DOQ

Prof. dr. Van den Berg-Vos: ‘Neurologen kunnen veel leren van hoe huisartsen naar onze strokepatiënten kijken’

Een betere en intensievere samenwerking rond de zorg voor patiënten met een herseninfarct of hersenbloeding. Maar ook: stroke beter op het netvlies van huisartsen krijgen. Dat is waar prof. dr. Renske van den Berg-Vos, eerder dit jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar Vasculaire Neurologie, zich met haar leerstoel op richt. “In ons vakgebied zijn de behandelmogelijkheden in de acute fase de afgelopen paar jaar revolutionair toegenomen. Daar moet de zorg verder op worden ingericht.”

Er verandert veel op het gebied van de strokezorg, zegt prof. dr. Renske van den Berg-Vos, bijzonder hoogleraar Vasculaire Neurologie aan de faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam (AMC-UvA). Ze doelt op de vorderingen op het gebied van intraveneuze trombolyse (IVT) en endovasculaire thrombectomie (EVT). “We dachten dat die behandelingen niet meer effectief waren na respectievelijk de eerste 4, 5 of 6 uur na een infarct. Patiënten die ‘s ochtends ontwaakten met een herseninfarct, konden we niet meer behandelen.” Uit recent onderzoek blijkt dat deze patiënten soms een goede collaterale bloedvoorziening hebben, die het kwetsbare gebied rond het infarct in leven houdt. “Nieuwe studies tonen aan dat we in een selecte groep patiënten de behandeltijd met IVT of EVT kunnen opschuiven tot 24 uur”, zegt ze. “In ons vakgebied is dat revolutionair.”

Bijzonder hoogleraar Vasculaire Neurologie prof. dr. Renske van den Berg-Vos
(Foto: AUMC)

Waardegedreven zorg

Niet alleen de behandeling van strokepatiënten, maar ook het zorglandschap rond hen verandert. “Ziekenhuizen en verpleeghuizen fuseren tot grote ketens. In Amsterdam zijn nu nog maar twee grote centra die zich bezighouden met acute strokezorg: OLVG en AUMC.” Daardoor moet de organisatie van zorg veranderen, zegt ze. “Dat doen we aan de hand van value-based healthcare, waardegedreven zorg. De waarde voor de patiënt staat hierbij centraal. Wat kunnen we los van het ziekteproces ook meten? Hoe lang ligt de patiënt in het verpleeghuis of de revalidatie-instelling, en hoe kunnen we dat proces optimaliseren, zodat dat voor de patiënt het beste is geregeld?”

“Nieuwe studies tonen aan dat we in een selecte groep patiënten de behandeltijd met IVT of EVT kunnen opschuiven tot 24 uur. In ons vakgebied is dat revolutionair”

Van den Berg-Vos en haar collega’s meten daarvoor de ervaringen van patiënten met vragenlijsten: PROM’s (Patient Related Outcome Measures) en PREM’s (Patient Reported Experience Measures). “Daaruit komt naar voren hoe goed patiënten scoren op bijvoorbeeld pijn, fysiek functioneren of depressie. Als we ze daar vaker naar vragen, kunnen we heel gericht de zorg beter maken door ze bijvoorbeeld te verwijzen voor een revalidatietraject en afspraken te maken met de huisarts.”

Samenwerking met huisartsen

Een van de aandachtspunten voor Van den Berg-Vos is om stroke beter op het netvlies van de huisartsen te krijgen. “We weten dat er parallellen zijn met patiënten die een myocardinfarct hebben, vooral wat betreft het cardiovasculaire risico. De huisarts komt daarom vaak op huisvisite bij een patiënt die recent een myocardinfarct heeft gehad. Maar bij een patiënt die een herseninfarct of hersenbloeding heeft doorgemaakt zijn de effecten voor veel patiënten en de omgeving onzichtbaar en cognitief van aard: ze hebben relatief vaak last van concentratieverlies, niet meerdere dingen tegelijkertijd kunnen doen, niet meer kunnen omgaan met prikkels. Omdat de onzichtbare gevolgen groot kunnen zijn, is het belangrijk dat de huisarts ook bij deze patiënten op huisvisite gaat. Wij hebben recent met Amsterdamse huisartsen afgesproken dat zij of hun praktijkondersteuner na terugkomst van de patiënt uit het ziekenhuis ook voor deze groep patiënten op huisvisite gaan.”

Welke beperkingen ervaart de patiënt

En dat is nog maar het begin van een hechtere samenwerking tussen specialismen, betoogt ze. “Wij neurologen hoeven geen revalidatiearts of huisarts te worden, maar we kunnen er veel van leren hoe zij naar onze patiënten kijken. Neurologen zijn gericht op het vaststellen van stoornissen, en vervolgens te lokaliseren waar in het zenuwstelsel zich het probleem voordoet. Revalidatieartsen en specialisten ouderengeneeskunde richten zich meer op beperkingen die patiënten ervaren door de aandoening in het zenuwstelsel en helpen de patiënt hiermee om te gaan. Het lijkt mij zinvol dat wij als neurologen patiënten ook wat meer op die manier benaderen: wat zijn de beperkingen die deze patiënt ervaart, en kan hij of zij nog terugkeren in de maatschappij?”

“Omdat de onzichtbare gevolgen van een stroke groot kunnen zijn, is het belangrijk dat de huisarts ook bij deze patiënten op huisvisite gaat”

Korte lijnen specialist en huisarts

De inbreng van de neuroloog is ook na de opname op de afdeling Neurologie belangrijk, zegt Van den Berg-Vos. “Het is belangrijk om goede, complete zorg te verlenen die zich niet alleen richt op de eventuele onzichtbare gevolgen, maar ook op accurate secundaire preventie om zo de kans op een recidief hersen- of myocardinfarct te verkleinen. Daarom moeten de lijnen tussen de betrokken medisch specialisten en de huisarts kort zijn. In dat licht hebben we in Amsterdam afgesproken dat we de overdracht ‘warmer’ willen maken: bij bijzonderheden belt de ene zorgverlener de andere op om de patiënt en de aandachtspunten toe te lichten.” Gericht op haar eigen beroepsgroep: “Zonder met de vinger te wijzen zou ik graag zien dat de neuroloog in de strokezorg verder kijkt dan de deur van de (poli)kliniek.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: jonge patiënt met heftige oorpijn

De 9-jarige patiënt voor u heeft de hele nacht heftige oorpijn gehad rechts. Zijn gehoor is beiderzijds goed en hij heeft geen koorts. Hij is een weinig snotterig. Wat is uw diagnose?

In Search of Stories brengt levens­verhalen tot leven

Het onderzoeksproject ‘In Search of Stories’, geleid door oncoloog Hanneke van Laarhoven, brengt verhalen van ongeneeslijk zieke patiënten tot leven. “De analyse van deze verhalen biedt inzichten die met traditionele methoden vaak over het hoofd worden gezien.”

‘Het preferentiebeleid gaat binnen nu en vier jaar op de schop’

Het preferentiebeleid is volledig doorgeslagen en moet hoognodig op de schop, vindt Aad de Groot, directeur van Zorgverzekeraar DSW. “Het is lastig te berekenen, maar we vermoeden wel dat door de lage prijzen juist andere kosten kunnen toenemen.”

‘Dokters voelen zelf de paradox van samen beslissen in de spreek­kamer’

Samen beslissen kan patiënten tijdelijk veel stress en onzekerheid bezorgen, blijkt uit onderzoek van Inge Henselmans. “Wij staan helemaal achter de beweging van samen beslissen, maar vonden dat er ook oog moest zijn voor de negatieve aspecten ervan.”

‘Het ziekenhuis kan ook zonder lachgas’

Nicolaas Sperna Weiland geeft inzicht in de duurzaamheid van lachgas. “Ik denk persoonlijk dat er ook andere pijnstilling voorhanden is om kortdurend comfort te geven. Vaak met betere pijnstillende effecten en minder nadelige milieueffecten.”

Stop met jezelf onder­mijnen: vijf stappen tegen het imposter syndroom

Bang om door de mand te vallen, prestatiegericht, conflictvermijdend? Veel jonge artsen hebben last van het imposter syndroom. Moniek de Boer geeft praktische tips. “Het ontwikkelen van een gezonde werk-privé balans en het accepteren van kwetsbaarheid is cruciaal.”

Casus: patiënt met huidkleurige papel op de rug

Een 54-jarige vrouw meldt zich bij de huisarts met een huidkleurige papel op de rug. Mevrouw heeft in haar voorgeschiedenis een basaalcelcarcinoom (BCC) gehad van het gelaat. In haar familie komt geen huidkanker voor. Wat is uw diagnose?

Waarom moet ik als arts aandacht hebben voor lhbtiq+?

Zichtbaarheid en veiligheid zijn belangrijk bij het omgaan met lhbtiq+-ers in de zorg, pleit longarts Karin Pool. Ze geeft praktische tips voor zorgverleners en zorginstellingen. “Met kleine aanpassingen, bijvoorbeeld in taalgebruik, maak je al een groot verschil.”

De overgang: hormoon­therapie helpt, maar is geen wonder­middel

Gynaecoloog Dorenda van Dijken promoot hormoontherapie bij overgangsklachten, maar noemt het geen wondermiddel voor de gezondheid op langere termijn. “We kunnen als artsen zeggen dat je de overgang moet omarmen, maar ik vind dat elke vrouw dat zelf bepaalt.”

Casus: man met opgezette en verkleurde gewrichten en zwelling linkeroor

Een 52-jarige man klaagt over pijnlijke en stijve handen. De gewrichten van beide handen en vingers zijn opgezet en blauw-paars verkleurd. Verder heeft hij klachten van moeheid en malaise. Hij heeft geen koorts. Wat is uw diagnose?


0
Laat een reactie achterx