DOQ

Prof. dr. Van der Flier over alzheimer-app: ‘Arts, geef patiënt méér informatie, ook als deze niet geruststellend is’

Patiënten met milde cognitieve stoornissen krijgen met een app een persoonlijke inschatting van hun risico op dementie. Deze alzheimer-app zorgt daarmee voor meer duidelijkheid bij het stellen van een diagnose. Prof. dr. Wiesje van der Flier, hoofd onderzoek van Alzheimercentrum Amsterdam: “De meeste patiënten zeggen: geef mij die informatie maar gewoon.”

Van de mensen die op de geheugenpoli komen met geheugenstoornissen maar nog geen dementie hebben, ontwikkelt de helft op termijn dementie. “We spreken van dementie als iemand zich door de cognitieve achteruitgang niet meer kan redden in het dagelijks leven”, zegt prof. dr. Wiesje van der Flier, hoogleraar bij Alzheimercentrum Amsterdam, Amsterdam UMC. “De hersenschade bouwt zich al ver voor het stadium van dementie op, in de loop van zo’n twintig jaar. Als gevolg daarvan kunnen mensen al symptomen ervaren, zoals geheugenproblemen, vóórdat er sprake is van dementie.” Van der Flier doet met haar collega’s onderzoek naar dat stadium van milde cognitieve stoornissen (Mild Cognitive Impairment, MCI). 

Neuropsycholoog prof. dr. Wiesje van der Flier
(Foto: © Mark van den Brink photography)

Fifty-fifty

Veel van die MCI-patiënten maken zich zorgen over de ontwikkeling van hun problemen, zegt Van der Flier. “Ze willen weten of ze dement worden, en zo ja, wanneer dan. We weten op dit moment dat de helft van alle MCI-patiënten dementie ontwikkelt. Maar een patiënt naar huis sturen met een fifty-fifty-kans vind ik onwenselijk. We hebben zó veel nieuwe kennis over alzheimer en dementie. Bovendien is er voor veel patiënten individuele informatie beschikbaar over eiwitmarkers in het hersenvocht. Dus dachten wij: dat moet specifieker kunnen.”

“Patiënten willen graag meer weten over wat een uitslag betekent voor hun persoonlijke leven”

Specifieke uitslag

Van der Flier en haar collega’s ontwikkelden een app die al die informatie samenbrengt in een individuele kans op alzheimer, uitgedrukt in een percentage. De app, ADappt genoemd, is een rekentool waarin de arts standaardgegevens van de patiënt kan invullen: leeftijd, geslacht en MMSE-score. De uitslag van de test wordt specifieker naarmate meer informatie wordt aangevuld, zoals MRI-gegevens en biomarkers in het hersenvocht. De patiënt met milde cognitieve klachten loopt dus niet meer de geheugenpoli uit met een fifty-fifty-kans op het ontwikkelen van dementie, maar krijgt een persoonlijke uitslag mee. Op de uitslagpagina kan de patiënt kiezen uit verschillende grafische weergaven van de individuele kans. 

Gedeelde besluitvorming

Die aanpak maakt een groot verschil voor de patiënt, want er is nog een wereld te winnen aan patient empowerment, zegt Van der Flier. “We zijn de spreekkamer ingegaan om mee te luisteren naar wat daar gebeurt. De besluitvorming rondom diagnostiek ligt nu nog vooral bij de arts. Die geeft weliswaar goede informatie, maar vraagt weinig naar de voorkeuren en informatiebehoefte van de patiënt. Andersom tonen patiënten tijdens een gesprek weinig initiatief, maar gaven ze na afloop aan dat ze meer hadden willen weten. Vooral over wat een uitslag betekent voor hun persoonlijke leven.” De ADappt biedt ondersteuning om te komen tot meer gedeelde besluitvorming in de spreekkamer, omdat er ook een gespreksstarter is opgenomen, waarmee de arts het gesprek aan kan gaan over welke diagnostische tests passen bij deze patiënt. Bovendien kunnen arts en patiënt zich op het gesprek voorbereiden met een persoonlijke onderwerpenlijst. De patiënt bestudeert die thuis en kan aankruisen waar hij het over wil hebben.

“Als patiënten beter weten wat er aan de hand is, kunnen ze symptomen beter plaatsen en zich voorbereiden op de toekomst”

Mantel van hoop

Niettemin is Van der Flier erg positief over de artsen in de geheugenpoli’s die zij en haar collega’s hebben bezocht, en steekt hen een hart onder de riem. “We hebben zó veel goede dokters in de Nederlandse geheugenpoli’s, maar ze zijn vaak te terughoudend in het geven van specifieke informatie. Als er al over risico wordt gepraat, bedekken ze dat vaak met de mantel van hoop. Maar patiënten geven aan dat ze graag zo veel mogelijk informatie willen, ook als die onzeker of niet geruststellend is. Zo weten ze beter wat er aan de hand is, kunnen ze symptomen beter plaatsen en zich voorbereiden op de toekomst.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Casus: vrouw met steeds meer episodes van draaiduizeligheid

Een 52-jarige vrouw, die als tiener menstruele migraine heeft gehad, komt op uw spreekuur vanwege episodes van draaiduizeligheid. Een episodes duurt meestal 30-60 minuten. Er zijn geen duidelijke triggers, zoals hoofdbewegingen. Wat is uw diagnose?

Bewegingsgerichte zorg stimuleert zelfredzaamheid van patiënten

Bewegingsgerichte zorg kan helpen functieverlies tijdens ziekenhuisopname te beperken, vertellen Selma Kok en Fabienne van der Meulen. Dit leidt tot onder andere kortere opnames. Samen vertellen ze over het belang van bewegingsgerichte zorg.

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?