DOQ

Regelmatig checken op nierschade bij kinderen met mononier

Kinderen met een mononier hebben meer kans op het ontwikkelen van nierschade. Dat blijkt uit een groot Nederlands onderzoek van het Radboudumc naar risicofactoren voor die schade bij deze kinderen. De resultaten benadrukken het belang van regelmatige controles, met extra aandacht voor overgewicht.

Kinderen met een mononier (solitary functioning kidney, SFK), als gevolg van een erfelijke afwijking of een operatieve verwijdering van de andere nier, hebben meer kans op het ontwikkelen van nierschade in een latere levensfase. De beschikbare langetermijnstudies naar SFK wijzen op een verlaagde glomerulaire filtratie, nierfalen, en langetermijncomplicaties zoals cardiovasculair lijden.

“Dankzij grote betrokkenheid van kinderartsen, kindernefrologen en kinderurologen hebben we het grootste cohort ter wereld samengesteld”

Arts en epidemioloog in opleiding Sander Groen in ’t Woud

SOFIA-studie

Hoewel er rollen lijken te bestaan voor genetische, perinatale en leefstijlgerelateerde factoren, is nog grotendeels onbekend waarom sommige kinderen met een mononier nierschade ontwikkelen en anderen niet. Wetenschappers van het Radboudumc zetten daarom de SOFIA (Solitary Functioning Kidney: Aetiology and Prognosis)-cohortstudie op om dit te onderzoeken.
Het retrospectieve cohort van de SOFIA-studie bestaat uit 990 minderjarige patiënten met een mononier afkomstig uit 36 Nederlandse ziekenhuizen. Van alle patiënten haalden de onderzoekers uit elektronische patiëntendossiers informatie over de oorzaak van de SFK, blootstelling aan mogelijke risicofactoren en follow-updata. Daarnaast werd ouders gevraagd online vragenlijsten in te vullen over de gezondheid van hun kind.

Risicofactoren

De onderzoekers formuleerden risicofactoren voor nierschade op basis van bestaande literatuur en kennis van de pathofysiologie. Deze risicofactoren waren: het vrouwelijke geslacht, vroeggeboorte, de oorzaak van de SFK, aanwezigheid van extrarenale aangeboren afwijkingen, rechtszijdige SFK, andere aangeboren afwijkingen aan de nieren en de urineweg, infecties van de urineweg in het eerste levensjaar, grootte van de functionerende nier na 90 dagen en 1 jaar, en een hoge BMI.
Uit analyse van deze risicofactoren bleken het vrouwelijke geslacht, ernstige aangeboren afwijkingen aan de nieren en de urineweg en een hoge BMI te zijn geassocieerd met een hoger risico op nierschade. Verder bleek in het gehele cohort bij 39% van de kinderen met aangeboren SFK ernstige nierschade voor te komen. Bij kinderen met een niet-aangeboren SFK was dit 37%. Indicatoren van nierschade bleken respectievelijk bij 75% en 80% van de patiënten aanwezig te zijn. Volgens de auteurs laten de resultaten van hun onderzoek zien dat SFK een aandoening is waarvoor langetermijn-follow-up is geïndiceerd.

Groot cohort

Deze studie laat zien dat een groot aandeel van de kinderen met SFK nierschade ontwikkelt. De onderzoekers identificeren risicofactoren die behandelaars kunnen gebruiken bij de begeleiding van hun patiënten. Zij zouden moeten worden gevolgd tot volwassen leeftijd, schrijven de auteurs, waarbij behandelaars extra aandacht moeten geven aan overgewicht als een te voorkomen risicofactor.
“Bij deze kinderen is het dus extra van belang om overgewicht te voorkomen, om zo hun mononier zo min mogelijk te belasten”, zegt eerste auteur Sander Groen in ’t Woud, arts en epidemioloog in opleiding bij het Radboudumc. “Dankzij de grote betrokkenheid van de kinderartsen, kindernefrologen en kinderurologen uit de 36 participerende centra hebben we het grootste cohort ter wereld voor kinderen met een mononier kunnen samenstellen. Zelfs bij zo’n brede groep kinderen komen vaak tekenen van nierschade voor. Dat benadrukt het belang van regelmatige controles.”

Referentie: Groen In ’t Woud S, Roeleveld N, Westland R, et al. Solitary Functioning Kidney: Aetiology and Prognosis (SOFIA) study group. Uncovering risk factors for kidney injury in children with a solitary functioning kidney. Kidney Int. 2023 Jan;103(1):156-165. doi: 10.1016/j.kint.2022.09.028. Epub 2022 Oct 28. PMID: 36374825.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Waarom praten over wat écht telt eerder moet beginnen

In de palliatieve fase ervaren patiënten met gevorderde kanker vaak minder keuzevrijheid dan artsen denken, blijkt uit promotieonderzoek van Daisy Ermers. Gesprekken over wat voor patiënten echt belangrijk is, komen vaak laat op gang.

Weg met de dokter: de positieve werking van natuur op gezondheid

Contact met de natuur kan stress verminderen en het welzijn verbeteren, vertelt huisarts Pim van den Dungen. Een ervaring die hij graag wil delen met andere zorgverleners. Ook in de spreekkamer ziet hij kansen voor natuur in de zorg.

Casus: man met verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling

Een 58-jarige man komt bij de medisch seksuoloog vanwege verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling. Sildenafil heeft een matig effect gehad en de voorgeschreven vacuümpomp gebruikt hij niet. Wat is het meest aangewezen beleid?

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.

Farmacogenetica kan bijwerkingen en therapiefalen voorkomen

Onverklaarbare bijwerkingen of het uitblijven van een effect zijn voor apotheker Peter Mourad redenen om farmacogenetisch onderzoek te doen. “Door tijdig rekening te houden met iemand genetische profiel, kan veel onnodige schade worden voorkomen.”

Casus: oudere man met algehele malaise

Een 84-jarige man presenteert zich op de spoedeisende hulp met sinds een week algehele malaise. Daarbij heeft patiënt zeurende pijn in de linkerflank, met uitstraling naar de rug, en last van polyurie. Wat is uw diagnose?