DOQ

Verhoogd risico op hartfalen na colorectaal carcinoom

Overlevenden van colorectaal carcinoom hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van hartfalen. Dat blijkt uit Nederlands onderzoek, recent gepubliceerd in ESC Heart Failure. Behandelend artsen en huisartsen zouden zich meer bewust moeten zijn van dit potentieel verhoogde risico, vinden de onderzoekers.

In Nederland neemt het aantal gevallen van colorectaal carcinoom toe, maar de sterfte ten gevolge van deze vorm van kanker neemt af. Daarom zijn er steeds meer overlevenden die te maken hebben met de gevolgen van kanker en de behandeling daarvan. Hieronder valt ook een verhoogd risico op het ontwikkelen van chronische aandoeningen. Het doel van deze studie was het optreden van hartfalen bij overlevenden van colorectaal kanker te vergelijken met een kankervrije controle- populatie. In de studie is rekening gehouden met bestaande cardiovasculaire risicofactoren en de invloed van de behandeling.

Koppeling van data

Overlevenden van colon- en rectumkanker, gediagnosticeerd tussen 2007 en 2014, werden geselecteerd uit een gekoppeld cohort van kanker- en eerstelijnsgegevens. De Nederlandse Kankerregistratie (NKR) werd gekoppeld aan de PHARMO database network. De overlevenden werden gematcht met kankervrije controles op basis van geslacht, geboortejaar, huisartsenpraktijk en follow-upperiode. In totaal werden 5333 gevallen van darmkanker en 2468 gevallen van rectumkanker gekoppeld aan 31.204 kankervrije controles. Het optreden van hartfalen werd geïdentificeerd op basis van geregistreerde diagnoses door de huisarts. De risicofactoren voor hartfalen waren: hypertensie, diabetes en hypercholesterolemie.

Verhoogd risico

De overall incidentie van hartfalen bij de overlevenden was 6,14 per 1000 persoonsjaren versus 5,09 bij de controles. Na correctie voor eventuele confounders bleef een statistisch significant verschil zichtbaar in het optreden van hartfalen bij overlevenden in vergelijking met de kankervrije controles (HR 1,33; 95% betrouwbaarheidsinterval: 1,12–1,59). Dit werd ook gezien bij afzonderlijke analyses van colon- en rectumkanker. Overlevenden van rectumkanker hadden een hoger risico dan overlevenden van colonkanker en vrouwen hadden een hoger risico dan mannen. 
Factoren die het risico op hartfalen bij overlevenden van colonkanker statistisch significant verhoogden waren diagnose stadium IV, hypertensie en hypercholesterolemie. Ouder zijn dan 70 jaar en het hebben van diabetes gaven ook een verhoogd risico, maar niet statistisch significant.
Bij overlevenden van rectumkanker was alleen hypertensie statistisch significant verhoogd met het risico op hartfalen. Diagnose stadium II, radiotherapie, het hebben van diabetes en hypercholesterolemie gaven ook een verhoogd risico, maar niet statistisch significant.

Bewustzijn

Alhoewel de bevindingen van deze studie geen effect zullen hebben op de behandeling van patiënten met colorectaal carcinoom, achten de onderzoekers het wel van groot belang dat meer bewustzijn ontstaat bij artsen over dit verhoogde risico op termijn op hartfalen. In huidige richtlijnen over de preventie van cardiovasculaire aandoeningen worden kankerpatiënten niet apart benoemd. Vooral huisartsen kunnen een belangrijke rol spelen in het vroegtijdig ontdekken van hartfalen bij overlevenden van kanker om het risico op overlijden aan een cardiovasculaire aandoening te verminderen. 

Referentie: Kuiper JG, Van Herk-Sukel MPP, Lemmers VEPP, et al. Risk of heart failure among colon ans rectal cancer survivors: a population-based case-control study. ESC Heart Fail 2022; 9(4):2139-46. doi: 10.1002/ehf2.13923. 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”


0
Laat een reactie achterx