DOQ

Spirometrie bij subglot­tische stenose: kleine moeite, groot effect

Patiënten met de zeldzame aandoening idiopatische subglottische stenose lopen vaak jarenlang rond met invaliderende benauwdheidsklachten voordat zij de juiste diagnose en behandeling krijgen. Juliëtta Schuering, KNO-arts in opleiding in het LUMC, deed onderzoek naar de waarde van spirometrie bij de diagnose van deze aandoening. “Met een eenvoudige test kun je de kwaliteit van leven voor deze mensen zo veel beter maken. Ik raad alle longartsen en huisartsen aan om bij twijfel laagdrempelig door te verwijzen naar de KNO-arts.”

De allereerste patiënt die Juliëtta Schuering sprak tijdens haar co-schappen was een jonge vrouw met subglottische stenose. “Ik weet nog dat we wel een uur hebben zitten praten. Ze had jarenlang met haar ziel onder haar arm langs allerlei artsen gezeuld, zonder een juiste diagnose te krijgen. Ze liep al maanden bij allerlei psychologen omdat men dacht dat ze psychische klachten had, terwijl ze in werkelijkheid langzaam stikte door haar luchtwegvernauwing. Dat heeft veel indruk op mij gemaakt. Het motiveert mij om het diagnosetraject voor deze patiënten beter te maken.”

“Vaak lopen patiënten jarenlang rond met toenemende benauwdheidsklachten zonder dat de juiste diagnose wordt gesteld”

KNO-arts in opleiding Juliëtta Schuering

Littekenweefsel in de subglottis

Een subglottische stenose is een zeldzame aandoening in het onderste deel van de larynx, het keelgebied dat reikt van net onder de stembanden tot het begin van de trachea. Door littekenweefsel op deze plaats raakt de luchtweg vernauwd en ontstaan benauwdheidsklachten.
De aandoening kent meerdere oorzaken. Er zijn iatrogene oorzaken zoals langdurige intubatie op de intensive care (vooral bij gebruik van low volume – high-pressure cuffs) of tracheotomie. Ook bij trauma in het keelgebied en als gevolg van auto-immuunziekten, zoals granulomatose met polyangiitis (GPA), kan littekenweefsel in de subglottis ontstaan. Bij een deel van de patiënten is (nog) geen duidelijke oorzaak aan te wijzen. Dan is sprake van idiopathische subglottische stenose.

Jarenlang toenemende klachten

Vooral bij de laatste groep is het vaak lastig om de juiste diagnose te stellen. Schuering: “Dit betreft bijna altijd vrouwen tussen de 30 en 50 jaar die, met uitzondering van de stenose, weinig of geen andere ziektes hebben. Vaak lopen zij jarenlang rond met toenemende benauwdheidsklachten zonder dat de juiste diagnose wordt gesteld. Doordat zij niet genoeg lucht krijgen, kunnen zij veel van hun dagelijkse activiteiten niet meer doen. Dat is heel invaliderend. Op basis van hun klachten krijgen zij vaak eerst een diagnose astma. De inhalatiemedicatie voor astma verhelpt de klachten echter niet. Vaak volgt dan verwijzing naar verschillende medisch specialisten. Als geen lichamelijke oorzaak wordt gevonden, komen zij uiteindelijk terecht bij de psycholoog of psychiater. Ondertussen wordt de vernauwing in het keelgebied, en daarmee de benauwdheid, steeds erger. Als er dan ook nog een trigger is, zoals een keelontsteking, kan dit in extreme gevallen leiden tot een spoedtracheotomie omdat de patiënt dreigt te stikken. Dat kunnen we voorkomen door eerder de juiste diagnose te stellen.”

“De EDI is goed in staat patiënten met een subglottische stenose te onderscheiden van patiënten met astma”

Expiratory Disproportion Index

Schuering bestudeerde of een spirometriemeting kan helpen om de diagnose idiopatische subglottische stenose eerder te stellen.1 “Op basis van het FEV1 en de PEFR, die je meet bij een standaard spirometrie, kun je de Expiratory Disproportion Index (EDI) berekenen.* Deze ratio tussen de FEV1 en de PEFR is hoger als er sprake is van een obstructie van de bovenste luchtwegen.” Een eerder onderzoek uit 20132 liet zien dat de EDI onderscheid kan maken tussen mensen met en zonder laryngotracheale stenose. In dat onderzoek waren voor de groep patiënten zonder stenose echter geen scopiegegevens beschikbaar om de afwezigheid van de stenose te bevestigen.

* EDI = FEV1 (l) / PEFR (l/s) × 100

Schuering onderzocht daarom in een diagnostische accuratessestudie het onderscheidend vermogen van de EDI bij patiënten met subglottische stenose (n=50) en bij patiënten met astma (n=32, controlegroep), bij wie de aan- of afwezigheid van stenose wel was bevestigd met een scopie (de gouden standaard). Haar onderzoek liet zien dat de EDI goed in staat is om patiënten met een subglottische stenose te onderscheiden van patiënten met astma. De area under the receiver operating characteristic curve (AUC) in haar onderzoek was 0,92 (95% BI 0,86 – 0,98). De beste afkapwaarde voor de EDI was 48, met een bijbehorende sensitiviteit van 88,0% en specificiteit van 84,4%.

“Wees alert als de astmamedicatie niet goed werkt”

Doorverwijzen naar de KNO-arts

“Voor patiënten met een EDI hoger dan 48 loont het om hen door te verwijzen naar de KNO-arts. Deze kan met een fiberscopie zien of er sprake is van subglottische stenose. Zo’n fiberscopie is voor KNO-artsen een eenvoudig onderzoek dat zij poliklinisch en zonder verdoving kunnen uitvoeren”, aldus Schuering.
Als de diagnose idiopatische subglottische stenose eenmaal is gesteld, is behandeling van de symptomen mogelijk. Behandelopties zijn bijvoorbeeld een dilatatie van de luchtweg, resectie van het littekenweefsel of lokale injectie van corticosteroïden. “Naast deze behandelingen vindt ook veel onderzoek plaats naar de onderliggende mechanismen van de aandoening. Dat maakt het in de toekomst hopelijk mogelijk om het probleem bij de bron aan te pakken.”

Wees alert als de astmamedicatie niet goed werkt

Een snelle diagnose en behandeling kunnen veel leed voorkomen. “Patiënten leveren vaak zoveel kwaliteit van leven in. Door de behandeling van de stenose geef je hen letterlijk hun leven weer terug.” Schuerings boodschap aan longartsen en huisartsen is dan ook: “Wees, vooral bij vrouwen tussen de 30 en 50 jaar die naast hun benauwdheidsklachten verder gezond zijn, alert als de astmamedicatie niet goed werkt. Bekijk, naast controle van de inhalatietechniek, ook de EDI-waarde en verwijs eventueel door naar de KNO-arts.” 

Heeft u een patiënt met idiopatische subglottische stenose?
De website van de Stichting Subglottische Stenose bevat veel informatie voor patiënten en hun familie.

Referenties:

  1. Schuering JHC, Halperin IJY, Ninaber MK, et al. The diagnostic accuracy of spirometry as screening tool for adult patients with a benign subglottic stenosis. BMC Pulm Med. 2023;23(1):314.
  2. Nouraei SAR, Nouraei SM, Patel A, et al. Diagnosis of laryngotracheal stenosis from routine pulmonary physiology using the expiratory disproportion index. Laryngoscope. 2013;123(12):3099-3104.
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De lessen van de langst­vliegende MMT-arts van Nederland

MMT-arts Nico Hoogerwerf vertelt over zijn ervaringen als medisch specialistische zorgverlener per helikopter. “Wij dóen vooral, we voeren handelingen uit. Wij voelen niet de machteloosheid die politiemensen wel kunnen voelen.”

Casus: patiënt met zwelling in de mond

Een patiënte komt op het spreekuur met sinds 2 maanden een zwelling in de mond aan de linkerzijde. Het was destijds 1-2cm, welke spontaan ontlastte met dik taai slijm. Sindsdien komt het in wisselende grootte regelmatig terug. Wat is uw diagnose?

Verslaving onder zorgprofessionals: anonieme hulp is voorhanden

Verslaving is ook onder zorgprofessionals een reëel probleem. Marlies de Rond vertelt over het KNMG-programma ABS-zorgprofessionals, dat anonieme hulp en ondersteuning biedt aan zorgprofessionals die worstelen met problematisch middelengebruik en verslaving.

‘Zoveel artsen willen hun bezieling terug’

MDL-arts Marieke Gielen vindt het huidige zorgsysteem niet houdbaar voor medisch specialisten. “Ik heb mijn bezieling terug en wil nu een bruggenbouwer zijn tussen de reguliere zorg en het bredere zorgveld.”

Het Calamiteiten­­hospi­taal: in dertig minuten opera­tioneel na een ramp 

Mirjam de Jong vertelt hoe het Calamiteitenhospitaal in Utrecht bij een ramp razendsnel operationeel wordt gemaakt en hoe het een cruciale rol speelt in de nationale zorg. “Bij een grote groep slachtoffers moet je bedenken hoe je zoveel mogelijk levens kunt redden.”

Casus: man met toenemende pijn bovenbuik

Een man heeft sinds 2 weken toenemende pijn in de bovenbuik, ter plaatse van het maagkuiltje. De pijn is vooral aanwezig bij het eten en is brandend van karakter. Wat is uw diagnose?

‘Ik wil mensen helpen die het meest in nood zitten’

Werken in oorlogsgebieden geeft Zafer Altunbezel (Artsen zonder Grenzen) voldoening. Dagelijks ziet hij patiënten met oorlogstrauma, soldaten en burgers. “Als je wordt uitgestuurd naar een oorlogsgebied moet je oplossingen kunnen bedenken in zeer atypische situaties.”

‘Te veel welzijns­kwesties komen in het medisch domein’

Karine van ‘t Land is voorzitter van KAMG: een beroepsvereniging, maar ook een lobbyclub die de volksgezondheid wil verbeteren. “Wat Artsen Maatschappij + Gezondheid bindt is dat ze bezig zijn met drie dingen: met preventie, met volksgezondheid en met grote groepen.”

Aanpak onder­voeding moet multi­discipli­nair

Ongeveer een kwart van alle patiënten is bij opname ondervoed. Dit kan leiden tot minder snel herstel en langere opnameduur. De aanpak ervan is een zaak van het hele ziekenhuis, vertellen Emma Koster en Wesley Visser. “Ondervoeding is veel meer dan te weinig eten.”

Casus: jonge patiënt met heftige oorpijn

De 9-jarige patiënt voor u heeft de hele nacht heftige oorpijn gehad rechts. Zijn gehoor is beiderzijds goed en hij heeft geen koorts. Hij is een weinig snotterig. Wat is uw diagnose?


0
Laat een reactie achterx