DOQ

Promovenda Jacobse: ‘Borstkankerbehandeling is een risicofactor voor hartschade ontwikkelen op lange termijn’

Judy Jacobse promoveerde recent aan de VU op onderzoek – verricht in het Antoni van Leeuwenhoek – naar de langetermijnrisico’s op hart- en vaatziekten bij borstkankerpatiënten die op jongere leeftijd (veelal onder de 50 jaar) behandeld zijn. Ook heeft ze bij een grote groep vrouwen, die 5 tot 12 jaar geleden behandeld waren voor borstkanker, met hartecho’s, strain-analyse en bloedonderzoek gekeken naar de aanwezigheid van subklinische hartschade. Dat is hartschade waar iemand geen klachten van heeft en die een mogelijke voorloper van hartfalen is.   

In het proefschrift van promovenda Judy Jacobse wordt beschreven welke behandelingen voor borstkanker, gegeven tussen 1970 tot 2012, de kans op hart- en vaatziekten verhogen. Deze informatie helpt artsen om beter in te schatten welke (ex-)borstkankerpatiënten een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten.  

Promovenda Judy Jacobse

Verhoogd risico 

Het is al veel langer bekend dat anthracycline-bevattende chemotherapie en doelgerichte therapie (in het bijzonder met het medicijn trastuzumab) het risico op hartfalen verhogen. Radiotherapie waarbij het hart wordt blootgesteld aan straling geeft een verhoogd risico op ischemische hartziekten. “Maar hoe hoog deze risico’s zijn bij borstkankerpatiënten die zijn behandeld op jongere leeftijd en of het risico op hart- en vaatziekten (vele) jaren na behandeling verhoogd blijft, was niet goed bekend”, stelt Jacobse. Volgens de uitkomsten van één van de studies hebben vrouwen die zijn behandeld met parasternale lymfeklierbestraling en anthracycline-bevattende chemotherapie een sterk verhoogd risico: zij hadden 9 maal verhoogde kans op hartfalen ten opzichte van borstkankerpatiënten die deze behandelingen niet hadden gekregen. Jacobse: “Dit relatieve risico was hoger dan de som van de afzonderlijke risico’s op hartfalen na parasternale lymfeklierbestraling én anthracycline-bevattende chemotherapie. Daarmee lijkt het erop dat deze twee behandelingen elkaar versterken ten aanzien van het risico op hartfalen.”  

“Het lijkt erop dat parasternale lymfeklierbestraling én anthracycline-bevattende chemotherapie elkaar versterken ten aanzien van het risico op hartfalen”

Meewegen in behandeling 

De risico’s op hart- en vaatziekten blijven 10 tot 15 jaar, of in sommige gevallen zelfs tot 20 jaar na de behandeling verhoogd. “Gelukkig vonden we dat de absolute langetermijnrisico’s beperkt zijn; in de meeste studies was het cumulatieve risico op hart- en vaatziekten 10 jaar na behandeling 5 procent of minder. Desalniettemin is het belangrijk dat bij artsen bekend is dat borstkankerbehandeling een onafhankelijke, additionele risicofactor is voor het ontwikkelen van hart- en vaatziekten op de lange termijn die zij terdege moeten meewegen bij begeleiding van patiënten.”  

“Het is belangrijk dat bij artsen bekend is dat borstkankerbehandeling een onafhankelijke, additionele risicofactor is voor het ontwikkelen van hart- en vaatziekten op lange termijn” 

Risico’s gelijk bij jong en oud 

Jacobse beschrijft in een tweetal cohortonderzoeken de risico’s op ischemische hartziekten, kleplijden en hartfalen na borstkankerbehandeling bij respectievelijk 14.000 en 9.000 vrouwen die ten tijde van de diagnose borstkanker 60 jaar of jonger waren en die in de periode 1970 tot 2009 in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam of de Daniel den Hoed kliniek/het Erasmus MC Kanker Instituut in Rotterdam waren behandeld. Het bleek dat de behandeling gerelateerde relatieve risico’s op hart- en vaatziekten gelijk waren voor vrouwen behandeld vóór en na hun vijftigste jaar. “Dit is een opvallende bevinding en geeft aan dat borstkankerbehandeling net zo schadelijk kan zijn voor patiënten behandeld op jongere leeftijd als voor patiënten behandeld op oudere leeftijd.”  
Wel was het cumulatieve risico op hart- en vaatziekten hoger bij borstkankerpatiënten behandeld op oudere leeftijd. De voornaamste reden hiervoor is dat klassieke cardiovasculaire risicofactoren voor hart- en vaatziekten zoals hypertensie, diabetes en hypercholesterolemie nou eenmaal veel meer voorkomen bij oudere patiënten. “Om het absolute risico op hart- en vaatziekten te verlagen is het daarom belangrijk dat de cardiovasculaire risicofactoren goed gemonitord en behandeld worden door de huisarts”, geeft Jacobse aan. 

“Om het absolute risico op HVZ te verlagen is het belangrijk dat de huisarts cardiovasculaire risicofactoren goed monitort en behandelt” 

Tekenen van subklinische hartschade 

“Als we hartschade na borstkankerbehandeling in een vroeg stadium kunnen opsporen en behandelen, kunnen we mogelijk bij een deel van de vrouwen voorkomen dat zij symptomatische hart- en vaatziekten ontwikkelen. Dat zou heel waardevol zijn, omdat bijvoorbeeld hartfalen een aandoening is die de kwaliteit van leven van ex-borstkankerpatiënten ernstig kan beïnvloeden”, zegt Jacobse. Er zijn echter weinig studies gedaan naar de aanwezigheid van subklinische hartschade (hartschade waar iemand geen klachten van heeft) bij vrouwen die lang geleden behandeld zijn voor borstkanker op jongere leeftijd. Ook is niet goed bekend welke meetmethode het meest sensitief is om subklinische schade op te sporen. 
“Om deze vragen te kunnen beantwoorden hebben wij de HARBOR-studie (HARtschade na BORstkankerbehandeling) opgezet”, vertelt ze. Aan deze studie hebben 569 vrouwen meegedaan die 5 tot 7 of 10 tot 12 jaar geleden behandeld waren voor borstkanker in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam of het Universitair Medisch Centrum Groningen en die toen tussen 40 en 50 jaar oud waren. “We hebben de aanwezigheid van subklinische hartschade vergeleken tussen vrouwen behandeld met en zonder anthracycline-bevattende chemotherapie en zagen dat vrouwen die anthracyclines hadden gekregen veel vaker subklinische hartschade hadden. Ook zagen we dat strain-analyse, een nieuwe methode om te kijken naar vervorming van de hartspier gedurende een hartcyclus, een veelbelovende maat is om subklinische hartschade op te sporen.”  

Progressief op lange termijn

Jacobse en haar collega’s maken plannen om herhaaldelijke metingen te doen bij alle studiedeelneemsters. “Door deze vrouwen en hun hartspierfunctie te volgen over de jaren kan er gekeken worden bij welke vrouwen subklinische hartschade op de lange termijn progressief is.” Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden om te onderzoeken of het zinvol is om vrouwen met tekenen van hartschade op te sporen en te behandelen met bijvoorbeeld medicijnen, om te voorkomen dat subklinische hartschade leidt tot manifest hartfalen. 

“Het AvL is nu een risico-predictiemodel aan het ontwikkelen om de kans op HVZ na borstkankerbehandeling te voorspellen” 

Radiotherapie 

Het promotieonderzoek van Jacobse nam vijf jaar in beslag. Inmiddels werkt ze als assistent in opleiding tot radiotherapeut in het LUMC. “Ik vind het leuk om te kijken hoe we de bijwerkingen van straling op gezonde weefsels zoveel mogelijk kunnen beperken, terwijl de effectiviteit van de oncologische behandeling gewaarborgd blijft”, legt ze uit. “De resultaten van mijn proefschrift benadrukken het belang van het blijven ontwikkelen van methoden om het hart zoveel mogelijk te sparen bij bestraling van (borst)kankerpatiënten”, concludeert ze.  

De resultaten uit haar onderzoek zullen niet op een plank blijven liggen. “Een onderzoeksteam in het Antoni van Leeuwenhoek is nu bezig met het ontwikkelen van een risico-predictiemodel om de kans op hart- en vaatziekten na borstkankerbehandeling te voorspellen. Een dergelijke tool kan hopelijk in de toekomst helpen om de voor- en nadelen van de behandelingen ten aanzien van terugkeer van de ziekte en lange termijn-bijwerkingen zoals hartschade vooraf beter te kunnen wegen. En zelf neem ik wat ik geleerd heb al mee de spreekkamer in: verwijs (borst)kankerpatiënten die behandeling hebben gehad die potentieel schadelijk is voor het hart laagdrempelig naar een cardioloog als zij klachten uiten die kunnen wijzen op hart- en vaatziekten.”  


 Judy Jacobse promoveerde aan de Vrije Universiteit 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Als oorlog de zorg op de proef stelt

Bij een grootschalig conflict zullen ook Nederlandse ziekenhuizen grote aantallen gewonde militairen moeten opvangen. Traumachirurg en militair Eelco Huizinga vertelt wat dat van de zorg kan vragen. “Als zorgprofessional moet je je afvragen: wat wordt er van mij verwacht?”

Wacht niet tot de patiënt zich uitspreekt

Patiënten lijken tegenwoordig mondiger dan ooit. Maar vijftig jaar onderzoek laat een ander beeld zien. Mondigheid blijkt bovendien niet alleen iets van de patiënt: ook de zorgverlener bepaalt hoeveel ruimte een patiënt krijgt, stelt Sandra van Dulmen.

Casus: vrouw met pijn op de borst na kankerdiagnose

Een 73-jarige vrouw bezoekt de Spoedeisende Hulp vanwege misselijkheid, kortademigheid en acute pijn op de borst. Een paar dagen ervoor kreeg zij te horen dat zij waarschijnlijk uitgezaaide alvleesklierkanker heeft. Wat is uw diagnose?

Gebrek aan samenwerking remt inzet van AI in de zorg

Veel AI-toepassingen voor de zorg bereiken de werkvloer niet. Sara Ben Hmido onderzocht welke barrières implementatie in de weg staan en legt uit waarom samenwerking vanaf het begin cruciaal is. “Als AI-ontwikkelaar moet je vanaf het begin optrekken met zorgverleners.”

Casus: vrouw met symptomatisch galsteenlijden zonder cholecystitis

Een 41-jarige vrouw bezoekt de SEH vanwege buikpijn. Echografie van het abdomen toont een dunwandige galblaas gevuld met concrementen en verwijde galwegen. De radioloog concludeert dat er sprake is van choledocholithiasis zonder cholecystitis. Wat is uw beleid?

Voorkom aangeleerde hulpe­­loosheid: laat zorgprofessionals zelf met oplos­­singen komen

Als zorgprofessionals herhaaldelijk ervaren dat hun inbreng niets verandert, kunnen ze stoppen met meedenken. Kjeld Aij legt uit hoe kleine verbeteringen en meer invloed op de werkvloer aangeleerde hulpeloosheid kunnen voorkomen. “Er is bijna altijd enige invloed, hoe klein ook.”

Op het spoor van een intoxicatie

Volgens SEH-arts en toxicoloog Femke Gresnigt ontbreekt een intoxicatie nog te vaak in de differentiaaldiagnose. “Soms denken we daar pas aan als andere oorzaken zijn uitgesloten. Dan kan er al kostbare tijd verloren zijn gegaan.”

Casus: progressieve kortademigheid na embolisatie van een varicocele

Een 36-jarige man presenteert zich op de SEH met toenemende kortademigheid, hoesten, algehele malaise en koorts. Negen dagen ervoor heeft hij een endovasculaire embolisatie met cyanoacrylaat ondergaan vanwege een symptomatische varicocele. Wat is uw diagnose?

Meer halen uit bestaande medicijnen

Een verminderde nierfunctie betekende lange tijd dat pemetrexed geen behandeloptie was. Rob ter Heine en Nikki Bleijs-de Rouw onderzochten hoe dit toch veilig kan worden ingezet en lieten zien hoeveel winst te behalen valt met onderzoek naar bestaande geneesmiddelen.

Resistente schimmels: het ondergeschoven kindje in het gezondheidsdebat

Resistente schimmels vormen een groeiend maar nog onderbelicht gezondheidsrisico, waarschuwt Paul Verweij. Een internationale aanpak is hierbij nodig. “Tot vijf jaar geleden kenden wij Candida auris niet eens, nu verspreidt deze zich wereldwijd.”