Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Pulstherapie met methylprednisolon: pillen in plaats van infuus
Patiënten met een reumatologische aandoening hebben soms pulstherapie met glucocorticoïden nodig. Traditioneel wordt dit intraveneus gegeven. Orale pulstherapie werkt echter net zo goed, is veilig en scheelt de patiënt enkele dagen ziekenhuisopname. Dit betoogt reumatoloog Laura Schenning van Gelre ziekenhuizen in The Lancet Rheumatology.
Al bijna 80 jaar zijn prednison en vergelijkbare glucocorticoïden de onvermoeibare ‘werkpaarden’ bij de behandeling van reumatische aandoeningen, al dan niet in combinatie met andere medicatie. “Soms is het nodig de patiënt te behandelen met een heel hoge en daardoor zeer snel werkende dosis glucocorticoïden”, vertelt Schenning. “Bijvoorbeeld als de ziekteactiviteit ineens sterk toeneemt. Berucht is het plots optredend, irreversibel visusverlies bij craniële reuscelarteriitis. Dat begint meestal aan één oog. Snel beginnen met pulstherapie met methylprednisolon gedurende enkele dagen kan dan visusverlies van het andere oog voorkomen.”

“Per toeval kwam ik erachter dat neurologische patiënten soms orale pulstherapie krijgen”
Reumatoloog Laura Schenning
Intraveneus versus oraal
Waar voor de meeste indicaties de behandeling met prednisolon bestaat uit het innemen van tabletten in verschillende doseringen (doorgaans maximaal 1 mg/kg per dag) volgens een afbouwschema, is het de gewoonte de pulstherapie (doorgaans 1.000 mg methylprednisolon per dag gedurende 3 dagen) intraveneus toe te dienen. Schenning: “Zo staat het ook beschreven in nationale en internationale richtlijnen. Tijdens mijn opleiding in Amsterdam UMC kwam ik er per toeval achter dat neurologische patiënten soms orale in plaats van intraveneuze pulstherapie krijgen. Bij patiënten met MS, bijvoorbeeld, is zelfs in een gerandomiseerd onderzoek aangetoond dat orale pulstherapie niet onderdoet voor intraveneuze pulstherapie.”
“We doen het zo, omdat we het altijd zo doen”
Geen onderbouwing
Dat leidde bij Schenning tot de vraag waarom binnen de reumatologie de pulstherapie altijd per infuus wordt gegeven. Haar collega’s konden dit niet duidelijk onderbouwen. “We doen het zo, omdat we het altijd zo doen, luidde kort samengevat hun antwoord.” Daarop besloot Schenning zich verder in het onderwerp te verdiepen. “Een duik in de literatuur leverde het inzicht op dat de biologische beschikbaarheid van methylprednisolon bij orale toediening gemiddeld 88% is. Met 1.000 mg per dag bereik je dus ook bij orale toediening een flink hoge bloedspiegel. Daarnaast vond ik enkele – weliswaar kleine en verouderde – studies die suggereren dat orale pulstherapie ook bij patiënten met een reumatische aandoening veilig en effectief zou kunnen zijn. Die studies hebben echter nooit geleid tot een groter, gedegen onderzoek.”
Een lans breken
Op basis van haar bevindingen vond Schenning het tijd om publiekelijk een lans te breken voor orale pulstherapie bij patiënten met een reumatologische aandoening. Dat deed zij door hierover samen met reumatologen Marieke van Onna en Sander Tas, haar toenmalige collega’s in het Amsterdam UMC, een artikel te schrijven, dat in The Lancet Rheumatology is gepubliceerd. Hierin zetten ze onder andere de beschikbare kennis uiteen over de veiligheid en effectiviteit van orale versus intraveneuze pulstherapie.
“Orale pulstherapie is even effectief en veilig als intraveneuze pulstherapie”
Voordelen van oraal
“Uit de bestaande literatuur concluderen wij dat orale pulstherapie even effectief en veilig is als intraveneuze pulstherapie”, zegt Schenning. “Orale pulstherapie heeft volgens ons echter enkele belangrijke voordelen ten opzichte van intraveneuze behandeling. Op de eerste plaats is het veel prettiger voor de patiënt. Die hoeft immers niet drie dagen in het ziekenhuis te verblijven. Patiënten moeten wel drie dagen lang 10 pillen per dag innemen, maar dat weegt voor de meesten minder zwaar dan een ziekenhuisopname van drie dagen. Daarnaast zijn uit het oogpunt van duurzaamheid pillen altijd te verkiezen boven een toediening per infuus. Intraveneuze behandelingen geven immers meer afval en behoeven meer reisbewegingen. Ze hebben dus een grotere CO2-voetafdruk. Orale pulstherapie in de thuissituatie betekent bovendien minder belasting van het zorgsysteem, doordat er geen ziekenhuisbed bezet wordt en er minder zorgkosten worden gemaakt, ondanks dat de pillen iets duurder zijn dan het infuus. Ten slotte verlaagt de optie van orale pulstherapie mogelijk de drempel om bij toenemende ernst van een reumatologische aandoening over te gaan op pulstherapie. Het feit dat hiervoor nu nog een opname nodig is kan soms leiden tot uitstel van de behandeling.”
Snel overstag gaan
Het enige nadeel van orale pulstherapie dat Schenning tot nu toe is tegengekomen, is dat de pillen niet worden vergoed door de zorgverzekeraar, omdat orale pulstherapie bij hen niet als standaardbehandeling wordt gezien. “Hopelijk draagt onze publicatie eraan bij dat de zorgverzekeraars snel overstag gaan en ook orale pulstherapie met glucocorticoïden vergoeden voor patiënten met een reumatologische aandoening.”
Referentie: Schenning LCM, et al. Oral glucocorticoid pulse therapy: a modest change in clinical practice with major benefits. Lancet Rheumatol. 2026;8:e228-31.
Marten Dooper
