Richt medicatiebewaking van QTc-interacties alleen op hoogrisico-geneesmiddelen en -patiënten

mm
Marc de Leeuw
Redactioneel,
19 juli 2021

De huidige methode van medicatiebewaking bij QTc-interacties is veel te aspecifiek, zo concludeert ziekenhuisapotheker i.o. dr. Florine Berger op grond van haar recente promotieonderzoek. Bewaking is alleen nodig bij een interactie tussen twee geneesmiddelen met beide een hoog risico op QTc-verlenging én als de patiënt nog andere risicofactoren heeft die samenhangen met QTc-verlenging.

Veel geneesmiddelen, meer dan 190, kunnen potentieel het QTc-interval op het hartfilmpje verlengen en kunnen zo in theorie de levensbedreigende ritmestoornis torsade de pointes (TdP) veroorzaken. Dit geldt zowel voor cardiale als niet-cardiale geneesmiddelen zoals antibiotica, antipsychotica, antidepressiva en oncologische middelen. Van ruim 60 geneesmiddelen is bekend dat ze daadwerkelijk TdP kunnen veroorzaken. Naast het gebruik van QTc-verlengende middelen zijn er nog andere patiëntgebonden risicofactoren die samenhangen met QTc-verlenging en TdP, zoals hypokaliëmie, hypomagnesiëmie, nierfalen en hartaandoeningen: ischemische hartziekten, hartfalen en hartritmestoornissen.

Ziekenhuisapotheker io dr. Florine Berger

Loos alarm

Medicatiebewakingssystemen in de eerste en tweede lijn geven een alarmsignaal af als een patiënt twee of meer QTc-verlengende middelen met een bekend risico op TdP krijgt. Het maken van een ECG wordt dan aanbevolen. “Maar in meer dan 40 procent van de gevallen is dit loos alarm omdat er geen klinisch relevante QTc-verlenging optreedt. Dit leidt tot ‘signaalmoeheid’, door een overvloed aan irrelevante medicatiebewakingssignalen bestaat het risico dat apothekers de echt belangrijke si

 

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

, , ,
Deel dit artikel