DOQ

Trends in brandwonden bij kinderen

Hoe staan de statistieken ervoor met brandwonden bij kinderen in Nederland? Is het bekende kopje thee nog steeds de meest voorkomende oorzaak? We spraken arts-onderzoeker Frederique Kemme en haar copromotor, chirurg Annebeth de Vries, over een langlopend onderzoek naar brandwonden bij kinderen dat liep van 2009 tot 2022. De bevindingen geven niet alleen inzicht in wie het grootste risico op brandwonden loopt, maar ook in hoe de zorg in die periode is veranderd. “Het hete kopje thee blijft de grootste boosdoener.”

Als onderdeel van haar promotieonderzoek keek Frederique Kemme, arts-onderzoeker in het Brandwondencentrum in Beverwijk, naar de landelijke trends in brandwonden bij kinderen. Ze keek daarbij onder andere naar leeftijdsgroepen, verschillen tussen jongens en meisjes, de grootte van de brandwonden, het aantal en de duur van de opnames. Dit onderzoek werd geleid door haar copromotor Anouk Pijpe, klinisch epidemioloog & hoofd onderzoek in het brandwondencentrum Beverwijk. Haar andere copromotor, Annebeth de Vries, chirurg in het Rode Kruis ziekenhuis en hoofd van het kinderbrandwondencentrum in Beverwijk was ook nauw betrokken bij deze studie.

“Een kind wordt nu al eerder in het brandwondencentrum gezien”

Arts-onderzoeker Frederique Kemme

Niet meer of ernstigere brandwonden

Uit de studie blijkt dat het aantal opnames van kinderen met brandwonden in Nederlandse brandwondencentra tussen 2009 en 2022 is toegenomen. De incidentie nam toe van 7.1 naar 9.6 per 100.000 kinderen.  Toch betekent dat volgens Kemme niet dat er ook daadwerkelijk meer of ernstigere brandwonden zijn.
“Wat we vooral zien is dat verwijzers ons beter weten te vinden”, legt ze uit. “Dit begon eigenlijk al vóór 2009, en heeft zich sindsdien voortgezet. Dit hangt onder andere samen met de versoepeling van de verwijscriteria: een kind wordt nu al eerder in het brandwondencentrum gezien. Dat kan, door centralisatie van de zorg. En mensen willen dat ook graag. Daardoor komen meer kinderen naar het brandwondencentrum, ook met minder ernstige verbrandingen.”

Jongens blijven risicogroep

Het merendeel (59%) van de kinderen die in het brandwondencentrum belanden, zijn jongens. “Jongens krijgen vaker te maken met een heetwaterverbranding dan meisjes”, vertelt De Vries. “Ik wil niet generaliseren, maar blijkbaar gaan jongens op jonge leeftijd toch wat sneller en wat vaker op onderzoek uit, waardoor het ze lukt een kopje thee van tafel te trekken. Daarnaast zien we dat de volgende groep van meestvoorkomende verbrandingen de jongens van 10 tot 14 zijn, die een fikkie stoken of vuurwerk afsteken.”

“Het is fijn dat ze geholpen worden op een plek waar iedereen gespecialiseerd is in de zorg voor brandwonden”

Chirurg Annebeth de Vries

Opnameduur korter

Samen met het aantal opnames dat toeneemt door laagdrempeliger verwijzingen, daalt ook de gemiddelde opnameduur. “We zien een verschuiving richting dagbehandeling”, zegt Kemme. “Kinderen worden tegenwoordig al met kleinere brandwonden naar een brandwondencentrum verwezen. Deze brandwonden kunnen vaak in dagbehandeling behandeld worden. Ook kunnen kinderen vaak eerder naar huis omdat we vaker verbanden gebruiken die minder vaak hoeven te worden gewisseld.” De Vries vult aan: “Daardoor worden ook de ouders minder belast.”

‘Minder ernstig’ is nog steeds ingrijpend

“We realiseren ons goed dat we in Nederland een luxepositie hebben”, zegt Kemme.
“Dat een kind met relatief kleine brandwonden terecht kan in een gespecialiseerd centrum is heel fijn. “Alhoewel dit de trend is, vinden we het ook belangrijk om te benadrukken dat we ook nog steeds grote verbrandingen zien waarbij de impact zo enorm is voor kind en gezin, op korte en lange termijn”, vult De Vries aan. “En zo realiseren we ons elke dag hoe belangrijk het is om alle betrokken disciplines met veel ervaring op dit gebied, in huis te hebben.”

“Voor ouders en kinderen kan een brandwond een traumatische ervaring zijn”, benadrukt De Vries. “Het doet pijn, veroorzaakt schuldgevoelens, verdriet en kan levenslange littekens geven. Voor hen is het dan ontzettend fijn dat ze geholpen worden op een plek waar iedereen gespecialiseerd is in de zorg voor brandwonden en dat ze op al deze aspecten gericht geholpen kunnen worden.”

“Preventie is nooit klaar”

Minder opnames tijdens de pandemie

Opvallend is dat in de studie een tijdelijke daling van het aantal langdurige opnames te zien is tijdens de coronapandemie. “We verwachtten juist een toename”, vertelt De Vries. “De heetwaterverbranding, die meestal wordt veroorzaakt door een omgetrokken kopje thee thuis, is nog altijd de meest voorkomende brandwond bij kinderen tussen de nul en drie jaar. Omdat mensen in die periode veel thuis waren, lag het voor de hand dat er juist méér van dit soort ongelukken zouden gebeuren.”

Het tegenovergestelde bleek waar. “Mogelijk zijn sommige ouders met kinderen met een brandwond niet naar de dokter gegaan”, zegt De Vries. “Dat was een trend die we zagen in de hele gezondheidszorg tijdens de pandemie: het ziekenhuis werd vaak gemeden. Zelfs mensen met een blindedarmontsteking bleven vaker thuis.”

Er is nog winst te behalen

Ondanks dat er in Nederland relatief weinig zeer ernstige brandwonden zijn onder kinderen – in vergelijking met armere landen – ben ik van mening dat er zeker nog te winnen is op het gebied van preventie. “Uit een ander onderzoek dat we doen blijkt dat kinderen uit grote gezinnen, gezinnen met een lagere sociaaleconomische status en met een migratieachtergrond meer risico lopen”, vertelt De Vries. “We gebruiken deze inzichten om de voorlichtingscampagnes nóg gerichter in te zetten.”

Daarbij wordt ook gesproken met ouders uit risicogroepen: “We willen weten hoe we hen het beste kunnen bereiken. Want preventie is nooit klaar”, zegt Kemme. “Er komt elk jaar weer een nieuwe groep jonge ouders bij die we willen informeren. Door de cijfers continu te volgen, kunnen we de effectiviteit van onze campagnes blijven meten.”

Referentie: Kemme FM, van den Berg EL, Meij-de Vries A, et al. Dutch Burn Repository Group. Trends and epidemiology of children treated in specialized burn centers in the Netherlands between 2009 and 2022. Eur J Pediatr. 2025 Jan 2;184(1):114. PMID: 39745598.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”