DOQ

Prof. dr. Post: ‘Samenwerken bevordert vroegsignalering pulmonale hypertensie’

Vroege detectie van pulmonale hypertensie: dat is waar kersverse hoogleraar Pulmonary Vascular Disease prof. dr. Marco Post zich in zijn nieuwe rol verder sterk voor maakt. Maar ook zijn wens voor het bieden van de juiste zorg op de juiste plek krijgt zo een vervolg. 

Prof. dr. Marco Post is werkzaam als cardioloog bij de hartcentra van het St Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en het UMC Utrecht, waar hij zich bezighoudt met pulmonale hypertensie. “Een zeldzame maar ernstige aandoening, waardoor het belangrijk is om met diverse centra nauw samen te werken aan de beste zorg voor de patiënt. Mijn benoeming tot hoogleraar maakt de samenwerking tussen het UMC en het St Antonius nog intensiever. Concentratie van zorg is binnen ons specialisme erg belangrijk, evenals de samenwerking tussen de verschillende expertisecentra en verschillende disciplines onderling.” 

Cardioloog Marco Post

“Concentratie van zorg is binnen ons specialisme erg belangrijk” 

Onderzoekslijnen 

Zijn hoogleraarschap ziet Post als verlengstuk van wat er al gaande was. “Een belangrijke onderzoekslijn die al loopt, is bijvoorbeeld de studie naar de behandeling van pulmonale hypertensie bij patiënten met chronische longembolieën. Twee promovendi zoeken uit hoe we die behandeling kunnen optimaliseren, bijvoorbeeld door te achterhalen welk bloedverdunnend medicijn het beste is bij deze patiëntengroep. Daarnaast loopt er een onderzoek naar pulmonale hypertensie bij longfibrose. Hoe vaak komt dat voor, welke mechanismen spelen een rol en hoe kunnen we de behandeling zo goed mogelijk op het individu laten aansluiten? Maatwerk leveren is bij deze zeldzame aandoening van belang, om de patiënt een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te geven.” 

“Maatwerk leveren is bij deze zeldzame aandoening van belang, om de patiënt een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te geven” 

Shared care 

Daarnaast wil Post vanuit zijn rol als hoogleraar een shared care-model ontwikkelen, zodat patiënten met pulmonale hypertensie op de juiste plek de juiste zorg krijgen. “Patiënten komen vaak van ver en dat is belastend voor ze. Ik werk aan een shared care-model waarbij je samen met een groepje specialisten van een verwijzend centrum de patiënt bespreekt en hem of haar breed bekijkt. De uiteindelijke diagnose laat je in een expertisecentrum stellen en ook de eerste behandeling kan daar het beste plaatsvinden, maar vervolgens kun je samen met het verwijzende centrum de zorg verdelen. Zo heeft de patiënt zorg veelal in de nabijheid, maar wel de veiligheid van een expertisecentrum dat meekijkt”, aldus de cardioloog.  

“Aan longartsen, cardiologen en reumatologen wil ik meegeven: heb je een patiënt met buitenproportionele inspanningsbeperking, denk dan ook aan pulmonale hypertensie” 

Vroege detectie 

Op het gebied van onderwijs vindt Post het belangrijk om als hoogleraar meer aandacht te geven aan de bekendheid van pulmonale vaatziekten bij geneeskundestudenten. “Daar is nog winst te behalen, zeker als studenten begrijpen hoeveel effect een vroege detectie heeft op de prognose en de kwaliteit van leven van de patiënt. Ook aan collega’s, met name longartsen, cardiologen en reumatologen wil ik meegeven: heb je een patiënt voor je met een buitenproportionele inspanningsbeperking die je niet kunt plaatsen, denk dan ook aan pulmonale hypertensie. Datzelfde geldt voor huisartsen: verwijs liever een keer te veel dan te weinig.” 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: oudere dame met opvallende moedervlek

Een 75-jarige dame komt op uw spreekuur om een nieuw ontstane, opvallende moedervlek op het bovenbeen te laten onderzoeken. Ze heeft er geen last van, maar vraagt zich af of het kwaad kan. Wat is uw diagnose?

Morele stress te lijf gaan door in actie te komen

In haar boek De dappere dokter behandelt huisarts, coach en auteur Marga Gooren morele en emotionele stress in het dokterschap. Ze biedt ook handvatten en oefeningen om daar iets aan te doen. “Mijn boodschap is dat je wél in actie kunt komen.”

Veilige zorg begint met begrijpelijke communicatie

Voor passende zorg is het overbruggen van taalbarrières essentieel. Hoe je dat doet, is te vinden in de nieuwe richtlijn ‘Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein’. Jako Burgers: “Als communicatie hapert, kan de zorg onveilig worden.”

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.