Prof. dr. Post: ‘Samenwerken bevordert vroegsignalering pulmonale hypertensie’

mm
Brenda Kluijver
Redactioneel,
12 augustus 2020

Vroege detectie van pulmonale hypertensie: dat is waar kersverse hoogleraar Pulmonary Vascular Disease prof. dr. Marco Post zich in zijn nieuwe rol verder sterk voor maakt. Maar ook zijn wens voor het bieden van de juiste zorg op de juiste plek krijgt zo een vervolg. 

Prof. dr. Marco Post is werkzaam als cardioloog bij de hartcentra van het St Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en het UMC Utrecht, waar hij zich bezighoudt met pulmonale hypertensie. “Een zeldzame maar ernstige aandoening, waardoor het belangrijk is om met diverse centra nauw samen te werken aan de beste zorg voor de patiënt. Mijn benoeming tot hoogleraar maakt de samenwerking tussen het UMC en het St Antonius nog intensiever. Concentratie van zorg is binnen ons specialisme erg belangrijk, evenals de samenwerking tussen de verschillende expertisecentra en verschillende disciplines onderling.” 

Cardioloog Marco Post

“Concentratie van zorg is binnen ons specialisme erg belangrijk” 

Onderzoekslijnen 

Zijn hoogleraarschap ziet Post als verlengstuk van wat er al gaande was. “Een belangrijke onderzoekslijn die al loopt, is bijvoorbeeld de studie naar de behandeling van pulmonale hypertensie bij patiënten met chronische longembolieën. Twee promovendi zoeken uit hoe we die behandeling kunnen optimaliseren, bijvoorbeeld door te achterhalen welk bloedverdunnend medicijn het beste is bij deze patiëntengroep. Daarnaast loopt er een onderzoek naar pulmonale hypertensie bij longfibrose. Hoe vaak komt dat voor, welke mechanismen spelen een rol en hoe kunnen we de behandeling zo goed mogelijk op het individu laten aansluiten? Maatwerk leveren is bij deze zeldzame aandoening van belang, om de patiënt een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te geven.” 

“Maatwerk leveren is bij deze zeldzame aandoening van belang, om de patiënt een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te geven” 

Shared care 

Daarnaast wil Post vanuit zijn rol als hoogleraar een shared care-model ontwikkelen, zodat patiënten met pulmonale hypertensie op de juiste plek de juiste zorg krijgen. “Patiënten komen vaak van ver en dat is belastend voor ze. Ik werk aan een shared care-model waarbij je samen met een groepje specialisten van een verwijzend centrum de patiënt bespreekt en hem of haar breed bekijkt. De uiteindelijke diagnose laat je in een expertisecentrum stellen en ook de eerste behandeling kan daar het beste plaatsvinden, maar vervolgens kun je samen met het verwijzende centrum de zorg verdelen. Zo heeft de patiënt zorg veelal in de nabijheid, maar wel de veiligheid van een expertisecentrum dat meekijkt”, aldus de cardioloog.  

“Aan longartsen, cardiologen en reumatologen wil ik meegeven: heb je een patiënt met buitenproportionele inspanningsbeperking, denk dan ook aan pulmonale hypertensie” 

Vroege detectie 

Op het gebied van onderwijs vindt Post het belangrijk om als hoogleraar meer aandacht te geven aan de bekendheid van pulmonale vaatziekten bij geneeskundestudenten. “Daar is nog winst te behalen, zeker als studenten begrijpen hoeveel effect een vroege detectie heeft op de prognose en de kwaliteit van leven van de patiënt. Ook aan collega’s, met name longartsen, cardiologen en reumatologen wil ik meegeven: heb je een patiënt voor je met een buitenproportionele inspanningsbeperking die je niet kunt plaatsen, denk dan ook aan pulmonale hypertensie. Datzelfde geldt voor huisartsen: verwijs liever een keer te veel dan te weinig.” 

, , , , ,
Deel dit artikel