Vergelijkbare incidentie van HCC met tenofovir en entecavir bij chronische hepatitis B

mm
Daniël Dresden
Redactioneel,
2 oktober 2020

Een systematische review en meta-analyse die in The Lancet Gastroenterology & Hepatology verscheen, toonde geen significant verschil tussen tenofovir-disoproxilfumaraat en entecavir wat betreft het risico op hepatocellulair carcinoom (HCC). De auteurs adviseren dan ook om de behandeling van patiënten met een chronische infectie met het hepatitis B-virus (HBV) kiezen op basis van de verdraag en betaalbaarheid in plaats van op de vraag of het ene medicijn effectiever is dan het andere. 

Meer dan 250 miljoen mensen wereldwijd hebben een chronische HBV-infectie. Onder andere door het optreden van complicaties, zoals cirrose, leverdecompensatie, HCC en levergerelateerde mortaliteit, vormen chronische HBV-infecties een belangrijk mondiaal volksgezondheidsprobleem.  

(bron foto iStock)

Eerstelijnsbehandeling 

Verschillende studies hebben aangetoond dat eradicatie van HBV een zeldzaamheid is. Daarom moeten de meeste patiënten met een chronische HBV-infectie langdurig behandeling met nucleoside- of nucleotide-analogen behandeld worden, om het risico op langetermijncomplicaties te verlagen.  

Nucleotide-analogen, onder andere entecavir en tenofovir, worden veel gebruikt voor de behandeling van chronische HBV-infecties. Deze twee medicijnen zijn in de internationale richtlijnen de eerstelijnsbehandeling

 

Login om verder te lezen

Nog geen account? Meld u hier gratis aan.

, ,
Deel dit artikel