DOQ

Snel duidelijkheid over BRCA-mutatie met nieuwe test

Een nieuwe DNA-test in de tumor spoort bij vrouwen met eierstokkanker bijna twee keer zoveel BRCA-mutaties op als de gangbare test in bloed. Dit schrijven onderzoekers van het Radboudumc deze week in Journal of the National Cancer Institute. Door deze test kunnen patiënten sneller profiteren van nieuwe medicijnen en is er snel duidelijkheid of er aanleg voor de ontwikkeling van kanker in de familie zit. Ziekenhuizen in Oost-Nederland maken al gebruik van de nieuwe test.

Naar schatting heeft 10 tot 20 procent van de vrouwen met eierstokkanker een mutatie in een BRCA-gen. Dragers van deze genmutaties kunnen baat hebben bij de nieuwe PARPi-behandeling (zie kader). Om deze behandeling in te kunnen zetten, is opsporing van de BRCA-mutaties nodig. Momenteel kunnen alle vrouwen met eierstokkanker verwezen worden voor een bloedtest naar BRCA-mutaties, alleen pikken de huidige bloedtests alleen de erfelijke variant hiervan op. Deze erfelijke mutaties worden van ouder op kind doorgegeven en zijn in het hele lichaam terug te vinden. Verworven mutaties, die alleen in de tumor zelf aanwezig zijn en dus niet erfelijk zijn, blijven buiten beeld. Naar schatting geldt dit voor een kwart tot de helft van de gevallen.

Nieuwe test

Om de lacune efficiënt te vullen, ontwikkelden onderzoekers van het Radboudumc onder leiding van hoogleraar Moleculaire Tumorgenetica Marjolijn Ligtenberg een nieuwe test. Deze test analyseert het DNA in de tumorcellen die worden afgenomen bij de diagnose van kanker. Door gebruik te maken van deze test kon hoogleraar Erfelijke Kanker Nicoline Hoogerbrugge het voortouw nemen voor een nieuw diagnostisch traject, waarin eierstokkanker direct na diagnose getest wordt op BRCA-mutaties.

Draai het om

Als er met de bloedtest geen erfelijke mutaties worden gevonden, is nog een tweede test nodig om verworven mutaties in de tumor op te sporen. ‘Dubbel testen is zonde. Draai het nou om,’ bepleit Hoogerbrugge. ‘Met de nieuwe test zijn zowel de erfelijke als de verworven mutaties in het BRCA-gen op te sporen. Als er BRCA-mutaties aanwezig zijn, vind je deze namelijk altijd in de tumor. Je weet dan direct of de patiënt in aanmerking komt voor de PARPi-behandeling. Als je geen mutatie in de tumor vindt, weet je ook gelijk dat er geen erfelijke BRCA-mutatie is.’
Om na het vinden van een mutatie in de tumor te weten of deze ook erfelijk is, is nog wel een tweede test nodig. ‘Maar we weten dat de ziekte in de meeste gevallen niet erfelijk is. Zo’n 80 procent van de patiënten blijft daardoor een bloedtest en een vervelende periode van onzekerheid bespaard,’ aldus Hoogerbrugge.

Verdubbeling

De onderzoekers pasten hun werkwijze toe bij patiënten met eierstokkanker in alle zeven ziekenhuizen in Zuidoost-Nederland die eierstokkanker opereren. Zo’n 80 procent van de eierstokkankers werden getest op BRCA-mutaties. Met de oude werkwijze zouden veel minder patiënten getest zijn. Een hele verbetering, aldus Hoogerbrugge: ‘Zo kunnen meer patiënten op tijd profiteren van de PARPi-behandeling en wordt bij meer patiënten een erfelijke aanleg gevonden. Hierdoor levert het meer informatie op over het risico en de preventie van borst- en eierstokkanker bij familieleden. Deze aanpak is inmiddels standaard praktijk in de deelnemende ziekenhuizen. We zijn nu bezig om deze aanpak in heel Nederland ingevoerd te krijgen, zodat patiënten overal kunnen rekenen op dezelfde zorg.’

Hoe werkt de PARPi-behandeling?

Ons DNA is voortdurend onderhevig aan verval. Gelukkig hebben onze cellen gereedschap voor DNA-reparatie ingebouwd. Als door een mutatie een van de BRCA-genen niet goed meer werkt, hapert de reparatie van DNA schade, wat kan leiden tot verschillende vormen van kanker. Als de genen te zwaar beschadigd zijn, blijft er zoveel DNA ongerepareerd dat de cel sterft. Van dit mechanisme maakt de PARPi-behandeling gebruik. Remming van het PARP-eiwit leidt tot specifieke beschadigingen van het DNA. In cellen met een mutatie in een BRCA-gen kan DNA schade niet worden gerepareerd. De overmaat aan DNA-schade wordt de kankercel dan fataal.

Bron: RadboudUMC
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”

‘Sta eens vaker stil en reflecteer’

Veel artsen lopen vast op vragen over werkdruk, keuzes en werk-privébalans. Shirin Bemelmans-Lalezari pleit daarom voor meer reflectie en open gesprekken over twijfels in de medische loopbaan. “Juist de eigenschappen die veel artsen delen, kunnen later in de weg gaan zitten.”