DOQ

Uitgebreid bloedonderzoek met één simpele vingerprik

Capillaire bloedafname met één simpele vingerprik voor meer dan 30 standaardbepalingen: een uitstekend alternatief voor veneuze bloedafname. Dit concluderen Martijn Doeleman en collega-onderzoekers van het UMC Utrecht in het vakblad Clinical Chemistry and Laboratory Medicine. De voordelen van capillaire bloedafname zijn legio. “Patiënten kunnen zelf de vingerprik doen. Gewoon thuis, wanneer het hen uitkomt. Zo krijgen zij meer regie. En het scheelt tijd, geld en personeel.”

In de klinische praktijk wordt vaak capillair bloed afgenomen met een vingerprik. “Denk aan sneltesten voor onder andere CRP, Hb, glucose, D-dimeer en bloedgas”, vertelt Doeleman, die is opgeleid als arts en nu werkt als softwaredeveloper in het UMC Utrecht. “Ook in de thuissituatie vindt capillaire bloedafname plaats. Bekende voorbeelden hiervan zijn de hielprik om pasgeborenen te screenen op ernstige, zeldzame aandoeningen en de vingerprik om medicijnspiegels of bloedsuiker te monitoren.”

“Patiënten krijgen meer regie. En het scheelt tijd, geld en personeel”

Arts en softwaredeveloper Martijn Doeleman

Meer regie

De meest gangbare manier om bloed af te nemen voor uitgebreid bloedonderzoek is een venapunctie. Die procedure is echter minder geschikt voor mensen met prikangst, patiënten met kwetsbare aderen en jonge kinderen, geeft Doeleman aan. “Bovendien kan een venapunctie alleen worden uitgevoerd door mensen die daarin zijn getraind, zoals een arts, verpleegkundige of doktersassistent, en moeten patiënten hiervoor meestal afreizen naar een priklocatie. Voor een vingerprik geldt dat niet. Patiënten kunnen zelf de vingerprik doen. Gewoon thuis, wanneer het hen uitkomt. Zo krijgen zij meer regie. En het scheelt tijd, geld en personeel.”

‘Lab op afstand’

Als gevolg van de COVID-19-pandemie en de toenemende druk op de gezondheidszorg wordt steeds meer zorg op afstand geleverd met behulp van e-health, waaronder beeldbellen, e-consults en telemonitoring. “Allemaal zinvolle toepassingen die vooral gericht zijn op de klachten van de patiënt”, zegt Doeleman. “Patiënten kunnen heel goed aangeven of zij vermoeid zijn. Maar ze kunnen ons niet vertellen hoe hoog hun Hb-concentratie is. Die waarde moeten we toch echt in het bloed meten. Laboratoria zijn dus essentieel in onze klinische zorg. Toch bestaat er nog niet zoiets als een ‘lab op afstand’. Daarin zien wij een belangrijke rol weggelegd voor capillaire bloedafname vanwege de eenvoud.”

“Slechts bij drie bepalingen waren de verschillen hoger dan de maximaal toegestane fout”

34 standaardbepalingen

Maakt het uit of klinisch chemische bepalingen worden gedaan in capillair of veneus bloed? Dat onderzochten Doeleman en collega-onderzoekers voor 34 standaardbepalingen. “Bij 167 volwassenen die op de bloedafnamepoli van het UMC Utrecht kwamen, hebben we – na informed consent – zowel een vingerprik als een venapunctie in de elleboogplooi verricht. Vervolgens hebben we beide bloedmonsters direct geanalyseerd in het Centraal Diagnostisch Laboratorium en de uitslagen met elkaar vergeleken. We beschouwden de metingen als onvoldoende vergelijkbaar als het verschil tussen de metingen in capillair en veneus bloed de maximaal toegestane fout overschreed volgens de criteria van de European Federation of Clinical Chemistry and Laboratory Medicine (EFLM).”

Kleine verschillen

Voor elke van de bepalingen stelden de onderzoekers een zeer sterke lineaire correlatie vast tussen de metingen in capillaire en veneuze bloedmonsters. Over het algemeen kwamen de metingen zeer goed overeen, aldus Doeleman, die hierdoor positief verrast was. “Slechts bij drie bepalingen waren de verschillen hoger dan de maximaal toegestane fout volgens de EFLM-criteria. Dat waren chloride, glucose en natrium. Blijkbaar veranderen de bloedwaarden van deze drie bepalingen gemakkelijker bij capillaire bloedafname. Mogelijk komt dit door verdunning met interstitieel vocht of door lekkage uit beschadigde erytrocyten. De gevonden verschillen waren echter klein en alleen in specifieke situaties klinisch relevant, zoals bij een glucosemeting om suikerziekte vast te stellen.”

“Welke procedure heeft de voorkeur?”

Verwachtingen temperen

Al met al lijkt het niet meer dan een kwestie van tijd voordat patiënten thuis zelf capillair bloed kunnen afnemen. Doeleman tempert die verwachting onmiddellijk: “Een vingerprik is in veel gevallen een goed alternatief voor een venapunctie als het bloed direct wordt geanalyseerd. Maar bij thuisafname kan dat niet. Daarom moeten we eerst duidelijk krijgen welke bepalingen in capillair bloed stabiel genoeg zijn voor thuisafname en verzending naar het laboratorium. Ook de procedure verdient nog meer aandacht. Want zijn patiënten wel in staat om een vingerprik technisch goed uit te voeren? Hoe kunnen we hen daarbij helpen? En welke procedure heeft de voorkeur? Hoe patiëntvriendelijker de procedure en hoe beter deze aansluit bij de behoeften van de patiënt, des te groter is de kans dat het ‘lab op afstand’ er in de toekomst komt.”

Referentie: Doeleman MJH, Koster AF, Esseveld A, et al. Comparison of capillary finger stick and venous blood sampling for 34 routine chemistry analytes: potential for in hospital and remote blood sampling. Clin Chem Lab Med. 2024;63:747-52.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”

Rechtvaardigheid als kompas voor medisch onderzoek

Wie profiteert van medische innovaties? Wie kan meedoen aan onderzoek en wie blijft buiten beeld? Rieke van der Graaf onderzoekt hoe medisch onderzoek zo kan worden ingericht dat het niet alleen vooruitgang oplevert, maar ook rechtvaardig is.

‘Houd het gesprek over cannabis­gebruik bij medische klachten open’

Veel patiënten gebruiken cannabis bij medische klachten, maar halen dit niet via de apotheek. Pieter Oomen vertelt over de barrières die ervaren worden en doet enkele aanbevelingen. “Een van de barrières is het stigma dat bij artsen vaak nog leeft rond cannabis.”

Wanneer klachten eigenlijk een zingeving­svraag zijn

Huisarts Richard Hoofs ziet in zijn praktijk regelmatig mensen bij wie medische verklaringen ontbreken, maar het lijden duidelijk aanwezig is. Volgens hem ligt onder die klachten vaak een vraag die in de spreekkamer nog weinig gesteld wordt: waar leef je eigenlijk voor?

AI-model voor SEH werkt goed, maar wordt niet gebruikt

AI kan op de SEH goed voorspellen welke patiënten een hoog sterfterisico hebben. Toch ondervonden Paul van Dam en William van Doorn dat artsen de voorspelling nauwelijks gebruiken. “We moeten leren om AI-modellen te ontwerpen die beter zijn afgestemd op de gebruikers.”