DOQ

Reanimatie bespreken? Alleen als het past

Iedere arts op de spoedeisende hulp kent het moment: een patiënt wordt net binnengebracht, er is haast, onrust, onzekerheid. En dan de vraag, bijna automatisch: ‘Wilt u gereanimeerd worden?’ Internist en hoogleraar Yvo Smulders (Amsterdam UMC) vindt het tijd om deze standaardpraktijk kritisch te bekijken. “Het is een vraag die vaak op het verkeerde moment wordt gesteld, door de verkeerde persoon, in de verkeerde context.”

Smulders herinnert zich hoe onwennig hij zich als jonge arts voelde bij het stellen van de reanimatievraag. “Je staat aan het bed van iemand met een infectie of een gebroken been en ineens moet je vragen: ‘Wilt u gereanimeerd worden?’ De patiënt schrikt en denkt niet zelden: is het dan zó ernstig? Terwijl dat risico vaak helemaal niet aan de orde is.”

Volgens Smulders is de praktijk om bij iedere opname expliciet naar reanimatie- of IC-wensen te vragen, veelal ingegeven door routine of een verkeerd begrepen juridische plicht. “Artsen denken dat ze deze vraag moeten stellen om juridisch gedekt te zijn, maar dat klopt niet. Sterker nog, ethici en juristen geven aan: zo’n persoonlijke vraag mag je alléén stellen als daar voldoende aanleiding voor is.”

“Bij jonge, gezonde mensen kan je best het standaardbeleid noteren, tenzij ze expliciet iets anders aangeven”

Internist en hoogleraar Yvo Smulders

Waarom het anders moet

De timing is volgens Smulders cruciaal. “Patiënten voelen zich op zo’n acuut moment vaak beroerd, hebben pijn, angst, en zijn soms nauwelijks in staat om rationele beslissingen te nemen. ‘Shared decision making’ is dan bijna onmogelijk.” Bovendien is er vaak een grote kenniskloof: veel patiënten hebben een onvolledig of vertekend beeld van wat reanimatie of IC-opname inhoudt.

Smulders pleit daarom voor een meer contextuele benadering. “In plaats van de ja/nee-vraag, kun je beter vragen: ‘Zijn er behandelingen die u liever niet zou willen ondergaan?’ Dat opent het gesprek en voorkomt dat het gesprek onnodig stressvol wordt.”

Juridisch mag het ook anders

Er is bovendien meer juridische ruimte dan veel artsen denken. “Een behandelcode mag in het dossier worden genoteerd zonder dat het gesprek gevoerd is, mits er geen aanwijzing is dat de patiënt het anders zou willen”, legt Smulders uit. “Bij jonge, gezonde mensen kan je dus best het standaardbeleid noteren, tenzij ze expliciet iets anders aangeven.”

Die benadering sluit ook beter aan bij het juridische en ethische kader van informed consent. “Je mag als arts alleen invasieve of persoonlijke vragen stellen als daar medisch gezien aanleiding toe is,” licht Smulders toe. “Dat geldt voor vragen over iemands seksuele voorkeur, maar net zo goed voor vragen over reanimatie, wat in feite een heel persoonlijke vraag over het einde van iemands leven is. Het is dus helemaal niet vanzelfsprekend dat je die vraag zomaar stelt bij een patiënt die komt voor een routine-opname.”

“Steeds meer ziekenhuizen laten de vraag pas stellen als daar echt aanleiding toe is”

Leidraad voor een nieuwe praktijk

De Federatie Medisch Specialisten heeft inmiddels een leidraad uitgebracht die artsen ondersteunt bij het maken van zorgvuldige behandelafspraken. “Die helpt om los te komen van het automatisme,” zegt Smulders. “Steeds meer ziekenhuizen gaan mee in deze lijn. Ze passen de formulieren aan of laten de vraag pas stellen als daar echt aanleiding toe is.”

Toch merkt hij dat het proces langzaam gaat. “De reflex is diep verankerd. Artsen denken al snel: als het in het dossier staat, moet het ook besproken zijn. Maar dat is juridisch niet nodig en ethisch soms zelfs onwenselijk. De richtlijn maakt nu duidelijk dat het omgekeerde juist kan kloppen: als er géén aanleiding is, hoef je het niet per se te bespreken.”     

“We zijn geen invulmachines, we zijn artsen”

Meer dan protocollen

Voor Smulders raakt deze discussie aan iets groters. “Het gaat over de menselijke kant van zorg. Weten wanneer je iets moet bespreken, met wie en hoe. En ook: weten wanneer je even moet wachten.” In een steeds verder geprotocolleerde zorgomgeving vraagt dat om vertrouwen op professioneel inzicht. “We zijn geen invulmachines, we zijn artsen. En dat betekent ook: durven afwijken als de situatie daarom vraagt.”

Zijn boodschap aan collega’s is helder: “Gebruik je eigen oordeel. Laat ruimte voor timing en voor nuance. Want dat is ook goede zorg.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.