bij het LUMC, met als specifiek aandachtsgebied de hoofd-, hals- en schedelbasisoncologie. Zijn groep richt zich op een meer individueel behandelplan voor patiënten met strottenhoofd- of stembandkanker.

KNO-arts prof. dr. Jeroen Jansen
(bron: Jeroen Jansen)

Niet zomaar in juiste hokje

Jansen hoopt met zijn onderzoek het zorgproces rond oncologie in het keel-, neus- en oorgebied te optimaliseren. “Patiënten met slokdarm- of stembandkanker behandelen we vaak chirurgisch. Maar ze zijn niet zomaar in het juiste hokje te plaatsen met de standaard TNM-classificatie. Weefsels in de keel hebben belangrijke functies: ademen, slikken en praten. Het hangt af van het weefsel dat je weghaalt hoe je die functies verstoort. Ze bepalen hoeveel last een patiënt heeft van de ingreep. Daarom houden we zoveel mogelijk rekening met patiëntgerelateerde factoren: leeftijd, beroep en de eigen wensen.”

Goed- en kwaadaardig

Die insteek geldt ook voor onderzoek naar schedelbasistumoren, een andere onderzoekslijn van de groep van Jansen. “Daarbij geldt ook dat de standaardclassificatie niet toereikend is. Want hoewel die tumoren vaak goedaardig zijn, kunnen ze toch problemen veroorzaken vanwege de beperkte ruimte in de schedel.” De tumoren drukken bijvoorbeeld op zenuwen die belangrijk zijn voor horen, praten of het evenwicht. “Zo kunnen ze een slechte prognose hebben als ze op hun beloop worden gelaten. Het verschil tussen goed- en kwaadaardig is wat dat betreft arbitrair.” Jansen en zijn collega’s werken aan modellen waarmee ze kunnen voorspellen hoe groot deze tumoren kunnen worden. Dat doen ze aan de hand van microscopische en radiologische kenmerken. En ze kijken verder dan het formaat: waar zit de tumor en waar groeit hij heen? “Zo kunnen we beter preventief ingrijpen als dat nodig is. Maar ook hier geldt: wat zijn de wensen van de patiënt?”

Ogen en oren

Jansen denkt dat er een taak is weggelegd voor eerste- en tweedelijnsartsen in het eerder diagnosticeren van tumoren in het hoofd-halsgebied. Zij zijn immers de ogen en oren van het vakgebied. “De hoofd-hals-oncologische zorg is in Nederland best goed geregeld. De samenwerking is al intensief, maar deze wil ik nog beter maken. Medisch specialisten, maar ook huisartsen, zouden zich meer moeten realiseren dat een zwelling in de hals vaak het enige symptoom is van een tumor in de mond- of keelholte.” Jansen ziet meerdere keren per jaar patiënten die al maanden met een halsmetastase rondlopen zonder dat een collega in de keel heeft gekeken. “Met een cytologische punctie en onderzoek van de slijmvliezen is de diagnose vaak binnen een paar dagen te stellen. Dat zou vaker en eerder kunnen gebeuren”, zegt Jansen. Hij hoopt dat hij een aanzet kan geven voor een richtlijn voor de analyse van een zwelling in de hals.

Alcoholgebruik

Jansen hoopt met zijn onderzoek een bijdrage te kunnen leveren aan het verminderen van oncologie gerelateerd aan alcoholgebruik. “Dat is een harde noot om te kraken. Alcohol is een groot probleem, zowel medisch als maatschappelijk. De lobby is erg sterk.” Toch ziet Jansen het zonnig in. “Wij kunnen ons nu al niet meer voorstellen dat we tien jaar geleden nog rookten in het ziekenhuis. Ik voorspel dat dit ook met alcohol zo zal gaan: over tien jaar zullen we ons verwonderen dat we vroeger in het ziekenhuis een nieuwjaarsborrel met alcohol vierden.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij keuze voor geneesmiddel

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes, arts-docent en onderzoeker in het Amsterdam UMC.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.