DOQ

Spoort de huisarts straks actief hart- en vaatziektes vroeg­tijdig op?

Vroegtijdige opsporing van hart- en vaatziektes in de huisartsenpraktijk leidt tot eerdere onderkenning en diagnostisering van hartfalen, boezemfibrilleren en aandoeningen van de kransslagaders bij patiënten met CODP en diabetes. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Amy Groenewegen, huisarts in opleiding en onderzoeker bij het UMC Utrecht. Daarnaast brengt zij de kosten-batenanalyse van vroegtijdige opsporing in kaart.

Patiënten met diabetes en COPD lopen verhoogd risico op hart- en vaatziektes. Toch worden die bij hen vaak pas in later stadium onderkend. Dat is jammer, want cardiovasculaire aandoeningen kunnen de kwaliteit van leven en soms ook de levensduur van deze patiënten verlagen, vertelt Amy Groenewegen. “Je ziet bij hen bijvoorbeeld ernstige vermoeidheid, verminderde conditie of kortademigheid bij inspanning, als gevolg van niet onderkende hart- en vaatziektes. Bovendien kunnen deze, wanneer ze niet tijdig worden onderkend, gaandeweg verergeren en leiden tot acute klachten of ziekenhuisopnames. Als je atriumfibrilleren niet tijdig opspoort en behandelt, kan dat leiden tot een herseninfarct. Als je hartfalen niet snel genoeg aantoont en ondervangt, kan dat leiden tot ziekenhuisopnames door acuut hartfalen.”

“Vroegtijdige screening vanuit de huisartsenpraktijk leidt tot meer én eerdere diagnostiek van hart- en vaatziektes”

Huisarts in opleiding en onderzoeker Amy Groenewegen

Gerandomiseerde trial

Groenewegen wilde daarom weten of niet-onderkende hart- en vaatziektes bij patiënten met COPD

 

Aanmelden

Meld u gratis aan om toegang te krijgen tot DOQ,
waar zorgprofessionals kennis en visie delen.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”

‘Niet behandelen is ook een optie’

Existentieel behandelen gaat ervan uit dat een patiënt pas een weloverwogen beslissing kan maken als hij álle gevolgen kent. Tatjana Seute onderzoekt hoe dit het beste ingezet kan worden in de praktijk. “Het is belangrijk dat je als arts weet wie je tegenover je hebt.”


0
Laat een reactie achterx
Lees ook: Aanmelden

Naar dit artikel »

Lees ook: Inloggen

Naar dit artikel »