DOQ

Thiopurine-gebruik verhoogt bij IBD risico op ernstige COVID-19

Gezien de COVID-19-pandemie zijn er meerdere vragen over de behandeling van IBD-patiënten. Bijvoorbeeld: Wat zijn de risico’s van een SARS-CoV-2-infectie bij deze patiënten? En moet bij IBD-patiënten het beleid aangepast worden? De belangrijkste bevinding van een recent overzichtsartikel in Gut was dat patiënten die een thiopurine gebruikten, een toegenomen risico op ernstige COVID-19 hebben.

Er zijn meerdere risicofactoren voor nadelige uitkomsten van COVID-19, onder andere hoge leeftijd, mannelijk geslacht, overgewicht, niet-blanke etniciteit, type 2 diabetes mellitus, sociaal isolement en bepaalde comorbiditeit (luchtweg- en hart- en vaatziekten, beroerte, maligniteit en leverziekte).

(Foto: Pixabay)

Risicofactoren bij IBD

In de eerste observaties van de COVID-19-epidemie in China en Italië leken sommige patiënten met een inflammatoire darmziekte (IBD) een hoger risico op deze infectieziekte te hebben, namelijk degenen die een actieve IBD of comorbiditeit hadden en degenen die hogere doses systemische corticosteroïden gebruikten.

In het algemeen werd geadviseerd om de IBD-medicatie niet te stoppen, om het risico op nadelige uitkomsten, zoals flares, de noodzaak voor steroïden en ziekenhuisopnames tijdens de pandemie, te minimaliseren.

Register

Er is grote behoefte aan bewijs over de medicamenteuze behandeling tijdens de COVID-19-epidemie. In het SECURE-IBD-register (https://covidibd.org) worden gegevens verzameld over bevestigde SARS-CoV-2-infecties bij IBD-patiënten. In dit register zijn inmiddels meer dan 2700 gevallen opgenomen. Een eerste analyse van 521 patiënten toonde een verband tussen het gebruik van corticosteroïden en nadelige uitkomsten van COVID-19.

Hoger risico bij thiopurine-gebruik

In een uitgebreide analyse van de eerste 1439 gevallen bleek dat iets meer dan de helft (51,4%) van de patiënten man was en de meesten (82,1%) blank waren. 38,5% van de patiënten gebruikte anti-TNF en 30,6% een preparaat met 5-aminosalicylzuur (5-ASA). Het samengestelde eindpunt voor ernstige COVID-19-ziekte (opname op de IC, mechanische beademing of overlijden) trad op bij 7,8% van de patiënten. De meeste (79%) patiënten met een ernstige COVID-19 waren ouder dan 50 jaar. Omdat in de groep van < 50 jaar oud slechts 24 events optraden, kunnen over jongere volwassenen geen harde conclusies getrokken worden.

In vergelijking met anti-TNF monotherapie traden bij gebruik van een thiopurine als monotherapie en anti-TNF in combinatie met een thiopurine vaker nadelige uitkomsten op (odd’s ratio van respectievelijk 4,08 en 4,01). Op het eerste gezicht zijn dit klinisch relevante resultaten. Er zijn echter verschillende beperkingen waarvoor een gedetailleerde analyse nodig is.

Beperkingen

De belangrijkste beperking is de arts-rapporterende aard van het register. Dit kan leiden tot:

  • overrapportage van gevallen die nauwgezet gemonitord worden, bijvoorbeeld IBD-patiënten die met een biological behandeld worden;
  • geheugenbias: overrapportage van ernstige uitkomsten;
  • confirmatiebias: overrapportage van gevallen die passen bij een vooraf bestaand standpunt (bijvoorbeeld ‘thiopurines zijn slecht en biologicals zijn goed’).

Daarnaast bestaat een risico op onderrapportage van sommige gevallen vanwege een gebrek aan kennisgeving. Het is mogelijk dat MDL-artsen minder snel op de hoogte worden gebracht van patiënten met stabiele IBD die niet een biological gebruiken en niet-ernstige COVID-19 hebben, in vergelijking met patiënten die wel een biological gebruiken of op de IC zijn opgenomen.


Referenties: Lees CW, Irving PM, Beaugerie L. COVID-19 and IBD drugs: should we change anything at the moment? Gut. 2020;gutjnl-2020-323247. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33214164/ , https://gut.bmj.com/content/early/2020/11/18/gutjnl-2020-323247

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘We kunnen in de reguliere zorg veel leren van de asielzoekerszorg’

Huisarts Floris Braat draait spreekuur in diverse asielzoekerscentra in de regio Utrecht en in Ter Apel. Hij heeft een grote affiniteit met de doelgroep. "Ik wilde iets doen met vluchtelingen, me bezighouden met verschillende culturen die ieder hun eigen gezondheidsvraagstukken kennen."

‘Preventie is geen nice to know, maar need to know’

Een projectteam van het UMC Utrecht heeft een routekaart gemaakt naar toekomstbestendig onderwijs waarin preventie structureel is ingebed. Aan het hoofd van dit project stond senior docent Anna Kersten. Zij licht de routekaart toe.

De IC overleefd, maar met welke kwaliteit van leven?

Na een IC-opname kan iemand nog langdurig klachten hebben. Deze klachten hebben een grote impact op diens kwaliteit van leven. Arts in opleiding tot anesthesioloog Lucy Porter (Radboudumc) onderzocht of kan worden voorspeld wat de kwaliteit van leven na de IC is.

Casus: man met erectieproblemen na radicale prostatectomie

Een 58-jarige man heeft negen maanden geleden een radicale prostatectomie ondergaan vanwege een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Sindsdien heet hij ernstige erectieproblemen, waardoor hij gefrustreerd is en vermijdingsgedrag vertoont in de relatie met zijn vrouw. Wat is uw beleid?

Hoe dramaseries artsen kunnen helpen bij morele keuzes

Drie afleveringen van House M.D. of Dexter op een avond kijken, puur voor de ontspanning? Voor zorgprofessionals kan het ook leerzaam zijn. Mediawetenschapper Merel van Ommen onderzocht hoe dramaseries artsen kunnen helpen om beter om te gaan met moreel ingewikkelde situaties.

Onderliggend denkpatroon stuurt voorschrijver bij geneesmiddel­keuze

Het voorschrijven van geneesmiddelen is een afweging tussen richtlijnen, ervaring en patiëntkenmerken. Indeling in vier voorschrijversprofielen geeft inzicht in de eigen afwegingen. “En het helpt te begrijpen waarom een collega een andere beslissing neemt.” aldus Mariëlle Hartjes.

‘Medicatiebeleid in de laatste levensfase kan beter’

6 op de 10 patiënten in de palliatieve fase krijgt door de huisarts medicatie voorgeschreven die niet langer passend is. Dat blijkt uit een onlangs verschenen factsheet van Nivel en PZNL. “We moeten voorschrijfgewoonten kritisch onder de loep nemen”, zegt Yvonne de Man, senior onderzoeker bij Nivel.

Casus: vrouw met pijnlijke oorschelp

Een 55-jarige vrouw heeft een hoed in haar hand als ze uw spreekkamer binnenkomt. Sinds een maand heeft zij ’s nachts last van pijn aan het linkeroor. Op de oorrand ziet u een nodulus die bij druk zeer pijnlijk is. Wat is uw diagnose?

‘Live well, die well’: rol van vrijwilligers in de laatste levensfase

Vrijwilligers aan het sterfbed in het ziekenhuis maken een groot verschil, stelt Anne Goossensen. Ze luisteren, troosten en verlichten de werkdruk van zorgverleners. “Ze bieden een luisterend oor en zijn aanwezig, zonder haast of medische agenda.”

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries van het UMC Groningen probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.