DOQ

Dr. ten Berg: ‘Snelle genetische test zorgt voor minder bloedingen na een hartinfarct’

Wanneer bloedverdunners bij mensen met een hartinfarct worden gekozen op basis van een genetische test, treden er minder complicaties op, terwijl het risico op een nieuw hartinfarct niet toeneemt. Dit blijkt uit het POPular Genetics onderzoek, waarvan de resultaten op dinsdag 3 september werden gepresenteerd op het grote Europese cardiologen congres in Parijs (ESC). Dit onderzoek, geïnitieerd en aangestuurd vanuit het St. Antonius Ziekenhuis en verricht in ziekenhuizen in Nederland, België en Italië, is wereldwijd het eerste onderzoek naar een gepersonaliseerde keuze voor bloedverdunners na een hartinfarct.

Patiënten met een acuut hartinfarct moeten zo snel mogelijk een dotterbehandeling ondergaan. Hierbij wordt in de kransslagaderen van het hart meestal één of meerdere stents geplaatst. Om te voorkomen dat deze stents dicht gaan, moeten deze patiënten na de ingreep standaard dezelfde, vrij sterke, bloedverdunners innemen. Dat schrijven de huidige richtlijnen bij behandeling van een hartinfarct voor. Het nadeel van deze sterke bloedverdunners is echter dat ze vaak bijwerkingen geven, met name bloedingen. Er is wel een lichtere bloedverdunner beschikbaar, maar die werkt bij ongeveer 1/3 van de mensen niet goed, waardoor het risico op overlijden of een nieuw hartinfarct groter is.

Cardioloog dr. J.M. ten Berg (bron: St. Antonius Ziekenhuis)

Behandeling op maat

“Een deel van de mensen heeft namelijk een genetische afwijking”, legt cardioloog Jur ten Berg van het St. Antonius uit, “die ervoor zorgt dat de lichtere bloedverdunner niet goed geactiveerd wordt in het lichaam. Dat is de reden waarom de richtlijnen ondanks de bijwerkingen toch de sterkere middelen adviseren. Veel patiënten hebben hierdoor echter mogelijk onnodig last van de bloedingen als bijwerking met alle gevolgen van dien. Daarom ben ik jaren geleden met een onderzoeksgroep gestart op zoek naar een behandeling op maat.

Snelle genetische test

Arts-onderzoeker Danny Claassens voerde het onderzoek in het St. Antonius uit: “Patiënten zónder de genetische afwijking werden behandeld met het minder sterke middel en patiënten mét genetische afwijking werden behandeld met de sterkere bloedverdunners. Het is belangrijk dat patiënten na een dotterbehandeling snel starten met medicatie. Een snelle uitslag van de genetische test is dus essentieel. Genetische testen nemen soms wel dagen in beslag voordat er een uitslag is. Het is in ons ziekenhuis gelukt deze test in uren te verrichten. Ook hebben we gebruik gemaakt van zogenaamde point-of-care tests, waarbij aan de hand van speeksel op een wattenstaaf binnen 1 uur een uitslag bekend is. Vervolgens kan meteen met de voor die patiënt best passende medicatiebehandeling worden gestart.”

Meer kwaliteit van leven voor meer patiënten

De conclusie was waar Ten Berg op had gehoopt: “Ongeveer 2/3 van de patiënten kon worden behandeld met de lichte bloedverdunner. Voor die patiënten nam daardoor het risico op het krijgen van een bloeding met ruim 20% af, terwijl het risico op overlijden en het ontstaan van een nieuw hartinfarct niet toenam. Dat bleef in beide groepen gelijk. Als we deze nieuwe genetische aanpak bij alle patiënten met een hartinfarct toepassen, kunnen veel bloedingen voorkomen worden en daarmee veel ellende voor patiënten. Meer patiënten zullen meer kwaliteit van leven hebben na een hartinfarct en dat is waar we het allemaal voor doen.“

Gunstig effect zorgkosten

Het onderzoek, dat gefinancierd is door de Nederlandse overheid via het programma “Goed gebruik geneesmiddelen” van ZonMw, heeft waarschijnlijk ook een positief effect op de zorgkosten. “Het verrichten van zo’n genetische test brengt uiteraard kosten met zich mee. De bloedverdunner met een lichtere werking is echter tot wel 95% goedkoper dan de sterkere middelen. Bovendien worden mogelijk vervolgbehandelingen of heropnames voorkomen, omdat complicaties afnemen.” Het daadwerkelijke effect op de zorgkosten is ook onderdeel van het onderzoek. De uitkomsten daarvan volgen later

Bron: St. Antonius Ziekenhuis
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”