DOQ

Van tropenarts naar huisarts op Texel

Na jaren gewerkt te hebben als tropenarts via Artsen zonder Grenzen (AZG), besloot Josine Blanksma dat het tijd werd voor een heel nieuw avontuur: ze werd huisarts op Texel. En hoewel dat misschien minder avontuurlijk klinkt dan werken in de tropen, vindt zij ook daarin de uitdaging waar ze in haar werk naar zoekt.

“Al van jongs af aan ben ik geïnteresseerd in de wereld en hoe andere mensen leven. Ik wilde iets betekenen voor andere mensen. ‘Dan word je toch arts?’ opperde mijn vader destijds. En zo geschiedde. Ik ben geneeskunde gaan studeren”, vertelt Josine Blanksma. “Tijdens mijn studie heb ik stage gelopen bij een tropenarts-gynaecoloog. Ik ben 4 maanden in Tanzania geweest, waar ik onderzoek deed op de afdeling Verloskunde in Dar es Salaam. Het was bijzonder indrukwekkend om te zien hoe ze daar 40 bevallingen per dag deden in één grote zaal, waar jonge vrouwen moederziel alleen lagen te bevallen. Terwijl de – vaak meerdere – doodgeboren kindjes in een hoek van de zaal onder een lakentje lagen. Het is gek om te merken hoe snel zo’n bizarre situatie toch ook went.”

“Het was er regenseizoen en ik liep er met laarzen aan door de blubber”

Huisarts Josine Blanksma

Zorg voor vrouwen met fistels in Nigeria

“Voor mijn coschappen ben ik via dezelfde gynaecoloog in Nigeria terechtgekomen. Daar heb ik een project gedaan waarin we vrouwen met een obstetrische fistel hielpen. Een dergelijke fistel is vaak het gevolg van het feit dat niet op tijd een keizersnede wordt uitgevoerd. Deze aandoening komt in Nederland bijna niet voor, maar in Sub-Sahara Afrika veel.”

Eenmaal afgestudeerd is Blanksma eerst een jaar als basisarts op een kinderafdeling gaan werken om te zien of kindergeneeskunde haar richting is. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ze besluit toch de opleiding tot Arts Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde te gaan volgen in Arnhem en aan het Tropeninstituut in Amsterdam.

Ondervoede kinderen helpen in Zuid-Soedan

“Na mijn opleiding ben ik aan de slag gegaan voor AZG”, vertelt Blanksma. “Mijn eerste uitzending was naar Zuid-Soedan. Dat was op dat moment net onafhankelijk, maar rustig was het er niet. In een ondervoedingskliniek hielpen we er kinderen die vel over been binnenkwamen en waarvan ook niet ieder kind het overleefde. Het was er regenseizoen en ik liep er met laarzen aan door de blubber tussen de lemen hutjes heen en weer. Het was heftig, maar als een kind dat ooit binnenkwam in comateuze toestand weer vol leven en spelend de kliniek kon verlaten, gaf me dat toch voldoening.”

“Op zo’n uitzending woon je met een team van expats van over de hele wereld in een gezamenlijk huis. Ik was de enige Nederlander. En zelf leef je daar ook niet bepaald naar westerse standaarden. We waren blij als het maandelijkse vliegtuigje met voorraden langskwam. Dan kregen we, behalve nieuwe medische spullen, met een beetje geluk ook een paar verse appels. Daar keken we naar uit, want we leefden vooral van ingemaakt voedsel en rijst. Omdat het na 3 maanden te onveilig werd in Zuid-Soedan, moest ik deze uitzending voortijdig afbreken.”

“Huisarts worden leek me een goed idee, omdat het een afwisselend beroep is”

Via India en Oost-Congo naar het Wad

Na Zuid-Soedan volgde voor Blanksma nog een uitzending naar India. Waarna ze, eenmaal terug in Nederland, een half jaar op de Spoedeisende Hulp heeft gewerkt in het VUmc in Amsterdam. Toch kriebelt het al snel weer en besluit ze nog één keer op reis te gaan naar Oost-Congo. “Terwijl ik daar zat, ontstond bij mij het idee om huisarts te worden wanneer ik terug zou zijn in Nederland. Ik had de liefde gevonden in Nederland, waarmee ik na mijn uitzending in Oost-Congo – ik was toen 31 jaar – wilde gaan settelen”, legt Blanksma uit. “Huisarts worden leek me een goed idee, omdat het een afwisselend beroep is. Daarnaast biedt het ook de vrijheid om je eigen werkdagen te bepalen. Al googelend in Congo vond ik een opleidingsplek bij een huisarts op Texel.”

Het idee van het eiland bleef kriebelen

“Na mijn opleiding ben ik gestart als waarnemend huisarts in en om Amsterdam, omdat ik dat goed met mijn jonge gezin kon combineren. Ik was inmiddels namelijk bevallen van mijn eerste kindje. Maar ik bleef denken aan dat opleidingsjaar op Texel.”

“Toen we twee kinderen hadden, besloten mijn partner en ik een tijd naar Texel te gaan”, zegt Blanksma. “Ik kon daar in de zomervakantie zes weken waarnemen – met het oog op praktijkovername – voor een huisarts die op reis ging. Dat was voor ons een mooie proefperiode. Het werd een hele leuke zomer! We hebben het eiland niet meer verlaten. Ik ben er blijven werken en inmiddels ben ik praktijkhoudend huisarts, samen met mijn compagnon dokter Schuit, bij huisartsenpraktijk de Kaap in Den Burg.”

“Ach dokter, kunt u dat zelf niet even doen?”

Liever niet ‘naar de overkant’

“Werken op Texel bevalt mij zo goed, onder andere omdat ik de bevolking hier zo leuk vind. De mensen zijn open en direct en waarderen de huisarts. Waar je in Amsterdam bij wijze van spreken al voor een wratje wordt gevraagd om een doorverwijzing, gebeurt dat op Texel veel minder. Eilanders willen vaak liever niet ‘naar de overkant’ om naar het ziekenhuis te gaan. Want dan moeten ze met de boot naar Den Helder. En hoewel je in een kwartiertje met de veerboot op het vaste land bent, voelt dat voor sommige eilandbewoners als een wereldreis. Ze vragen me hier dus veel vaker: ‘Ach dokter, kunt u dat zelf niet even doen?’.”

Spoedzorg op Texel

“Ook wanneer er in de avond of nacht spoedeisende hulp nodig is, vormt de boot een uitdaging”, vertelt Blanksma. “Overdag gaat de boot ieder uur, en in het hoogseizoen om het half uur. ’s Avonds om negen uur gaat de laatste boot, waarna de eerstvolgende pas weer vroeg in de ochtend vaart. Belt de triagist mij ’s nachts wakker voor een spoedgeval, dan moet de boot voor één patiënt extra worden ingezet. Dat is een dure grap voor de zorgverzekering. Daarom proberen we dat te voorkomen als het niet per se nodig is. Ik kan altijd met specialisten in Den Helder overleggen wat ik zelf hier kan doen of dat we toch de boot inzetten om iemand naar het ziekenhuis te vervoeren. Een keer per tien nachten ben ik bereikbaar voor dit soort telefoontjes, want we verdelen deze taak met tien huisartsen, hier op het eiland.”

“Ik doe heerlijk op de fiets of met mijn autootje, rijdend over het eiland, visites”

Het nieuwe avontuur

“Hoewel ik hier nu heerlijk op de fiets of met mijn autootje, rijdend over het eiland, visites doe, is mijn nieuwe carrièrepad heus niet alleen maar zon, zee, strand of anderszins minder uitdagend te noemen in vergelijking met mijn wildere twintiger jaren”, legt Blanksma uit. “Het werk als huisarts hier is toch een beetje buiten de gebaande paden, vanwege de eilandsituatie, de korte lijnen, de kleine gemeenschap en de vele toeristen. Daarnaast ervaar ik in mijn nieuwe rol als praktijkhouder voldoende uitdaging. Ik ben nu naast huisarts ook werkgever van een heel team. En ik leid zelf nieuwe huisartsen op.”

Nooit meer naar de overkant?

“Of ik ooit nog het eiland verlaat om weer een uitzending te doen voor bijvoorbeeld AZG, dat weet ik niet”, lacht Blanksma. “Maar ik ben nu een paar jaar hier en mijn leven speelt zich vooral hier af en dat is op dit moment zeker genoeg. Wie weet, als de kinderen ooit uit huis zijn, misschien gaat het dan wel weer kriebelen. Vooralsnog is Texel mijn huidige avontuur!”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Casus: man met hematurie, mictieklachten en afwijkingen in de blaas

Een 66-jarige man bezoekt de polikliniek Urologie vanwege macroscopische hematurie en mictieklachten. Hij heeft al jaren een slappe straal en moeite met helemaal leegplassen. Ook moet hij één tot twee keer per nacht plassen. Wat is uw diagnose?

‘Elk specialisme moet op zoek naar zijn eigen fietshelm-project’

Marcel Aries combineert zijn werk als intensivist met een nieuwe rol als preventie-intensivist. Hij pleit ervoor dat iedere medisch specialist zich inzet voor preventie van vermijdbare aandoeningen en letsels. “Ik zie zoveel ellende die te voorkomen is.”

‘De Nutritheker’: medicatie­gebruik terug­dringen door verbete­ring van leefstijl

Rinske Pauw verruilde de ziekenhuisapotheek voor een praktijk waarin medicatie, voeding en leefstijl samenkomen. “Het heeft me altijd geboeid hoe je door preventie mensen gezond kunt houden, met zo min mogelijk medicatie.”

‘Dokter, hoe is het met mijn frame?’

Meer dan veertig jaar stond wielerarts Jos Benders midden in het peloton om acute medische zorg te verlenen. Nu hij het stokje overdraagt, blikt hij terug op een tijd vol mooie herinneringen én uitdagingen. “Ik was als eerste arts bij geletruidrager Fabian Cancellara.”

‘Claimende en eisende patiënten maken de werk­druk onhoudbaar’

Dermatoloog Annemie Galimont stopte met haar specialisatie ‘eczeem’. Het grensoverschrijdende gedrag waar ze mee te maken kreeg, werd haar te veel. “Jij hebt een weekendje getiktokt en komt míj vertellen hoe ik mijn werk moet doen?”

Patiënten positief over doorgebruik van thuis­medicatie in het ziekenhuis

In Rijnstate mogen patiënten hun thuismedicatie doorgebruiken tijdens een opname. Claudia Heijens vertelt wat dit oplevert. “We moeten niet voor 100% het proces willen controleren, maar ook dingen los durven laten.”

Casus: vrouw met jeukende getatoeëerde wenkbrauwen

Een 69-jarige vrouw met allergisch contacteczeem en hooikoorts bezoekt uw spreekuur vanwege jeuk en zwelling van haar getatoeëerde wenkbrauwen sinds een jaar. Behalve de zwelling ziet u ook een scherp begrensde, erythemateuze plaque en schilfering. Wat is uw diagnose?

Nederlandse gezondheidszorg schiet tekort voor kwetsbare ouderen

Emiel Hoogendijk onderzocht hoe sociale isolatie en kwetsbaarheid elkaar versterken bij ouderen en geeft aanbevelingen voor aanpassingen in de gezondheidszorg die bijdragen aan ‘healthy ageing’. “De medische zorg en sociale zorg zouden beter geïntegreerd moeten worden.”

Duurzame leefstijl­verbete­ring: ‘Begin met kleine stappen’

Waarom lukt het ons vaak niet om gezonder te leven, zelfs als we weten wat goed voor ons is? En hoe voorkomen we dat goede voornemens voortijdig stranden? In zijn boek laat psychiater Rogier Hoenders zien hoe zorgverleners hun patiënten én zichzelf op het juiste spoor kunnen zetten.

Een tweede leven voor niet-gebruikte geneesmiddelen

Jaarlijks wordt voor zeker 100 miljoen euro aan ongebruikte medicatie vernietigd. Doodzonde, vindt apotheker Bart van den Bemt. Zijn studies droegen bij aan een wijziging van de Europese wetgeving, waardoor heruitgifte onder voorwaarden mogelijk wordt.