Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Stoppen met DMARD’s blijkt mogelijk bij deel van PsA-patiënten
Patiënten met oligo- of polyarticulaire artritis psoriatica kunnen DMARD-vrije remissie bereiken. “Dit geldt vooral voor patiënten die alleen een conventionele DMARD gebruiken”, concludeert arts-onderzoeker Selinde Snoeck Henkemans (Franciscus Gasthuis & Vlietland, Rotterdam) op basis van haar onderzoek in het Dutch Early Psoriatic Arthritis-cohort.
Volgens de Europese richtlijn voor de behandeling van artritis psoriatica (PsA) is het mogelijk om het gebruik van DMARD’s af te bouwen als patiënten aanhoudende remissie hebben bereikt.1 “Het is echter onduidelijk of zij ook helemaal kunnen stoppen met de medicatie”, vertelt Snoeck Henkemans over de aanleiding van haar studie. “Bij reumatoïde artritis (RA) is hierover al meer bekend. Zo heeft een Rotterdamse studie van Judith Heutz en Elise van Mulligen onlangs laten zien dat een deel van de patiënten met RA die alleen een conventionele DMARD gebruiken aanhoudende DMARD-vrije remissie (DFR) kan bereiken.2 Wij hebben dit nu onderzocht voor PsA.”

“We hadden meer gegevens nodig dan in DEPAR te vinden waren”
Arts-onderzoeker Selinde Snoeck Henkemans
Extra dossieronderzoek
Voor haar studie gebruikte Snoeck Henkemans gegevens uit het DEPAR-cohort.3 “DEPAR is een prospectief cohortonderzoek waarin alle nieuwe patiënten met PsA uit Zuidwest-Nederland worden geïncludeerd. Onze studie richtte zich specifiek op patiënten met oligo- en polyarticulaire PsA die een DMARD gebruiken.” Het soort DMARD maakte daarbij niet uit. Het afbouwen en stoppen van de medicatie gebeurde naar inzicht van de behandelend arts. Snoeck Henkemans verzamelde en analyseerde de gegevens van 451 patiënten (265 met oligoartritis en 186 met polyartritis). “Maar we hadden meer gegevens nodig dan in DEPAR te vinden waren. Zo kwamen patiënten na twee jaar follow-up slechts eenmaal per jaar op controle. Om ook informatie te krijgen over de tussenliggende periodes hebben we extra dossieronderzoek gedaan.”
“14,4% van de patiënten kon langer dan een jaar stoppen met het gebruik van een DMARD”
Aanhoudende DFR
De geïncludeerde patiënten werden mediaan 5,1 jaar gevolgd, aldus Snoeck Henkemans. “We hebben onderzocht of en hoe lang zij konden stoppen met het DMARD-gebruik. Wij definieerden DFR als het kunnen stoppen van de medicatie gedurende minstens drie maanden, zonder gewrichtsontstekingen. Dit was bij 22,0% van de patiënten het geval.” Na het behalen van DFR had 4,7% van de patiënten binnen een jaar na het stoppen van de medicatie een opvlamming van de ziekte. Daarentegen bereikte 14,4% van de patiënten aanhoudende DFR: zij konden langer dan een jaar stoppen met het gebruik van een DMARD. Na het behalen van aanhoudende DFR had 5,3% van de patiënten alsnog een opvlamming; 9,1% van de patiënten bereikte dus aanhoudende DFR zonder opvlamming.
Vervolgens probeerde Snoeck Henkemans te voorspellen welke patiënten DFR bereiken. “Dat bleek echter lastig. We zagen wel dat patiënten die werden behandeld met een ‘biological’ of ‘targeted synthetic’ DMARD minder vaak aanhoudende DFR bereikten dan patiënten die een conventionele DMARD gebruikten. Overeenkomstig met de bevindingen bij RA denken we dat het gebruik van een ‘biological’ DMARD een proxy is voor ernstigere ziekte, wat het afbouwen en stoppen van de medicatie lastiger maakt.”
“Het is belangrijk dat reumatologen in de klinische praktijk ook oog hebben voor andere klachten van PsA, zoals psoriasis, enthesitis en dactylitis”
Andere klachten
In haar studie richtte Snoeck Henkemans zich op aanhoudende DFR, waarbij de patiënt geen gewrichtsontstekingen mocht hebben. “Reumatologen zijn snel geneigd om vooral naar gewrichtsklachten te kijken. Maar patiënten met PsA kunnen ook andere klachten hebben, zoals psoriasis, enthesitis of dactylitis. In onze studie verbeterden deze klachten bij patiënten die DFR bereikten. Het is belangrijk dat reumatologen in de klinische praktijk ook oog hebben voor deze klachten.”
Samen beslissen
Op dit moment raadt de Europese richtlijn voor de behandeling van PsA het stoppen van de medicatie af.1 Maar op basis van haar bevindingen is dit volgens Snoeck Henkemans bij bepaalde patiënten wel een optie. “Dat geldt dan voor patiënten met oligo- of polyarticulaire PsA die alleen een conventionele DMARD gebruiken. Uiteraard is er een risico op opvlammingen. Daarom moet de beslissing om de medicatie af te bouwen en uiteindelijk te stoppen altijd samen met de patiënt worden genomen.”
Referenties:
- Gossec L, Kerschbaumer A, Ferreira RJO, et al. EULAR recommendations for the management of psoriatic arthritis with pharmacological therapies: 2023 update. Ann Rheum Dis. 2024;83:706-19.
- Heutz JW, de Jong PHP, Verstappen M, et al. Sustained DMARD-free remission in subgroups of patients with rheumatoid arthritis: an analysis of two prospective cohorts with early arthritis. Lancet Rheumatol. 2025;7:e252-60.
- Snoeck Henkemans SVJ, Vis M, Koc GH, et al. Disease-modifying antirheumatic drug−free remission in psoriatic arthritis: is it attainable and sustainable? A large longitudinal study. Ann Rheum Dis. 2025;84:1130-9.
Bianca Hagenaars
