DOQ

Cardioloog prof. dr. Maas: ‘De patiënt heeft zich méér geëmancipeerd dan onze beroepsgroep’

De groepscultuur onder cardiologen mag wel wat vrouwvriendelijker worden, zo stelt cardioloog prof. dr. Angela Maas. De huidige mentaliteit heeft onder meer tot gevolg dat weinig vrouwen zich tot het cardiologenvak voelen aangetrokken. Ook is er volgens Maas onvoldoende aandacht of er een mannelijke of vrouwelijke patiënt in de behandelkamer zit. Ze pleit al jaren voor meer aandacht voor een genderspecifieke benadering in de opleiding tot cardioloog. ‘Maar de beroepsgroep wil niet. Terwijl met een genderspecifieke benadering al die vrouwenpoli’s niet meer nodig zouden zijn.’

Veel vrouwen willen per se naar een vrouwencardiologie-poli. Betekent dit dat er meer vrouwelijke cardiologen zouden moeten zijn? ‘Nee, dat hoeft niet’, stelt cardioloog prof. dr. Angela Maas van het Radboudumc. ‘Het is niet vanzelfsprekend dat vrouwelijke cardiologen allemaal affiniteit hebben met dit thema. Ik weet wel dat er vrouwelijke artsen zijn die niet voor het vak kiezen omdat ze vinden dat het onvoldoende vrouwvriendelijk is. Zelf had ik dat tijdens mijn opleiding al in de gaten. Ik probeerde mij toen soms stoerder voor te doen dan mijn mannelijke collega’s in de opleiding. Maar toen ik was afgestudeerd en een paar jaar aan het werk was, merkte ik dat die stoere jas mij helemaal niet paste, ik wilde gewoon een aardige dokter zijn. Maar als je je in dit vak staande wilt houden, moet je echt wel je mannetje staan. Onze patiënten zijn meer geëmancipeerd dan wij. Cardiologen zijn beslist aardige mensen hoor, maar als je ze bij elkaar zet ontstaat wel een zekere groepscultuur. En van jonge collega’s hoor ik vaak dat dit een cultuur is die hen afstoot. De komst van meer vrouwelijke collega’s zal dat probleem vrees ik niet oplossen.’

Cardioloog prof. dr. Angela Maas

Verschil man / vrouw

Welke oplossing zou dan wel werken? ‘Dat de beroepsgroep meer aandacht krijgt voor de ontwikkelingen in het veld’, zegt Maas. ‘Beter luisteren naar en praten met de patiënt dus. En je meer bewust zijn van de vraag of er in de behandelkamer een man of een vrouw tegenover je zit. Een meer genderspecifieke benadering kortom. Als dat gerealiseerd is, zijn al die vrouwenpoli’s niet meer nodig.’

Waspoedercultuur

Maar Maas heeft er een hard hoofd in of deze wens snel uit zal komen. Ze zegt: ‘We hadden als beroepsvereniging onlangs eindelijk een vrouwelijke voorzitter en wat kreeg zij bij haar beëdiging: twee pakken waspoeder. Dat was leuk bedoeld, werd achteraf gezegd, maar het is natuurlijk gewoon schofferend. De beroepsgenoten die zulke dingen doen, leren er gewoon niets bij en daar blijf ik tegen protesteren. Tot hun ergernis trouwens, merkte ik al toen ik in 2010 de Corrie Hermann Prijs won. Ik moest toen bij het verenigingsbestuur op het matje komen omdat ik zulke onaardige dingen had gezegd over de cultuur in de beroepsgroep. Zoiets werkt bij mij echter als een rode lap op een stier.’

“Het ligt aan de patiënt”

Cardiologen vinden patiënten al snel zeurpieten, zei Maas in een recent interview in NRC Handelsblad. Is dat geen brevet van onvermogen? ‘Natuurlijk wel’, zegt ze. ‘Wat ik vaak zie gebeuren is dat vrouwen bij cardiale klachten worden gedotterd maar dat ze daarna aangeven nog steeds dezelfde klachten te hebben. Dan wordt er weer een katheterisatie gedaan en wordt geconcludeerd dat de stent er toch echt goed in zit. “Het ligt aan de patiënt”, wordt dan gezegd. Maar de bloeddruk wordt niet gemeten, terwijl dit bij vrouwen op middelbare leeftijd heel goed de oorzaak kan zijn van klachten, en het triggert ook functionele coronaire afwijkingen. Een stent plaatsen en denken dat het klaar is, werkt dan niet.’

Cardiologie voor vrouwen

Dat klinkt als een pleidooi voor meer aandacht voor genderspecifieke opleiding in de cardiologie. ‘Daar pleit ik al jaren voor’, zegt Maas, ‘maar de beroepsgroep wil niet. Het is ook niet in het nieuwe beleidsplan van de vereniging opgenomen. Daarom ben ik met de Radboud Health Academy maar bezig om zelf een gedegen cursus op te zetten over cardiologie voor vrouwen. Gelukkig staat het Radboudumc hiervoor open.’

Behandelbaar

In NRC erkende ze zelf een hoge bloeddruk te hebben. En dan toch zoveel hooi op haar vork nemen? ‘De helft van de vrouwen van mijn leeftijd heeft dat’, zegt ze, ‘het is prima te behandelen. En als ik alle stressfactoren moest uitsluiten waaraan ik blootsta, moest ik heel veel activiteiten neerleggen die ik nu zo graag doe.’

 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij keuze voor geneesmiddel

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes, arts-docent en onderzoeker in het Amsterdam UMC.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.