DOQ

Vacuümverband voorkomt dat wond openspringt na buikoperatie

Als na een buikoperatie, waarbij lichaamseigen weefsel wordt afgenomen voor een borstreconstructie, de buikwond wordt afgedekt met vacuümverband, treedt aanzienlijk minder vaak wonddehiscentie op dan bij gebruik van standaardverband. Dit blijkt uit promotieonderzoek van verpleegkundig specialist Emmy Muller-Sloof, uitgevoerd aan de Radboud Universiteit en de afdeling Plastische Chirurgie van het Radboudumc.

Na operaties met grote wonden, zoals buikoperaties, is er risico op wonddehiscentie: het openspringen van de wond, waarbij de wondranden wijken. Dit kan langs de gehele incisie optreden of langs een deel ervan, en ook de diepte kan hierbij variëren. Patiënten kunnen daardoor maandenlang rondlopen met een open wond die moeizaam geneest. Voor schone, gehechte operatiewonden is er een vacuümverband ontwikkeld. “Hierbij worden foam en folie over de steriel gehechte wond aangebracht, waarna het verband vacuüm getrokken wordt met een pomp. Dit verband blijft vijf tot zeven dagen na de operatie op de wond zitten. Het uitgangspunt is dat de continue zuigkracht de wondranden bij elkaar houdt en zo de wondgenezing verbetert”, zegt Muller-Sloof, die nu werkt als verpleegkundig specialist vaatchirurgie in het Erasmus MC in Rotterdam.

“Een goed gerandomiseerd onderzoek was nog niet gedaan”

Verpleegkundig specialist Emmy Muller-Sloof

Casestudies

Of een vacuümverband in vergelijking met een standaardverband met steristrips, ofwel zwaluwstaartjes, een lager risico geeft op wonddehiscentie, was nog niet goed uitgezocht, vertelt Muller-Sloof. “In de literatuur is er wel een positief effect van postoperatief vacuümverband bij buikoperaties en andere typen operaties beschreven, maar dan voornamelijk in casestudy’s. Een goed gerandomiseerd onderzoek was nog niet gedaan. Als afstudeeropdracht voor mijn opleiding tot verpleegkundig specialist wilde ik daarom graag zo’n onderzoek opzetten. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in twee studies waarop ik ben gepromoveerd.”

Twee gerandomiseerde onderzoeken

De eerste studie die Muller-Sloof deed was een gerandomiseerd pilotonderzoek. “Van 51 vrouwen die een borstreconstructie ondergingen met autoloog donorweefsel vanuit de bil of de buik, kreeg de helft na de operatie het vacuümverband en de andere helft het standaardverband. Wat bleek? Slechts twee patiënten uit de groep met het vacuümverband ontwikkelden wonddehiscentie, terwijl dit in de controlegroep bij maar liefst negen patiënten gebeurde. Een statistisch significant verschil. Aan de hand van de resultaten berekenden we hoeveel mensen minimaal nodig waren om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over het effect van het vacuümverband in vergelijking met het standaardverband.

Dat leverde een tweede studie op, nu met 80 vrouwen die een borstreconstructie met autoloog weefsel vanuit de buikregio ondergingen. Daarbij keken we ook naar de rol van bekende risicofactoren voor postoperatieve wonddehiscentie, zoals diabetes mellitus, roken, overgewicht en een leeftijd ouder dan 65 jaar. Ook uit deze studie bleek dat het risico op wonddehiscentie bij het vacuümverband statistisch significant lager was dan bij het standaardverband. Verder bleken mensen met risicofactoren vaker te kampen met een openspringende wond.”

“Je kunt niet zomaar claimen dat dit gunstige effect ook geldt voor andere operatiewonden”

Open liesoperaties

Deze tweede studie toont volgens Muller-Sloof onomstotelijk het preventieve effect van het vacuümverband aan. “Maar dat geldt dus alleen voor patiënten bij wie buikweefsel wordt weggenomen voor een borstreconstructie. Je kunt niet zomaar claimen dat dit gunstige effect ook geldt voor andere operatiewonden. Leuk is dat een vaatchirurg naar me toekwam met de vraag of het vacuümverband ook toe te passen is bij open liesoperaties. Daar was geen bewijs voor, maar de vaatchirurg wilde het gewoon proberen. Gedurende een proefperiode bleek ook bij deze operaties het vacuümverband te leiden tot minder wonddehiscentie. We zijn bezig met de publicatie van deze resultaten.”

Andere operaties

Muller-Sloof ziet ook mogelijkheden voor toepassing van het vacuümverband na andere operaties, zoals openhartoperaties, orthopedische ingrepen en grote decubituswonden in het stuitgebied. “Op deze wonden staat spanning en mogelijk kan het vacuüm trekken van de wond helpen om patiënten weer sneller mobiel te krijgen na een operatie. Maar dat moet dus wel eerst formeel bewezen worden.”

“Patiënten blijken na goede uitleg gemotiveerd om een vacuümverband te krijgen”

Blij

Behalve het belang van wetenschappelijk onderzoek, is de ervaring van de patiënt cruciaal, benadrukt Muller-Sloof tot slot. “In de praktijk blijken patiënten na goede uitleg gemotiveerd te zijn om een vacuümverband te krijgen. Dat ze na de operatie een aantal dagen een vacuümpomp met zich moeten meedragen, vinden zij dan acceptabel. Ik hoor weinig klachten hierover. Patiënten zijn vaak erg blij met een fraaie gesloten wond.

Een man die voor de tweede keer een liesoperatie onderging en bij de eerste operatie geen vacuümverband kreeg omdat we dat toen nog niet toepasten, kwam naar me toe en zei: ‘Waarom hebben jullie me dat verband de vorige keer niet gegeven? Toen had ik een diepe wond en ben ik maanden uit de roulatie geweest.’ Zo’n ervaring zegt misschien nog wel meer dan een wetenschappelijk onderzoek.”

Referentie: Muller-Sloof, E. Surgical Wound Dehiscence Diagnosis and Prevention. Closing the Gap. Radboud Universiteit Nijmegen, 2025.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man met hematurie, mictieklachten en afwijkingen in de blaas

Een 66-jarige man bezoekt de polikliniek Urologie vanwege macroscopische hematurie en mictieklachten. Hij heeft al jaren een slappe straal en moeite met helemaal leegplassen. Ook moet hij één tot twee keer per nacht plassen. Wat is uw diagnose?

‘Elk specialisme moet op zoek naar zijn eigen fietshelm-project’

Marcel Aries combineert zijn werk als intensivist met een nieuwe rol als preventie-intensivist. Hij pleit ervoor dat iedere medisch specialist zich inzet voor preventie van vermijdbare aandoeningen en letsels. “Ik zie zoveel ellende die te voorkomen is.”

‘De Nutritheker’: medicatie­gebruik terug­dringen door verbete­ring van leefstijl

Rinske Pauw verruilde de ziekenhuisapotheek voor een praktijk waarin medicatie, voeding en leefstijl samenkomen. “Het heeft me altijd geboeid hoe je door preventie mensen gezond kunt houden, met zo min mogelijk medicatie.”

‘Dokter, hoe is het met mijn frame?’

Meer dan veertig jaar stond wielerarts Jos Benders midden in het peloton om acute medische zorg te verlenen. Nu hij het stokje overdraagt, blikt hij terug op een tijd vol mooie herinneringen én uitdagingen. “Ik was als eerste arts bij geletruidrager Fabian Cancellara.”

Patiënten positief over doorgebruik van thuis­medicatie in het ziekenhuis

In Rijnstate mogen patiënten hun thuismedicatie doorgebruiken tijdens een opname. Claudia Heijens vertelt wat dit oplevert. “We moeten niet voor 100% het proces willen controleren, maar ook dingen los durven laten.”

‘Claimende en eisende patiënten maken de werk­druk onhoudbaar’

Dermatoloog Annemie Galimont stopte met haar specialisatie ‘eczeem’. Het grensoverschrijdende gedrag waar ze mee te maken kreeg, werd haar te veel. “Jij hebt een weekendje getiktokt en komt míj vertellen hoe ik mijn werk moet doen?”

Casus: vrouw met jeukende getatoeëerde wenkbrauwen

Een 69-jarige vrouw met allergisch contacteczeem en hooikoorts bezoekt uw spreekuur vanwege jeuk en zwelling van haar getatoeëerde wenkbrauwen sinds een jaar. Behalve de zwelling ziet u ook een scherp begrensde, erythemateuze plaque en schilfering. Wat is uw diagnose?

Nederlandse gezondheidszorg schiet tekort voor kwetsbare ouderen

Emiel Hoogendijk onderzocht hoe sociale isolatie en kwetsbaarheid elkaar versterken bij ouderen en geeft aanbevelingen voor aanpassingen in de gezondheidszorg die bijdragen aan ‘healthy ageing’. “De medische zorg en sociale zorg zouden beter geïntegreerd moeten worden.”

Duurzame leefstijl­verbete­ring: ‘Begin met kleine stappen’

Waarom lukt het ons vaak niet om gezonder te leven, zelfs als we weten wat goed voor ons is? En hoe voorkomen we dat goede voornemens voortijdig stranden? In zijn boek laat psychiater Rogier Hoenders zien hoe zorgverleners hun patiënten én zichzelf op het juiste spoor kunnen zetten.

Een tweede leven voor niet-gebruikte geneesmiddelen

Jaarlijks wordt voor zeker 100 miljoen euro aan ongebruikte medicatie vernietigd. Doodzonde, vindt apotheker Bart van den Bemt. Zijn studies droegen bij aan een wijziging van de Europese wetgeving, waardoor heruitgifte onder voorwaarden mogelijk wordt.