Prof. dr. Van den Berg-Vos: ‘Neurologen kunnen veel leren van hoe huisartsen naar onze strokepatiënten kijken’

mm
Koen Scheerders
Redactioneel,
11 december 2019

Een betere en intensievere samenwerking rond de zorg voor patiënten met een herseninfarct of hersenbloeding. Maar ook: stroke beter op het netvlies van huisartsen krijgen. Dat is waar prof. dr. Renske van den Berg-Vos, eerder dit jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar Vasculaire Neurologie, zich met haar leerstoel op richt. “In ons vakgebied zijn de behandelmogelijkheden in de acute fase de afgelopen paar jaar revolutionair toegenomen. Daar moet de zorg verder op worden ingericht.”

Er verandert veel op het gebied van de strokezorg, zegt prof. dr. Renske van den Berg-Vos, bijzonder hoogleraar Vasculaire Neurologie aan de faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam (AMC-UvA). Ze doelt op de vorderingen op het gebied van intraveneuze trombolyse (IVT) en endovasculaire thrombectomie (EVT). “We dachten dat die behandelingen niet meer effectief waren na respectievelijk de eerste 4, 5 of 6 uur na een infarct. Patiënten die ‘s ochtends ontwaakten met een herseninfarct, konden we niet meer behandelen.” Uit recent onderzoek blijkt dat deze patiënten soms een goede collaterale bloedvoorziening hebben, die het kwetsbare gebied rond het infarct in leven houdt. “Nieuwe studies tonen aan dat we in een selecte groep patiënten de behandeltijd met IVT of EVT kunnen opschuiven tot 24 uur”, zegt ze. “In ons vakgebied is dat revolutionair.”

Bijzonder hoogleraar Vasculaire Neurologie prof. dr. Renske van den Berg-Vos
(Foto: AUMC)

Waardegedreven zorg

Niet alleen de behandeling van strokepatiënten, maar ook het zorglandschap rond hen verandert. “Ziekenhuizen en verpleeghuizen fuseren tot grote ketens. In Amsterdam zijn nu nog maar twee grote centra die zich bezighouden met acute strokezorg: OLVG en AUMC.” Daardoor moet de organisatie van zorg veranderen, zegt ze. “Dat doen we aan de hand van value-based healthcare, waardegedreven zorg. De waarde voor de patiënt staat hierbij centraal. Wat kunnen we los van het ziekteproces ook meten? Hoe lang ligt de patiënt in het verpleeghuis of de revalidatie-instelling, en hoe kunnen we dat proces optimaliseren, zodat dat voor de patiënt het beste is geregeld?”

“Nieuwe studies tonen aan dat we in een selecte groep patiënten de behandeltijd met IVT of EVT kunnen opschuiven tot 24 uur. In ons vakgebied is dat revolutionair”

Van den Berg-Vos en haar collega’s meten daarvoor de ervaringen van patiënten met vragenlijsten: PROM’s (Patient Related Outcome Measures) en PREM’s (Patient Reported Experience Measures). “Daaruit komt naar voren hoe goed patiënten scoren op bijvoorbeeld pijn, fysiek functioneren of depressie. Als we ze daar vaker naar vragen, kunnen we heel gericht de zorg beter maken door ze bijvoorbeeld te verwijzen voor een revalidatietraject en afspraken te maken met de huisarts.”

Samenwerking met huisartsen

Een van de aandachtspunten voor Van den Berg-Vos is om stroke beter op het netvlies van de huisartsen te krijgen. “We weten dat er parallellen zijn met patiënten die een myocardinfarct hebben, vooral wat betreft het cardiovasculaire risico. De huisarts komt daarom vaak op huisvisite bij een patiënt die recent een myocardinfarct heeft gehad. Maar bij een patiënt die een herseninfarct of hersenbloeding heeft doorgemaakt zijn de effecten voor veel patiënten en de omgeving onzichtbaar en cognitief van aard: ze hebben relatief vaak last van concentratieverlies, niet meerdere dingen tegelijkertijd kunnen doen, niet meer kunnen omgaan met prikkels. Omdat de onzichtbare gevolgen groot kunnen zijn, is het belangrijk dat de huisarts ook bij deze patiënten op huisvisite gaat. Wij hebben recent met Amsterdamse huisartsen afgesproken dat zij of hun praktijkondersteuner na terugkomst van de patiënt uit het ziekenhuis ook voor deze groep patiënten op huisvisite gaan.”

Welke beperkingen ervaart de patiënt

En dat is nog maar het begin van een hechtere samenwerking tussen specialismen, betoogt ze. “Wij neurologen hoeven geen revalidatiearts of huisarts te worden, maar we kunnen er veel van leren hoe zij naar onze patiënten kijken. Neurologen zijn gericht op het vaststellen van stoornissen, en vervolgens te lokaliseren waar in het zenuwstelsel zich het probleem voordoet. Revalidatieartsen en specialisten ouderengeneeskunde richten zich meer op beperkingen die patiënten ervaren door de aandoening in het zenuwstelsel en helpen de patiënt hiermee om te gaan. Het lijkt mij zinvol dat wij als neurologen patiënten ook wat meer op die manier benaderen: wat zijn de beperkingen die deze patiënt ervaart, en kan hij of zij nog terugkeren in de maatschappij?”

“Omdat de onzichtbare gevolgen van een stroke groot kunnen zijn, is het belangrijk dat de huisarts ook bij deze patiënten op huisvisite gaat”

Korte lijnen specialist en huisarts

De inbreng van de neuroloog is ook na de opname op de afdeling Neurologie belangrijk, zegt Van den Berg-Vos. “Het is belangrijk om goede, complete zorg te verlenen die zich niet alleen richt op de eventuele onzichtbare gevolgen, maar ook op accurate secundaire preventie om zo de kans op een recidief hersen- of myocardinfarct te verkleinen. Daarom moeten de lijnen tussen de betrokken medisch specialisten en de huisarts kort zijn. In dat licht hebben we in Amsterdam afgesproken dat we de overdracht ‘warmer’ willen maken: bij bijzonderheden belt de ene zorgverlener de andere op om de patiënt en de aandachtspunten toe te lichten.” Gericht op haar eigen beroepsgroep: “Zonder met de vinger te wijzen zou ik graag zien dat de neuroloog in de strokezorg verder kijkt dan de deur van de (poli)kliniek.”

, , , ,
Deel dit artikel