Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Veilige zorg begint met begrijpelijke communicatie
In Nederland wonen ruim 2,5 miljoen mensen voor wie Nederlands niet de moedertaal is. Voor zorgverleners betekent dat een aanzienlijk deel van hun patiënten moeite kan hebben met het begrijpen van medische informatie. Als communicatie hapert, kan de zorg onveilig worden, zegt huisarts Jako Burgers, die voorzitter was van de commissie voor de nieuwe richtlijn ‘Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein’. De richtlijn biedt concrete handvatten om taalobstakels doelgericht te herkennen, passende ondersteuning te kiezen en te controleren of de boodschap daadwerkelijk is aangekomen.
De communicatie tussen arts en patiënt is cruciaal voor goede zorg. Toch is het sinds het wegvallen van de landelijke tolkvoorziening in 2012 voor veel zorgverleners onduidelijk wanneer zij een professionele tolk mogen gebruiken. Daardoor lopen patiënten met een taalbarrière risico op misverstanden en onveilige zorg. De nieuwe richtlijn brengt daar verandering in: die geeft duidelijke, breed gedragen handvatten voor de momenten waarop taalondersteuning hoort te worden ingezet. Ook VWS is inmiddels helder: zorgverleners moeten een tolk kunnen gebruiken wanneer dat nodig is voor goede zorg.

“In veel culturen knikken patiënten uit beleefdheid ja, ook als ze iets niet begrijpen”
Huisarts Jako Burgers
Wat er misgaat zonder goede taalondersteuning
Dat miscommunicatie ernstige gevolgen kan hebben, blijkt uit een voorbeeld dat Burgers noemt. Bij een vrouw met een verzakking van de baarmoeder werd uiteindelijk de baarmoeder verwijderd, terwijl zij niet had begrepen dat dit de voorgestelde ingreep was. Zij had de operatie nooit gewild. Het voorbeeld staat niet op zichzelf: in veel culturen knikken patiënten uit beleefdheid ja, ook als ze iets niet begrijpen. Een arts denkt dan ten onrechte dat er instemming is of dat de uitleg is overgekomen. Zeker bij behandelingen met belangrijke consequenties kunnen zulke misverstanden tot schade leiden. Onderzoek laat bovendien zien dat patiënten met een taalbarrière vaker terugkomen, vaker onnodig worden doorverwezen, minder vaak bepaalde therapieën krijgen en regelmatig langer zijn opgenomen.
Tijdig herkennen van een taalbarrière
De eerste module adviseert om al vóór het consult te beoordelen of een taalbarrière te verwachten is. Dat kan tijdens het maken van de afspraak door eenvoudig te vragen hoe goed iemand zijn klachten in het Nederlands kan beschrijven. Die informatie maakt het mogelijk tijd te reserveren en een tolk te (laten) regelen. Ook raadt de richtlijn aan om in het dossier vast te leggen welke talen iemand spreekt, op welk niveau en of taalondersteuning nodig is. Dat gebeurt nu nog weinig, zegt Burgers, maar het helpt de hele keten.
“Een naaste kan soms vertalen bij eenvoudige gesprekken, met duidelijke voorwaarden”
Welke taalondersteuning kies je?
Module 2 over taalondersteuning is volgens Burgers de kern van de richtlijn. Bij complexe, gevoelige of ingrijpende gesprekken moet een professionele tolk worden ingezet, of moet de patiënt worden overgedragen aan een zorgverlener die de taal van de patiënt goed beheerst. Ook bij een eerste gesprek of intake heeft dat de voorkeur. Een naaste kan soms vertalen bij eenvoudige gesprekken, maar de richtlijn verbindt daar duidelijke voorwaarden aan: de patiënt én de naaste moeten dat allebei willen, er moet een veilige vertrouwensrelatie zijn en de naaste moet beide talen voldoende beheersen. Minderjarige kinderen laten tolken is uitgesloten: zij mogen niet worden belast met die verantwoordelijkheid, en het risico op parentificatie of traumatisering moet worden voorkomen.
Digitale vertaalapps en AI-tools kunnen nuttig zijn voor losse woorden of korte zinnen, maar schieten tekort bij complexe of gevoelige onderwerpen. Volgens Burgers verdwijnt nuance al snel en ontstaat er een hak-op-de-takgesprek, zonder zekerheid dat de patiënt begrijpt wat er speelt. De kwaliteit van de vertalingen is in veel talen voldoende voor eenvoudige zaken, zoals het maken van een afspraak, maar niet betrouwbaar genoeg voor gesprekken die inhoudelijk of emotioneel zwaarder zijn.
Mensen onthouden vaak maar enkele boodschappen, en spanning maakt het geheugen nog beperkter
Controleer of de boodschap is overgekomen
De derde module draait om de zogeheten ‘terugvraagmethode’: vraag de patiënt in eigen woorden te herhalen wat is besproken. Burgers ziet dit ook bij Nederlandssprekende patiënten weinig wordt gedaan. Mensen onthouden vaak maar enkele boodschappen, en spanning maakt het geheugen nog beperkter. Terugvragen voorkomt misverstanden en maakt zichtbaar of aanvullende uitleg nodig is.
Praktische randvoorwaarden
Volgens Burgers is de richtlijn meer dan een technisch document. Het is een uitnodiging om communicatie structureel te verbeteren. “De aanbevelingen zijn duidelijk, maar in de praktijk vragen ze wel om een goede voorbereiding en organisatie.” Burgers benadrukt dat dit veel winst oplevert. “Als je bij het plannen van een consult al ziet dat taalondersteuning nodig is, kun je tijd reserveren en een tolk laten regelen. Dat maakt het gesprek rustiger, efficiënter en veiliger.”
Meer weten? Lees hier de volledige richtlijn ‘Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein’.
Andere praktische hulpbronnen:
- Zo schakelt u een tolk in (sectorinformatie, financiering, praktische stappen);
- Terugvraagmethode (uitleg en voorbeelden);
- Beslisboom bij taalbarrière (wat te doen bij een taalbarrière?);
- Global Talk (meest gebruikte tolkendienst in de zorg; kosteloos tolken voor mensen in COA-opvanglocaties en Oekraïense ontheemden);
- Achterstandsfondsen (kosteloze inzet van tolken in veel huisartsenregio’s);
- Campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’ van de Johannes Wier Stichting.
Ruth Wouters
