DOQ

Veel nieuwe data en inzichten over borstkanker tijdens zwangerschap

Zwangere vrouwen hebben vaker HER2-positieve of triple-negatieve borstkanker, met een slechtere prognose. Hormoongevoelige borstkanker, de meest voorkomende vorm van borstkanker, komt juist minder vaak voor bij zwangere vrouwen. Medisch oncoloog dr. Britt Suelmann van UMC Utrecht onderzocht dit tijdens haar promotietraject. Zij hoopt op meer bewustwording en aandacht voor borstkanker tijdens zwangerschap.

Bij ongeveer 1 op 3.000 zwangeren wordt tijdens de zwangerschap borstkanker vastgesteld. In Nederland gaat het om jaarlijks ongeveer 30 tot 50 zwangere vrouwen. Vanwege de zeldzaamheid is er nog weinig over bekend. “De diagnose is emotioneel heel zwaar”, vertelt Suelmann. “De zwangere vrouw komt in een rollercoaster van emoties en keuzes die zij in korte tijd moet maken. Hoe gaat het verder? Kan ik behandeld worden? Wat betekent dit voor mijn kind? En vaak is er helemaal geen ruimte om ook nog stil te staan bij deelname aan wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek bij zwangere vrouwen heeft daarnaast ook een sterke ethische kant. Daardoor gebeurt er weinig onderzoek naar deze specifieke vorm van borstkanker.”

“We dachten dat de toegenomen hormonenstroom tijdens de zwangerschap waarschijnlijk de oorzaak van de borstkanker zou zijn, maar kennelijk is dat niet zo”

Medisch oncoloog dr. Britt Suelmann

Grote groep

Suelmann heeft retrospectief gekeken naar vrouwen die borstkanker kregen tijdens de zwangerschap of tot een half jaar na de bevalling. Ze maakte gebruik van de PALGA-database en vond 744 Nederlandse vrouwen met borstkanker tijdens de zwangerschap, van 1988 tot 2019. “Onderzoek over zo’n grote groep is nog niet eerder gepubliceerd. Dat was al een mooi eerste resultaat. In deze groep hebben we eerst de pathologische beelden vergeleken met die van niet-zwangere vrouwen van dezelfde leeftijd met borstkanker. We vonden grote verschillen: meer triple-negatieve en meer HER2-positieve borstkanker. Oestrogeengevoelige borstkanker vonden wij het minst. Vooral dat laatste is een onverwachte bevinding. We dachten dat de toegenomen hormonenstroom tijdens de zwangerschap waarschijnlijk de oorzaak van de borstkanker zou zijn, maar kennelijk is dat dus niet zo.”

“Vrouwen die zijn gediagnosticeerd in het 2e of 3e trimester van de zwangerschap hebben de slechtste prognose”

Klinische kenmerken

Voor meer informatie over klinische kenmerken van de borstkanker in de onderzoeksgroep, zoals grootte van de tumor, overleving en uitzaaiingen, heeft Suelmann de IKNL-database geraadpleegd. De 5-jaars overleving bleek veel slechter: ongeveer 60 procent, tegen circa 80 procent voor niet-zwangere vrouwen met borstkanker. Vrouwen die zijn gediagnosticeerd in het 2e of 3e trimester van de zwangerschap hebben de slechtste prognose. “We weten nog niet wat daarvan de oorzaak is”, aldus Suelmann. “Komt het doordat in die fase een knobbeltje in de borst minder snel opvalt door zwelling van de borstklieren? Stellen vrouwen in die fase een doktersbezoek liever uit? Of is er te weinig aandacht voor bij de verloskundige of gynaecoloog? Wat uiteraard ook speelt is het dilemma voor de behandeling met chemotherapie gedurende de zwangerschap. Tot 2005 waren medisch oncologen terughoudend in het behandelen van zwangere vrouwen met chemotherapie, uit angst voor neveneffecten bij het kind. Ik denk daarom dat in het oudere deel van mijn populatie onderbehandeling zeker een rol meespeelt. Maar ook in latere jaren is de prognose aanhoudend slecht.”

“Van een kleine groep patiënten hebben we DNA gesequenced. We vonden specifieke en unieke mutaties op chromosoom 8 die niet voorkomen bij niet-zwangere borstkankerpatiënten”

DNA-mutaties

Over de oorzaken van borstkanker tijdens zwangerschap kan Suelmann alleen speculeren. Misschien speelt onderdrukking van het immuunsysteem tijdens zwangerschap een rol. Er kunnen ook factoren zijn op DNA-niveau: “Van een kleine groep patiënten hebben we DNA gesequenced. We vonden specifieke en unieke mutaties op chromosoom 8 die niet voorkomen bij niet-zwangere borstkankerpatiënten. We gaan nu het DNA sequencen van alle 744 patiënten. Als de mutaties een rol spelen, is het overigens wel opvallend dat die kennelijk binnen enkele maanden kunnen leiden tot borstkanker.”

“Zwangere vrouwen met borstkanker lijken een aparte groep patiënten, met een agressievere vorm van borstkanker”

Veel vragen voor verder onderzoek

Suelmanns onderzoek heeft veel nieuwe data en inzichten opgeleverd. Er zijn veel vragen voor verder onderzoek: onder andere naar de precieze relatie tussen zwangerschap en borstkanker, de oorzaken van de slechtere prognose, de risicofactoren en de behandeling. “Zwangere vrouwen met borstkanker lijken een aparte groep patiënten, met een agressievere vorm van borstkanker”, stelt zij. “Dat is de belangrijkste conclusie uit mijn onderzoek. Het is een heel kwetsbare patiëntengroep en misschien kunnen deze vrouwen in gespecialiseerde teams worden besproken. Bij de AKZ, de landelijke multidisciplinaire Adviesgroep Kanker in de Zwangerschap, kan altijd advies worden gevraagd. Ik hoop dat er meer bewustwording en alertheid komt over borstkanker tijdens de zwangerschap.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”


0
Laat een reactie achterx