Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Professionele ontwikkeling sleutel voor toekomstbestendige ouderenzorg
Vergrijzing, minder zorgverleners aan het bed, toenemende druk op mantelzorgers, de uitdagingen voor de ouderenzorg liegen er niet om. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de toekomst van de ouderenzorg? Robbert Gobbens, lector Gezondheid en Welzijn van kwetsbare ouderen bij Inholland en Zonnehuisgroep Amstelland en bijzonder hoogleraar Professionalisering van de verpleging en verzorging in de ouderenzorg bij Tilburg University, schetst zijn visie.
Nederland wordt ouder. In 2018 telde onze samenleving 1,4 miljoen 75-plussers, in 2030 zijn dat er naar schatting ruim 2 miljoen. En dat niet alleen, de ouderen veranderen ook. De karakteristieken van de ouderen van nu zijn anders dan die van twintig jaar geleden. Ze zijn hoger opgeleid, mondiger, digitaal vaardiger en hebben meer financiële armslag om hun eigen zorg te kunnen organiseren.
En wat verder opvalt, de kwaliteit van leven komt bij deze ouderen meer centraal te staan. “We zien een verschuiving van gezondheid naar welzijn en kwaliteit van leven,” constateert Robbert Gobbens. “Het gaat niet meer alleen om lichamelijke gezondheid, ook psychische en sociale gezondheid doen ertoe. Veel kwetsbare ouderen, ouderen met meerdere beperkingen, worstelen met angst, depressieve klachten of eenzaamheid. Je zult ook daar aandacht aan moeten besteden.”
Ondertussen blijft het tekort aan zorgverleners de komende jaren verder stijgen. En neemt ook de complexiteit – en daarmee de zorgzwaarte – van de zorg toe. “De indicatiecriteria voor opname in een verpleeghuis worden alsmaar stringenter. Daarmee komt er meer druk op de thuiszorg. Steeds meer kwetsbare ouderen zullen thuis blijven wonen. Dat lukt alleen met intensieve ondersteuning van de thuiszorg.”

“Toekomstbestendige ouderenzorg betekent dat zorgprofessionals zich kunnen blijven ontwikkelen”
Bijzonder hoogleraar Robbert Gobbens
Leer- en innovatienetwerken
Samenwerking en professionalisering, voor Gobbens zijn dat twee belangrijke trefwoorden bij de toekomst van de ouderenzorg. Meer samenwerking bijvoorbeeld tussen onderwijs, onderzoek en praktijk. Sinds 2015 werkt Gobbens zelf aan zogenoemde leer- en innovatienetwerken (LIN’s), samenwerkingsverbanden waar onderwijs en werkplek samen innovatief onderzoek doen en van elkaar leren. Met als doel de kwaliteit van de zorg te verbeteren en praktijkgerichte oplossingen te ontwikkelen. “Dat betekent concreet dat een groep studenten stage komt lopen op een afdeling van een verpleeghuis. Samen met de zorgverleners doen ze onderzoeksprojecten, over thema’s als eenzaamheid of familieparticipatie. Eén dag per week komt de docent langs om onderwijs te geven aan zowel studenten als zorgverleners.”
Intervisie
De kracht van de LIN’s is dat studenten en zorgverleners van elkaar leren. “Het is geen eenrichtingsverkeer waarin de zorgprofessional haar kennis deelt met de student, het is een wisselwerking. Zorgprofessionals leren óók van de kennis en onderzoeksvragen van de studenten.”
Bovendien nemen studenten zorgtaken over van zorgverleners. Deze houden daardoor meer tijd over voor hun professionele ontwikkeling. Die ontwikkeling is cruciaal voor het werkplezier van zorgverleners én hun behoud voor de zorg, stelt Gobbens. “Door werkdruk gaat de aandacht nu vooral naar: hoe krijgen we het rooster rond? Dat snap ik, maar dat is niet genoeg. Toekomstbestendige ouderenzorg betekent dat zorgprofessionals zich kunnen blijven ontwikkelen, hun vakbekwaamheid op peil kunnen houden en nieuwsgierig blijven naar nieuwe ontwikkelingen. Neem intervisie. Dat gebeurt onvoldoende op afdelingen. Terwijl dat dé manier is om kennis en ervaringen te delen met je collega’s, en van elkaar te leren.”
“Een kwetsbare oudere is gebaat bij een plek waar ze andere ouderen kan ontmoeten”
Open en veilig leerklimaat
Professionals zijn zelf verantwoordelijk voor hun professionele ontwikkeling, maar instellingen moeten dat ook faciliteren, benadrukt Gobbens. “Bijvoorbeeld door te zorgen voor een open en veilig leerklimaat. De leer- en innovatienetwerken kunnen daarbij helpen, doordat ze bijdragen aan de professionele ontwikkeling van zorgverleners.”
Vandaar dat Gobbens enkele jaren geleden ook is gestart met wijkgerichte interprofessionele LIN’s van zowel zorgverleners als sociaal werkers. “Zij kennen elkaar en elkaars competenties onvoldoende. Maar zorg en welzijn hebben elkaar nodig voor een toekomstbestendige en menswaardige ouderenzorg. Een kwetsbare oudere die zich eenzaam voelt is vooral gebaat bij een plek waar ze andere ouderen kan ontmoeten. Dat organiseren is het werk van de sociaal werker.”
“Mantelzorgers gaan vaak gebukt onder de zorg die ze moeten leveren”
Luisteren
Hoe de toekomst van de ouderenzorg er ook uitziet, hij staat of valt met goede ondersteuning van zorgverleners en mantelzorgers, stelt Gobbens. “Ik ben zelf tien jaar wijkverpleegkundige geweest. Als ik bij de mensen langskwam, dan sprak ik niet alleen met de zorgvrager, maar ook met diens partner of kinderen. Zij gaan vaak gebukt onder de zorg die ze moeten leveren. Het is dan de taak van de zorgverlener om er ook voor hen te zijn. Door goed naar hen te luisteren, en waar mogelijk problemen voor hen op te lossen.”
Goed luisteren, ook naar de zorgverleners op de werkvloer, vervolgt Gobbens. “Loop als directeur of bestuurder daarom regelmatig de afdeling op. Alleen dan weet je wat er speelt. En kun je samen met jouw medewerkers werken aan een toekomstbestendige ouderenzorg. Praat dus niet over hen, maar mét hen.”
Michel van Dijk
