Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Veel vrouwen met DM1 ervaren glucosefluctuaties na menopauze
Sommige vrouwen met diabetes mellitus type 1 (DM1) merken dat hun insulinegevoeligheid varieert tijdens de menstruele cyclus. Maar of dit probleem zich ook voordoet rond de menopauze is niet bekend. Samen met haar collega’s van de afdeling Endocrinologie en Metabolisme van Amsterdam UMC onderzocht arts-onderzoeker Esther Speksnijder daarom de invloed van de menopauze op de glucoseregulatie, en de relatie tussen ervaren veranderingen en menopauzale klachten in deze populatie. “Toen we in de literatuur keken, bleek dat hier nooit goed onderzoek naar is gedaan.”
Dat de glucoseregulatie – en daardoor de insulinebehoefte – fluctueert bij vrouwen met DM1 tijdens de menstruele cyclus en tijdens een eventuele zwangerschap is eerder aangetoond. “Maar er is geen onderzoek verricht naar de effecten van de menopauze op de glucoseregulatie bij vrouwen met DM”, vertelt Speksnijder. “Het viel in de spreekkamer op dat het voor sommige vrouwen met DM1 rond de menopauze lastiger wordt om hun glucosewaarden goed te reguleren. En zij hadden daar uiteraard veel vragen over, die we als clinici niet konden beantwoorden”, legt ze uit.

“Schokkend dat er niets bekend was over de relatie tussen de menopauze en glucoseveranderingen bij DM”
Arts-onderzoeker Esther Speksnijder
Retrospectief vragenlijstonderzoek
“Toen ik begon aan dit onderzoek vond ik het heel schokkend dat er in de medische literatuur nog niets bekend was over de relatie tussen de menopauze en glucoseveranderingen bij vrouwen met DM. Iedere vrouw komt immers in de menopauze.” Speksnijder en haar collega’s besloten daarom eerst te inventariseren hoeveel vrouwen met DM1 glucoseveranderingen ervaren rond de menopauze en welke problemen ze dan ondervinden. Daarvoor voerden ze een retrospectief transversaal vragenlijstonderzoek uit bij postmenopauzale vrouwen (amenorroeduur ≥1 jaar) met DM1 in de leeftijd van 45-65 jaar. Via advertenties en onlineplatforms verspreidden de onderzoekers een digitale enquête met vragen over ervaren veranderingen in de glucoseregulatie en menopauzale klachten. In totaal vulden 159 vrouwen de vragenlijst (deels) in.
“Onze hypothese was dat de glucosewaarde alleen zou stijgen, ook omdat er meer insulineresistentie is na de menopauze”
Meer hyper- en hypoglykemieën
De belangrijkste bevinding was dat twee derde van de deelnemers aan de studie veranderingen ervoer in de glucoseregulatie na de menopauze, vergeleken met de periode daarvoor. Het ging daarbij vooral om een toename van het aantal glucoseschommelingen, met niet alleen meer hyperglykemieën, maar ook meer hypoglykemieën. “Dat laatste was wel verrassend, want onze hypothese was dat de glucosewaarde alleen zou stijgen, ook omdat er meer insulineresistentie is na de menopauze.” Daarnaast zagen de onderzoekers een relatie tussen de kans dat de vrouwen een veranderde glucoseregulatie ervoeren en de ernst van de menopauzale klachten. Dat verband was er niet tussen de slaapkwaliteit en ervaren glucosefluctuaties.
Overigens denkt Speksnijder dat die 67% waarschijnlijk een onderschatting is van het werkelijke probleem, omdat er sprake kon zijn geweest van zogeheten ‘recall bias’. Voor de vragenlijst moesten deelnemers namelijk achteraf hun klachten van vóór en na de menopauze vergelijken. “Mogelijk herinneren vrouwen voor wie de laatste menstruatie langer geleden was, zich de toen ervaren problemen niet zo goed meer.” Ze wijst er ook op dat de ervaren schommelingen in de glucoseregulatie kunnen lijken op menopauzale klachten. Dit maakt echter geen verschil voor de vrouwen zelf. “Het ging ons nu om de klachten waarmee vrouwen in de spreekkamer komen. Dát is het probleem, niet of het komt door de bloedsuikers of door de menopauze zelf.”
Vervolgstudies
Aangezien het om een snelle inventarisatie ging, waren objectieve uitkomstmaten geen onderdeel van de studieopzet. “We zetten nu een prospectief onderzoek op waarin we vrouwen willen volgen vanaf de leeftijd van ongeveer 45 jaar, dus vóór de menopauze, tot 2 jaar na de laatste menstruatie. In die periode vragen we ze om elke 3 maanden een dagboek bij te houden over hun menopauzale klachten en krijgen ze een continue glucosemeter. Misschien kunnen we zo pinpointen wanneer de veranderingen plaatsvinden.” Daarnaast hebben de onderzoekers een aanvraag ingediend voor een gerandomiseerde klinische studie naar het effect van postmenopauzale hormoontherapie op de glucosewaarde bij vrouwen met DM1 of DM2.
“Als vrouwen zeggen dat ze veel glucoseschommelingen hebben gemerkt, weten we dat dat misschien door de menopauze komt”
Bespreekbaar maken
Haar advies aan artsen is om de overgang te bespreken met vrouwen met DM1. “Als vrouwen bijvoorbeeld zeggen dat ze veel glucoseschommelingen hebben gemerkt, weten we nu dat dat misschien door de menopauze komt.” Speksnijder vult aan: “Een goede manier om de menopauzale klachten in kaart te brengen, is de ‘Greene Climacteric Scale’, een veelgebruikt instrument onder gynaecologen.” Op basis van haar onderzoeksresultaten kunnen patiëntes die in de overgang zijn, ook beter geïnformeerd worden over de te verwachten veranderingen. Verder is samenwerking tussen internisten of endocrinologen, diabetesverpleegkundigen en gynaecologen van belang voor de begeleiding van vrouwen met DM1 tijdens de overgang, net als tijdens een zwangerschap. Tot slot raadt ze aan te kijken naar meer beweging en gezonde voeding, om een toename van het viscerale vetweefsel na de menopauze te beperken.
Referentie: Speksnijder EM, et al. Perceived blood glucose regulation after menopause: a cross-sectional survey in women with type 1 diabetes in the Netherlands. Diabetologia. 2025;68:2499-510.
Beatrijs Lodde
