Prof. dr. Wouters: ‘Arts-assistent trainen op dialoog met patiënt’

mm
Gerben Stolk
Redactioneel,
2 oktober 2019

“De patiënt heeft altijd gelijk. Als je de klacht niet begrijpt, mag je niet zeggen: uw klacht is niet reëel. Tracht dan verder te zoeken en toch een verklaring te vinden.” Dát is was Emiel Wouters zijn arts-assistenten altijd heeft voorgehouden. In juni nam hij als afdelingshoofd en hoogleraar Longziekten afscheid van het Maastricht UMC+.

Naar eigen zeggen werd Wouters zelf ooit opgeleid aan de hand van dogma’s en axioma’s. Het is precies was hij wilde vermijden toen hij zélf aankomende longartsen onder zijn hoede had – het zouden er uiteindelijk veertig zijn. “Je moet altijd een open mind hebben”, vat de emeritus hoogleraar samen.

Longarts prof. dr. E. Wouters

Hij geeft een voorbeeld. “Tijdens heel mijn carrière had ik te maken met de dogmatische benadering dat roken dé oorzaak is van COPD. Ik heb altijd gedacht dat dit een overbeklemtoning was, heb uitgedragen dat er meerdere factoren kunnen zijn die een rol spelen bij het ontstaan van de ziekte. Dit is een paar jaar geleden bevestigd. Wetenschappelijk onderzoek wees uit dat bij de helft van de patiënten COPD is terug te voeren op onvoldoende longontwikkeling op jonge leeftijd. Vanuit een dogmatische visie zijn deze patiënten altijd oneigenlijk geblameerd. Vanzelfsprekend, je kijkt als arts naar de patiënt met de kennis die hebt, maar probeer die niet te extrapoleren. Plaats jouw kennis juist binnen de informatie die je verkrijgt tijdens de dialoog met de patiënt.”

Partner

Hoe ziet dat eruit in de praktijk? Wouters: “In mijn ogen is het belangrijk dat de longarts veel respect en aandacht heeft voor de patiënt met een longprobleem. Tijdens de opleiding van arts-assistenten heb ik altijd geprobeerd duidelijk te maken dat de patiënt partner is in het behandelproces. De patiënt ervaart zijn klachten, en het is aan de longarts om te trachten die klachten zo goed mogelijk te plaatsen en begrijpen. Dit vergt dat je zorgvuldig kunt luisteren naar de patiënt en dat je vervolgens die klacht met je medische kennis – met kennis over fysiologie en dergelijke – probeert een kader te geven. Pas daarná ga je bekijken wat eventueel een optimale behandeling kan zijn voor die klachten.”

Méér dan behandeling

Dat een zo goed en precies mogelijke diagnosestelling essentieel is, blijkt niet voor iedereen evident te zijn. Wouters: “Vaak kijkt een jonge dokter vooral naar wat de behandeling moet zijn. Oftewel: welke activiteit kan ik ondernemen? Met die instelling kan het analytisch proces – het begrijpen van de klacht – over het hoofd worden gezien. We moeten oppassen dat we uitsluitend denken aan behandeling. Diagnose is bovendien veel meer dan het begin van een behandeling; het kan bijvoorbeeld ook het begin zijn van een aanvaardingsproces, een verwerkingsproces.”

Mens met longprobleem

Hij vervolgt: “In mijn beleving zou het onderdeel van ons vakgebied moeten zijn dat je – goed onderbouwd door kennis – samen met de patiënt een balans opmaakt van voor- en nadelen van behandeling. Want feitelijk heb je niet te maken met een zieke long of kwab, maar met een mens die een longprobleem heeft. Naar mijn mening moet de arts-assistent in de opleiding worden getraind om de dialoog te voeren met de patiënt. Dat is minstens zo belangrijk als dat je de beroepsmatige techniek in de vingers krijgt; een goede endoscopist is nog geen goede longarts.”

Hoge vlucht

Over welke ontwikkelingen binnen de longgeneeskunde heeft Wouters zich het meest verheugd in de afgelopen jaren? “Toen ik begon als longarts, stond de pulmonale oncologie in de kinderschoenen. De mogelijkheid tot chemotherapie bestond nauwelijks. Inmiddels heeft de pulmonale oncologie een grote vlucht genomen, onder meer dankzij biologicals en immunotherapie en dergelijke. Je ziet dit ook bij andere ziektebeelden: ons vakgebied is verbeterd dankzij gedrevenheid om nog meer inzichten in ziekteprocessen te krijgen. Het gevolg is dat longgeneeskunde wordt opgesplitst in deelspecialismen. Een ander voorbeeld is pulmonale hypertensie. Voorheen konden we bij deze patiënten de diagnose stellen, maar niet behandelen.”

Oog voor verbanden

Tegelijkertijd behelst de opmars van deelspecialismen een risico, aldus Wouters. “We moeten oppassen dat het niet leidt tot fragmentatie, waardoor de klacht als het ware door één gezichtsveld wordt bekeken. Veel ziekten hebben verbanden met andere ziekten; aandacht voor die verbanden is essentieel. Ik blijf als onderzoeker verbonden aan het Maastricht UMC+. In die hoedanigheid zal ik me blijven wijden aan verbanden tussen ziekteverschijnselen.” 

Swierenga Penning

Vanwege zijn buitengewone verdiensten op het vlak van longziekten heeft Emiel Wouters onlangs de Swierenga Penning ontvangen, de hoogste onderscheiding binnen dit vakgebied in Nederland.

, ,
Deel dit artikel