Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Psychosociale impact CRS: ‘Aanzienlijk en toch onderschat’
Voor Marc den Heijer, bijna afgestudeerd KNO-arts in het UMC Groningen, draait zorg voor patiënten met chronische rhinosinusitis (CRS) om meer dan alleen fysieke verlichting. Zijn onderzoek benadrukt het belang van aandacht voor kwaliteit van leven. Want achter ogenschijnlijk onschuldige klachten schuilt vaak een grote impact op het dagelijks functioneren. “Hun klachten zijn grotendeels onzichtbaar, maar de invloed op het leven is dat allerminst.”
Een verstopte neus, geelgroen snot en aangezichtspijn. Allemaal klachten die passen bij een neusbijholteontsteking. Meestal gaan die binnen enkele weken vanzelf weer over. Soms blijft de ontsteking echter bestaan of terugkomen. Marc den Heijer zit in de afrondende fase van zijn opleiding tot KNO-arts in het UMC Groningen. Begin juli verdedigde hij met succes zijn proefschrift over de kwaliteit van leven van patiënten met chronische rhinosinusitis (CRS). “Dat zijn mensen van wie het slijmvlies van de neus en de neusbijholten langer dan twaalf weken is ontstoken. Zij klagen over een verstopte neus, loopneus, een pijnlijk of drukkend gevoel in het gezicht of reukverlies. CRS kent verschillende oorzaken, waaronder infecties, allergieën en neuspoliepen.”

“Artsen richten zich van nature meer op fysieke en minder op psychosociale klachten bij CRS”
KNO-arts in opleiding Marc den Heijer
Onderschatting
Hoeveel mensen in Nederland CRS hebben, is volgens Den Heijer niet precies duidelijk. “Schattingen lopen uiteen van 4 tot 16% van de volwassen bevolking, afhankelijk van welke diagnostische criteria en meetmethoden in de onderzoeken zijn gebruikt. Het gaat dus om een grote groep patiënten bij wie je aan de buitenkant niet ziet dat ze ziek zijn. Hun klachten zijn grotendeels onzichtbaar en onschuldig, niemand overlijdt eraan. Juist daarom wordt de impact van CRS op de kwaliteit van leven gemakkelijk onderschat. Die invloed kan aanzienlijk zijn, niet alleen door de neus(bijholte)klachten, maar met name door aanhoudende slaapproblemen, vermoeidheid en concentratieproblemen. Dat heeft een weerslag op iemands sociale leven, werk en stemming.”
Moeilijk te meten
Tijdens zijn opleiding merkte Den Heijer dat artsen vooral oog hebben voor de fysieke klachten van patiënten met CRS, en zich van nature minder richten op de psychosociale aspecten van ziekte. “Die aspecten zijn subjectief en vaak moeilijk te meten en te behandelen. Neem bijvoorbeeld de SNOT-22: wereldwijd de meest gebruikte vragenlijst om de ernst van neusbijholteklachten in maat en getal uit te drukken. Slechts 3 van de 22 vragen in die lijst hebben betrekking op het psychosociale domein. Dat is veelzeggend.”
Volledig beeld
Om meer inzicht te krijgen in de kwaliteit van leven van patiënten met CRS is in het UMC Groningen een nieuwe vragenlijst ontwikkeld en gevalideerd, genaamd de EES-Q. “Daarin is het aantal vragen over fysieke klachten en kwaliteit van leven veel evenwichtiger verdeeld”, vertelt Den Heijer. “We willen immers niet alleen weten of de patiënt minder snot heeft, maar ook of hij zich daardoor beter voelt. In ons ziekenhuis gebruiken we de EES-Q inmiddels structureel op meerdere momenten in het zorgtraject: vóór de behandeling, kort erna en zelfs tot vijf jaar later. Zo krijgen we een volledig beeld van het effect van onze behandelingen.”
“Zolang de patiënt klachten heeft, is het adagium: spoelen, spoelen en nog eens spoelen”
Geen pretje
Neusspoelingen en intranasale corticosteroïden vormen de hoeksteen van de behandeling van CRS, geeft Den Heijer aan. “Het doel is om daarmee de klachten te verhelpen of dusdanig te verminderen dat ze geen invloed meer hebben op de kwaliteit van leven. Ongeacht de onderliggende oorzaak, krijgen alle patiënten met CRS op onze poli het advies om regelmatig te spoelen met een zoutoplossing. Bij voorkeur gebruiken ze daarbij een hulpmiddel, zoals de neusdouche van NasoFree of de Rhino Horn. Niet iedereen vindt neusspoelen een pretje, maar het is wel een uiterst effectieve manier om slijm, bacteriën en allergenen af te voeren. Zolang de patiënt klachten heeft, is het adagium simpel: spoelen, spoelen en nog eens spoelen. Op die manier krijgt het neusslijmvlies kans om te herstellen en kan een ernstige ontsteking worden voorkomen.”


