DOQ

Verschillen in opvolgen richtlijnen bij kankerbehandeling

Tijdens het European Cancer Congres 2017 presenteerde Dr. Marianne Heins (Nivel, Utrecht) de resultaten van een recent onderzoek waarbij ze keek naar 15 behandeladviezen uit de richtlijnen bij 5 vormen van kanker. Zij stelt daarbij vast dat specialisten het ene behandeladvies bij kanker vaker opvolgen dan het andere. Prof. dr. ir. Koos van der Hoeven (Internist-oncoloog, Radboud UMC), reageerde tijdens het congres in Amsterdam op het onderzoek.

Het gaat om onderzoek in de periode 2007 tot 2012. Heins onderzocht in samenwerking met IKNL in hoeverre vijftien verschillende adviezen uit de richtlijnen voor behandelingen van vijf veelvoorkomende soorten kanker werden opgevolgd. Zij verzamelde daarvoor de gegevens van 102.272 patiënten met borstkanker, darmkanker, prostaatkanker, longkanker, of melanoom. De patiënten staan geregistreerd door de IKNL in de Nederlandse kankerregistratie (NKR), een registratie waar alle ziekenhuizen in Nederland aan deelnemen.

Opvolgen
“De leeftijd van een richtlijn is niet bepalend voor het opvolgen ervan”, aldus dr. Heins. “Ook het bewijs voor de juistheid van het voorschrift heeft geen invloed op de mate waarin internisten en oncologen de richtlijnen opvolgen”, meent de onderzoeker. Dr. Heins: “Bij sommige adviezen werden grote verschillen tussen ziekenhuizen gevonden. Dit zou mogelijk verbeterd kunnen worden door internisten inzicht te geven in hoe goed zij verschillende adviezen opvolgen. Andere adviezen werden door bijna alle ziekenhuizen in beperkte mate opgevolgd. Dit zou kunnen betekenen dat de adviezen misschien niet goed bij de dagelijkse praktijk aansluiten.” Het blijkt dat adviezen om iets niet te doen vaker worden opgevolgd (bij 98% van de patiënten) dan adviezen om iets wel te doen (bij 75% van de patiënten). De onderzoekers denken dat sommige behandeladviezen moeilijker zijn op te volgen dan andere.

Voorzichtigheid
Prof. dr. ir. Koos van der Hoeven (Internist-oncoloog, hoofd Medische Oncologie, Radboud universitair medisch centrum en actief geweest bij het maken van richtlijnen als voorzitter van de NVMO): “Het onderzoek heeft betrekking op behandelingen die zijn uitgevoerd tussen 2007 en 2012. Uit het onderzoek blijkt dat er in Nederland voor een aantal behandelingen een aanzienlijke praktijkvariatie bestaat. Dat hoeft niet altijd te betekenen dat oncologen bestaande richtlijnen niet in overweging nemen. Prof. dr. Van der Hoeven benadrukt het belang van de verschillen tussen patiënten en hun fitheid om behandeling te ondergaan. “In het ene ziekenhuis kunnen minder fitte patiënten veel vaker voorkomen dan in het andere.”

Prof. dr. Van der Hoeven: “Tevens zijn richtlijnen vaak sterk verouderd. Er zijn ziekenhuizen die vooruitlopen op ontwikkelingen die pas later in richtlijnen terugkomen. Het is dus zeker niet zo dat ziekenhuizen die van de richtlijnen afwijken, deze niet in overweging hebben genomen.”

Bron:
ECC 2017: Abstract no: 969. Proffered papers bij de Health Economics of Cancer session.

AUTEUR: LENNARD BONAPART

 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”