DOQ

Surveillance bij pancreascysten: het kan minder

Pancreascarcinoom wordt meestal pas ontdekt als genezing niet meer mogelijk is. Vroege opsporing van pancreascysten, de aanloopfase van pancreascarcinoom, biedt kans om sterfte terug te dringen. Iris Levink, MDL-arts in opleiding in het Reinier de Graaf ziekenhuis, onderzocht hoe surveillance effectiever kan. “Voor de allerkleinste cysten zou je surveillance mogelijk helemaal achterwege kunnen laten.”

Alle vooruitgang in de oncologie ten spijt is pancreascarcinoom nog steeds een vorm van kanker waarvan de incidentie vrijwel gelijk opgaat met de sterfte eraan (circa drieduizend per jaar in Nederland). Dat komt vooral doordat pancreascarcinoom bijna altijd pas wordt ontdekt in een stadium waarin genezing niet meer mogelijk is. De beste manier om de sterfte aan pancreascarcinoom te verminderen is daarom de ziekte eerder op te sporen. Op papier moet dat kunnen: een subgroep kent immers een, soms jarenlang durende, aanloopfase in de vorm van een pancreascyste. Om precies te zijn de cyste die wordt aangeduid als ‘intraductale papillaire mucineuze neoplasie’ (IPMN).

“Door verbeteringen in beeldvormende technieken vinden we tegenwoordig veel meer pancreascysten”

MDL-arts in opleiding Iris Levink

Bijvangst

“Hoe ouder je bent, des te groter is de kans op pancreascysten”, vertelt Iris Levink. “In de totale populatie komen ze bij ongeveer een op de zes personen voor, bij mensen ouder dan zeventig jaar vind je bij ongeveer een op de drie personen één of meer pancreascysten. Deze zijn vaak klein en komen doorgaans bij toeval aan het licht als bijvangst bij beeldvormend onderzoek voor een andere aandoening. Door verbeteringen in beeldvormende technieken vinden we tegenwoordig veel meer pancreascysten dan in het verleden.”

Verontrustende kenmerken

Vanwege hun verhoogde kans op pancreascarcinoom krijgen mensen bij wie pancreascysten zijn gevonden surveillance aangeboden. “Daarbij worden de cysten jaarlijks met beeldvormend onderzoek bekeken. Ontwikkelen de cysten bepaalde verontrustende kenmerken, zoals een bepaalde omvang of wanddikte, dan is er mogelijk een pancreascarcinoom of een hooggradig voorstadium ontstaan. Door de cysten bijtijds chirurgisch te verwijderen voorkom je een ongeneeslijke vorm van pancreascarcinoom.”

Belasting zorgsysteem

Om die reden bevelen tal van richtlijnen aan pancreascysten jaarlijks te controleren. “Naast het genoemde voordeel ervan, kent deze surveillance echter ook flinke nadelen”, vertelt Levink, die vorig jaar promoveerde op dit onderwerp. “Om te beginnen gaat slechts een klein percentage, minder dan 3%, van de cysten over in pancreascarcinoom. Het overgrote deel van de mensen ondergaat dus jarenlang surveillance zonder dat er iets verontrustends aan het licht komt. Bij de mensen die wel het advies voor een operatie krijgen, blijkt in veel gevallen de cyste achteraf toch goedaardig te zijn. Bij anderen komt de operatie juist te laat. Daarnaast vormt de jaarlijkse controle een flinke belasting voor zowel de patiënten als het zorgsysteem.”

“Een stabiel formaat van de cyste lijkt beschermend te zijn tegen het ontwikkelen van pancreascarcinoom”

Geringe groeisnelheid

In haar promotieonderzoek ging Levink op zoek naar manieren om de effectiviteit van de surveillance te verbeteren. In de PACYFIC-studie volgde ze gedurende een jaar of vijf mensen die in aanmerking kwamen voor surveillance van een of meerdere pancreascyste. Daarbij keek ze onder andere wie naar verloop van tijd ‘verontrustende kenmerken’ ontwikkelde en dus een advies tot het operatief verwijderen van de cyste(n) of een diagnose pancreascarcinoom kreeg. “We zagen dat mensen met een cyste kleiner dan 15 mm in doorsnee en een groeisnelheid van minder dan 2,5 mm per jaar een vergelijkbaar risico lopen op het ontwikkelen van pancreascarcinoom als de algehele bevolking. Met name een stabiel formaat lijkt beschermend te zijn tegen het ontwikkelen van pancreascarcinoom.”

Surveillance aanpassen

Voor de klinische praktijk betekent dit dat bij deze mensen de surveillance zou kunnen worden aangepast, stelt Levink. “Voor de allerkleinste cysten zou je surveillance mogelijk helemaal achterwege kunnen laten. Voor andere cysten zonder verontrustende kenmerken  zou het vergroten van het interval tussen de controles een optie kunnen zijn. Bijvoorbeeld naar twee of drie jaar. Blijkt uit langere follow-up dat ook op de lange termijn bij hen de kans op pancreascarcinoom zo laag blijft als in de algehele bevolking, dan zou je ook bij hen de surveillance na een periode van stabiliteit kunnen stoppen.” Zowel het oprekken van het interval als het geheel stoppen met surveillance bij de patiënten met kleine, traag groeiende cysten vermindert de zorglast voor zowel de patiënten als voor het zorgsysteem. “Momenteel is nog niet aan te geven hoe groot die afname zal zijn. Het is namelijk niet bekend hoeveel mensen in Nederland die nu meedoen aan de surveillance dergelijke kleine, stabiele cysten zonder verontrustende kenmerken hebben.”

Referentie: Levink IJM, et al. Small and stable pancreatic cysts are reassuring during surveillance: results from the PACYFIC trial. United European Gastroenterol J. 2025;13:971-81

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Waarom praten over wat écht telt eerder moet beginnen

In de palliatieve fase ervaren patiënten met gevorderde kanker vaak minder keuzevrijheid dan artsen denken, blijkt uit promotieonderzoek van Daisy Ermers. Gesprekken over wat voor patiënten echt belangrijk is, komen vaak laat op gang.

Weg met de dokter: de positieve werking van natuur op gezondheid

Contact met de natuur kan stress verminderen en het welzijn verbeteren, vertelt huisarts Pim van den Dungen. Een ervaring die hij graag wil delen met andere zorgverleners. Ook in de spreekkamer ziet hij kansen voor natuur in de zorg.

Casus: man met verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling

Een 58-jarige man komt bij de medisch seksuoloog vanwege verlies van intimiteit na prostaatkankerbehandeling. Sildenafil heeft een matig effect gehad en de voorgeschreven vacuümpomp gebruikt hij niet. Wat is het meest aangewezen beleid?

Tegenwicht bieden zonder te schreeuwen

Veel adviezen over keel, neus en oren worden al generaties lang doorgegeven, vaak zonder dat ze kloppen. KNO-arts Veronique van den Heuvel maakt korte uitlegvideo’s op social media. Niet om met het vingertje te wijzen, maar om houvast te bieden bij alledaagse klachten.

Casus: vrouw met pijn bij vrijen na de overgang

Een 52-jarige, postmenopauzale vrouw ervaart sinds anderhalf jaar pijn bij het vrijen. Ook heeft ze afnemende seksuele verlangens, wat leidt tot spanningen in de relatie met haar man. Ze heeft nog steeds behoefte aan intimiteit. Wat is uw beleid?

Het vak is prachtig, de randvoorwaarden knellen

De bevlogenheid onder artsen is groot, blijkt uit de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten 2024. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over werkdruk toe. Volgens Kirsten Dabekaussen, voorzitter van De Jonge Specialist, is dat geen tegenstelling, maar een spanningsveld.

Tactvol medicatieadvies geven bij laag­geletterdheid

Moeite met lezen en schrijven leidt geregeld tot verkeerd medicijngebruik, zegt Laura Vlijmincx. Met extra uitleg en eenvoudiger etiketteksten probeert zij dit probleem in de apotheek te verkleinen. “Er heerst een taboe op, dus mensen melden het niet spontaan.”

Jeugdige en brede denktank werkt aan oplossingen voor de zorg

In de Denktank Gezond Verstand werken studenten uit verschillende studierichtingen samen aan oplossingen voor vraagstukken van ziekenhuizen. “Zij leren zo wat nodig is om samen verandering in gang te zetten”, vertelt initiatiefnemer Daantje Gratama.

Farmacogenetica kan bijwerkingen en therapiefalen voorkomen

Onverklaarbare bijwerkingen of het uitblijven van een effect zijn voor apotheker Peter Mourad redenen om farmacogenetisch onderzoek te doen. “Door tijdig rekening te houden met iemand genetische profiel, kan veel onnodige schade worden voorkomen.”

Casus: oudere man met algehele malaise

Een 84-jarige man presenteert zich op de spoedeisende hulp met sinds een week algehele malaise. Daarbij heeft patiënt zeurende pijn in de linkerflank, met uitstraling naar de rug, en last van polyurie. Wat is uw diagnose?