Prof. dr. Jeroen Jansen: ‘Het verschil tussen goed- en kwaadaardig is soms arbitrair’

mm
Koen Scheerders
Redactioneel,
26 augustus 2019

Begin dit jaar is prof. dr. Jansen aangesteld als hoogleraar KNO. Met zijn onderzoek streeft hij naar verbetering van het oncologische zorgproces in het KNO-gebied. Ook hoopt hij een aanzet te kunnen geven voor een richtlijn bij zwelling in de hals. “Medisch specialisten, maar ook huisartsen, zouden zich meer moeten realiseren dat een zwelling in de hals vaak het enige symptoom is van een tumor in de mond- of keelholte.”

KNO-arts prof. dr. Jeroen Jansen is begin dit jaar aangesteld als hoogleraar Keel-, Neus- en Oorheelkunde bij het LUMC, met als specifiek aandachtsgebied de hoofd-, hals- en schedelbasisoncologie. Zijn groep richt zich op een meer individueel behandelplan voor patiënten met strottenhoofd- of stembandkanker.

KNO-arts prof. dr. Jeroen Jansen
(bron: Jeroen Jansen)

Niet zomaar in juiste hokje

Jansen hoopt met zijn onderzoek het zorgproces rond oncologie in het keel-, neus- en oorgebied te optimaliseren. “Patiënten met slokdarm- of stembandkanker behandelen we vaak chirurgisch. Maar ze zijn niet zomaar in het juiste hokje te plaatsen met de standaard TNM-classificatie. Weefsels in de keel hebben belangrijke functies: ademen, slikken en praten. Het hangt af van het weefsel dat je weghaalt hoe je die functies verstoort. Ze bepalen hoeveel last een patiënt heeft van de ingreep. Daarom houden we zoveel mogelijk rekening met patiëntgerelateerde factoren: leeftijd, beroep en de eigen wensen.”

Goed- en kwaadaardig

Die insteek geldt ook voor onderzoek naar schedelbasistumoren, een andere onderzoekslijn van de groep van Jansen. “Daarbij geldt ook dat de standaardclassificatie niet toereikend is. Want hoewel die tumoren vaak goedaardig zijn, kunnen ze toch problemen veroorzaken vanwege de beperkte ruimte in de schedel.” De tumoren drukken bijvoorbeeld op zenuwen die belangrijk zijn voor horen, praten of het evenwicht. “Zo kunnen ze een slechte prognose hebben als ze op hun beloop worden gelaten. Het verschil tussen goed- en kwaadaardig is wat dat betreft arbitrair.” Jansen en zijn collega’s werken aan modellen waarmee ze kunnen voorspellen hoe groot deze tumoren kunnen worden. Dat doen ze aan de hand van microscopische en radiologische kenmerken. En ze kijken verder dan het formaat: waar zit de tumor en waar groeit hij heen? “Zo kunnen we beter preventief ingrijpen als dat nodig is. Maar ook hier geldt: wat zijn de wensen van de patiënt?”

Ogen en oren

Jansen denkt dat er een taak is weggelegd voor eerste- en tweedelijnsartsen in het eerder diagnosticeren van tumoren in het hoofd-halsgebied. Zij zijn immers de ogen en oren van het vakgebied. “De hoofd-hals-oncologische zorg is in Nederland best goed geregeld. De samenwerking is al intensief, maar deze wil ik nog beter maken. Medisch specialisten, maar ook huisartsen, zouden zich meer moeten realiseren dat een zwelling in de hals vaak het enige symptoom is van een tumor in de mond- of keelholte.” Jansen ziet meerdere keren per jaar patiënten die al maanden met een halsmetastase rondlopen zonder dat een collega in de keel heeft gekeken. “Met een cytologische punctie en onderzoek van de slijmvliezen is de diagnose vaak binnen een paar dagen te stellen. Dat zou vaker en eerder kunnen gebeuren”, zegt Jansen. Hij hoopt dat hij een aanzet kan geven voor een richtlijn voor de analyse van een zwelling in de hals.

Alcoholgebruik

Jansen hoopt met zijn onderzoek een bijdrage te kunnen leveren aan het verminderen van oncologie gerelateerd aan alcoholgebruik. “Dat is een harde noot om te kraken. Alcohol is een groot probleem, zowel medisch als maatschappelijk. De lobby is erg sterk.” Toch ziet Jansen het zonnig in. “Wij kunnen ons nu al niet meer voorstellen dat we tien jaar geleden nog rookten in het ziekenhuis. Ik voorspel dat dit ook met alcohol zo zal gaan: over tien jaar zullen we ons verwonderen dat we vroeger in het ziekenhuis een nieuwjaarsborrel met alcohol vierden.”

, , , ,
Deel dit artikel