Psychiater Scheepers: ‘Eindelijk ging het niet over ADHD, maar over hém’

mm
redactie
Redactioneel,
30 augustus 2019

Floortje Scheepers is medisch afdelingshoofd psychiatrie in het UMC Utrecht. Ze vertelt over een patiënt die ze niet snel vergeet. “Geweldig om te zien hoe deze jongen veranderde van een mokkende puber in een enthousiaste prater.” (Bron artikel: UMC Utrecht*)

“Deze 16-jarige jongen had al een aantal psychiaters achter de rug, een lijst met diagnoses en een geschiedenis van therapieën en medicatie. Hij was vastgelopen. Van school gestuurd, thuis moeilijk te handhaven, knetterende ruzies, somber, wilde alleen nog maar gamen. Hij en zijn ouders hadden een afspraak met me: nog een poging om te kijken wat er met hem aan de hand is. Dat doen we vaak, second opinions. Daarbij gaan we na welke onderzoeken er zijn gedaan, wat de resultaten waren, welke conclusies daaruit zijn getrokken en welke behandelingen zijn ingezet. Op basis daarvan bevestigen we soms bevindingen van een eerdere psychiater of we adviseren bijvoorbeeld aanvullend onderzoek.”

Floortje Scheppers, psychiater en medisch afdelingshoofd psychiatrie in het UMCU
(Foto: UMC Utrecht)

Brij

“Voordat deze jongen en zijn ouders bij me kwamen, nam ik de verwijspapieren nog eens door. Hij had al zoveel behandelaars gezien, er speelde zoveel, het was zo’n brij; ik zag door de bomen het bos niet meer. Toen heb ik een tekening gemaakt met de jongen in het midden en alles wat ik over hem wist in bollen er omheen. Zijn diagnoses, een verhuizing, zijn ouders, de school, zijn hobby’s, de medicatie en zijn vrienden kregen allemaal een eigen bol. Daarna probeerde ik wat verbanden aan te leggen met plussen en minnen.” 

Eindelijk enthousiasme

“Toen hij hier met zijn ouders aan tafel zat, gluurde hij naar mijn tekening. ‘Gaat dat over mij?’, vroeg hij. Enigszins beschaamd – omdat het er vrij chaotisch uitzag – beaamde ik dat en pakte de tekening erbij. Terwijl we alle bollen bespraken zag ik hem opengaan. Vooral bij de aparte bol voor diagnoses omdat die niet in het midden stond. Dáár stond gewoon zijn naam. Waar hij eerst een houding had van een mokkende puber, met de armen over elkaar die verplicht de zoveelste psychiater aanhoorde, werd hij enthousiast.”

Concreter

“Hij gaf zijn mening over de bollen die ik had getekend, vulde de plussen en minnen aan wat positief voelde en wat negatief en voegde extra bollen toe. Het overlijden van zijn oom viel hem bijvoorbeeld zwaar, dat moest ook in een bol. Voor zijn gevoel was dit het eerste gesprek dat echt over hem ging, niet over ADHD of autisme. Hij praatte met mij niet als een psychiater die een diagnose ging stellen maar als iemand die interesse in hém had.

Ook op mezelf had het gesprek effect. Ik dacht altijd dat ik naar de hele patiënt keek en niet alleen naar de problemen maar nu wist ik dat ik dat nog veel concreter kon maken.”

Verschillende wegen naar Rome

“Het gesprek ging verder. We beantwoordden de vraag wat hij zou willen veranderen aan alle bollen en welke invloed hij daar zelf op zou kunnen hebben. Er zijn vele wegen naar Rome. Medicatie veranderen of verhogen is er één, maar misschien helpt aandacht voor een of meerdere van de andere bollen ook, of zelfs beter. Zo gaf hij aan moeite te hebben met de verschillende opvoedingsstijlen van zijn ouders. Zijn vader stelde bijvoorbeeld strikte eisen over wat hij allemaal anders moest doen, terwijl zijn moeder meegaander was en meer begrip had. Hiermee kreeg de jongen hele verschillende signalen, dat maakte het voor hem onduidelijk. We spraken af dat de ouders hierin eenduidiger zouden optreden. Dat hielp hem. Ook vertelde hij dat hij nog steeds last had van het overlijden van zijn oom, dat hij er ‘s nachts wakker van lag. Slecht slapen kan ook weer tot veel andere problemen leiden. Dus inzetten op een goede verwerking van het overlijden kon voor hem veel oplossen.”

Ploeteren

“Na dit gesprek waren zijn problemen niet in één keer verdwenen. Het blijft ploeteren, zoeken naar de goede weg en keer op keer opnieuw uitvogelen wat werkt. Maar de tekening en het gesprek zijn me zo sterk bijgebleven. Het maakt het gemakkelijker breder te kijken en verschillende oplossingen te zien en niet alles te benaderen vanuit een diagnose. Ik bespreek sindsdien zo’n ‘bollen-tekening’ met al mijn patiënten.”

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van het UMC Utrecht

, , ,
Deel dit artikel