DOQ

Vroeg starten met biological vergroot kans op behandel­succes bij jeugdreuma

Bij kinderen met niet-systemische jeugdreuma lijkt het moment waarop een biological wordt gestart van grote invloed te zijn op de werkzaamheid ervan: hoe minder tijd tussen de eerste symptomen en het begin van de behandeling, hoe beter de resultaten. Dat blijkt uit de internationale UCAN CAN-DU-studie. “Er lijkt duidelijk sprake te zijn van een ‘window of opportunity’”, stellen kinderreumatoloog-immunoloog en epidemioloog Joost Swart en immunoloog Sytze de Roock van het UMC Utrecht.

In Nederland krijgen jaarlijks 200 tot 300 kinderen de diagnose jeugdreuma. “Een kwart van de kinderen groeit er later overheen”, zegt Swart, “maar de meesten komen er maar moeilijk vanaf. We vermoeden dat dit mede komt door de manier waarop we hen nu behandelen.” De standaardbehandeling van niet-systemische jeugdreuma is al decennia methotrexaat. “We weten echter dat ongeveer de helft van de kinderen hier onvoldoende baat bij heeft, en dat een groot deel het middel slecht verdraagt”, legt Swart uit. “Van de systemische vorm van jeugdreuma is al langer bekend dat er een ‘window of opportunity’ bestaat en dat vroeg behandelen cruciaal is. In de UCAN CAN-DU-studie hebben we onderzocht of dit ook geldt voor niet-systemische jeugdreuma.”

“In Canada wordt vaak later gestart met biologicals”

Immunoloog Sytze de Roock

Verzekeringskwesties

In totaal werden de gegevens van 130 patiënten uit Nederland en Canada uit een groter cohort geanalyseerd. De onderzoekers deelden hen in drie groepen in, afhankelijk van de tijd tussen het ontstaan van de symptomen en de start van de biological: binnen 6 maanden, tussen 7 en 12 maanden of tussen 13 en 24 maanden. “Wat opviel”, vertelt De Roock, “is dat in Canada vaak later werd gestart met biologicals, vooral vanwege verzekeringskwesties. We zagen een duidelijk verschil in behandelrespons, die bleek samen te hangen met de tijd tot het starten van een biological.” Van de patiënten die vroeg (binnen 6 maanden) waren gestart met een biological, had 83% binnen een half jaar inactieve ziekte. In de groep die pas na één tot twee jaar startte, was dat slechts 57%.

“Het argument dat biologicals zo duur zijn, geldt eigenlijk niet meer”

Kinderreumatoloog-immunoloog en epidemioloog Joost Swart

Verandering van label

Hoewel Swart kinderen met jeugdreuma het liefst direct zou willen behandelen met een biological, kan dat momenteel niet. “In het label van biologicals staat dat we deze middelen pas mogen inzetten als behandeling met methotrexaat heeft gefaald”, legt hij uit. De reden hiervoor was vooral financieel van aard. “Biologicals waren destijds erg duur, maar nu de patenten zijn verlopen, zijn de kosten met zo’n 90% gedaald. Het argument dat biologicals zo duur zijn, geldt dus eigenlijk niet meer. Maar om het label te kunnen veranderen, is nieuw onderzoek nodig waaruit blijkt dat direct starten met een biological beter werkt dan eerst behandelen met methotrexaat. Hiervoor hebben we bij ZonMw een projectidee ingediend.”

“Wacht niet te lang met het inzetten van een biological bij niet-systemische jeugdreuma”

Specifieke geheugencellen

“We hopen dat patiënten die vroeg starten met een biological hiermee weer kunnen stoppen zodra de ziekte goed onder controle is”, vult De Roock aan. Nieuwe inzichten over ‘tissue-resident’-T-geheugencellen suggereren dat dit kan. “Deze specifieke geheugencellen blijven in de gewrichten achter en spelen mogelijk een rol bij het optreden van opvlammingen na het stoppen van de medicatie. “Als we met een vroege behandeling ervoor kunnen zorgen dat die cellen in zo min mogelijk van de gewrichten achterblijven, voorkomen we mogelijk ook opvlammingen van de ziekte”, is De Roock hoopvol.

Simpele boodschap

De boodschap van Swart en De Roock is dan ook simpel: wacht niet te lang met het starten van een biological bij kinderen met niet-systemische jeugdreuma. Swart: “We kunnen nu niet anders dan het label volgen, maar wees niet terughoudend bij het benoemen dat de behandeling met methotrexaat heeft gefaald en stap dan snel over naar een biological.”

Meer informatie over de UCAN CAN-DU-studie is te vinden op: https://ucancandu.com.

Referentie: De Jonge JB, et al; UCAN CAN‐DU and UCAN CURE. Effect of time to start of biologic therapy on treatment response in childhood arthritis: results from the UCAN CAN-DU study. Arthritis Rheumatol. 22 september 2025 (epub).

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Duurzame leefstijl­verbete­ring: ‘Begin met kleine stappen’

Waarom lukt het ons vaak niet om gezonder te leven, zelfs als we weten wat goed voor ons is? En hoe voorkomen we dat goede voornemens voortijdig stranden? In zijn boek laat psychiater Rogier Hoenders zien hoe zorgverleners hun patiënten én zichzelf op het juiste spoor kunnen zetten.

Een tweede leven voor niet-gebruikte geneesmiddelen

Jaarlijks wordt voor zeker 100 miljoen euro aan ongebruikte medicatie vernietigd. Doodzonde, vindt apotheker Bart van den Bemt. Zijn studies droegen bij aan een wijziging van de Europese wetgeving, waardoor heruitgifte onder voorwaarden mogelijk wordt.

Casus: therapie­resistente hyper­tensie na de bevalling

Een 35-jarige vrouw bezoekt zes weken postpartum de HAP vanwege hoofdpijn en een zelfgemeten bovendruk >200 mmHg. Tijdens de zwangerschap heeft zij ook hypertensie gehad, die ondanks behandeling aanbleef. Wat is uw diagnose?

Holistische benadering in de cardiologie wenselijk

Diagnostiek roept bij patiënten met hartklachten vaak negatieve emoties op. Tom Roovers deed promotieonderzoek naar het nut van mentale ondersteuning en de rol van het autonome zenuwstelsel. Zijn proefschrift is een pleidooi voor een holistische benadering in de cardiologie.

Casus: oude vrouw met gepig­men­teerde huid­afwij­king op de boven­arm

Een 79-jarige vrouw bezoekt de dermatoloog voor beoordeling van een gepigmenteerde huidafwijking op de linker bovenarm. In de kinderjaren is zij ernstig door de zon verbrand. Haar moeder kreeg op 89-jarige leeftijd een melanoom. Wat is uw diagnose?

Het belang van goede ethiek­onder­steuning bij morele twijfels over eutha­nasie­verzoeken

Medisch ethici kunnen artsen helpen om morele stress te verlichten en hen ondersteunen bij een zorgvuldige afweging van complexe euthanasieverzoeken. Soms missen zij echter de competenties om die rol goed in te vullen, stelt medisch ethicus Suzanne Metselaar van Amsterdam UMC.

DRUP-studie laat zien wat off-label doelgerichte thera­pie kan opleveren

Voor patiënten met uitgezaaide kanker zonder reguliere behandelopties kan een specifieke DNA-afwijking soms toch nieuwe kansen bieden, vertelt Karlijn Verkerk. “We hebben inmiddels gezien dat off-labelgebruik echt tot veranderingen in de klinische praktijk kan leiden.”

‘Artsen denken al snel dat een vrouw zich aanstelt’

Monique Steegers ziet dat pijnklachten van vrouwen nog te vaak worden weggewuifd of verkeerd geïnterpreteerd door artsen. Volgens haar leidt dat niet alleen tot vertraagde diagnoses, maar ook tot meer chronische pijn en onnodig leed. “We móeten dit veranderen.”

Carrièresabotage: ‘Het is niet eerlijk en het kan ook jou overkomen’

Jamiu Busari onderzocht het fenomeen carrièresabotage in de medische en academische wereld. Veel respondenten herkenden het direct. Waarom blijft dit soort onrecht vaak onbesproken? “Dit fenomeen raakt ons allemaal.”

Morfine als post­opera­tief alter­natief voor oxycodon: helpt dat eigenlijk?

Apotheker Eward Melis onderzocht of morfine na een operatie veiliger is dan oxycodon als het gaat om langdurig opioïdgebruik, zoals de laatste jaren steeds vaker wordt gesuggereerd. “Ik had dit niet verwacht.”