Voorkom aangeleerde hulpeloosheid: laat zorgprofessionals zelf met oplossingen komen
Redactioneel
18 september 2026
Een medewerker kaart iets aan. Er verandert niks. Ze doet het nog een keer. Weer niks. Op een gegeven moment stopt ze ermee, ook al is er later wél weer ruimte om iets te veranderen. Kjeld Aij, directeur van het thema Dijkzigt in het Erasmus MC en bestuurslid van V&VN, kent het fenomeen en gebruikt het als lens om naar zijn organisatie te kijken. Het helpt hem de vraag te beantwoorden: “Waar kan ik mijn professionals invloed geven zodat zij tot krachtige oplossingen kunnen komen?” ‘Je begint daar elke keer over. Houd er eens over op.’ Wie iets wil aankaarten of veranderen binnen de organisatie, kan hard geraakt worden door dit soort uitspraken. Logisch als dat boosheid en frustratie oproept. “Maar uiteindelijk kan er een moment komen dat die medewerker denkt: ‘laat maar’, en stopt met proberen. Ook als er later wel weer ruimte is. Dan wordt het zorgelijk”, zegt Aij over het mechanisme dat in de psychologie ‘learned helplessness’ wordt genoemd.1,2 “Aangeleerde hulpeloosheid is geen diagnose voor een individu, maar een bestuurlijke lens om naar een organisatie te kijken.” Allerlei externe factoren kunnen het lastig maken om iets te veranderen. Soms is de tijd of het geld er simpelweg niet om iets te veranderen in de organisatie, of het is niet het goede moment. Toch hoeft dat niets te maken te hebben met aangeleerde hulpeloosheid. “Er is bijna altijd enige invloed, hoe klein ook”, meent Aij. “Maar iemand die herhaaldelijk heeft ervaren dat zijn inbreng niets verandert, gelooft daar op een gegeven moment niet meer in.” Foto: Levien Willemse “Boosheid en frustratie zijn niet prettig, maar ze laten ook zien dat iemand nog betrokken is” Directeur Erasmus MC, Dijkzigt
Aanmelden
Meld u gratis aan om toegang te krijgen tot DOQ,
waar zorgprofessionals kennis en visie delen.
Ik heb al een DOQ account
Lees meer over: