Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Vrouwen worden dubbel geraakt door alzheimer
Meer vrouwen dan mannen worden getroffen door alzheimer, met dementie als gevolg. Waar dit verschil vandaan komt, is niet helemaal duidelijk. Wiesje van der Flier is wetenschappelijk directeur van Alzheimercentrum Amsterdam, onderdeel van het Amsterdam UMC. Hier doen wetenschappers onderzoek naar onder andere man-vrouwverschillen en behandelingen op maat.
“Alzheimeronderzoek staat nog in de kinderschoenen. Er zijn een aantal verschillen tussen mannen en vrouwen met alzheimer. Maar we weten niet of die verschillen komen doordat hersenschade zich anders opbouwt of doordat symptomen zich anders uiten, of door allebei.” Gelukkig merkt Van der Flier dat er maatschappijbreed steeds meer aandacht is voor onderzoek naar dementie. “Onderzoekers worden steeds meer uitgenodigd om te letten op individuele verschillen tussen patiënten.”

“Er zal nooit één medicijn zijn waar alle mensen met alzheimer baat bij hebben”
Wetenschappelijk directeur van Alzheimercentrum Amsterdam Wiesje van der Flier
Man-vrouwverschillen
Twee eiwitten die bij alzheimer een rol spelen, zijn amyloïd (in het begin van de ziekte) en tau (in latere fases). “Het lijkt erop dat vrouwen, gegeven een bepaalde hoeveelheid amyloïd en ernst van de symptomen, al ernstigere tau-schade in hun hersenen hebben”, legt Van der Flier uit. “Op het moment dat tau zich ophoopt in de hersenen, ontstaan symptomen en cognitieve achteruitgang. Die achteruitgang kan bij vrouwen dus sneller gaan dan bij mannen.”
Ook wanneer dementie wordt veroorzaakt door schade aan de bloedvaten, zijn er verschillen tussen de geslachten. “Bij mannen is er vaker schade aan de grote vaten, terwijl bij vrouwen juist de kleinere bloedvaten vaker zijn aangedaan. Dit is subtielere hersenschade, waardoor klachten er insluipen.”
Opruimen
Van der Flier verwacht de komende tien tot twintig jaar grote ontwikkelingen op het gebied van geneesmiddelen voor de behandeling van alzheimer. Nieuw ontwikkelde medicijnen kunnen de alzheimer-eiwitten in de hersenen opruimen. Hierdoor vertraagt de cognitieve achteruitgang. Maar deze medicijnen werken alleen bij mensen in een vroeg stadium van de ziekte. Ook is het nog niet duidelijk of de medicijnen dezelfde werking hebben bij mannen en vrouwen. “Er zal nooit één medicijn zijn waar alle mensen met alzheimer baat bij hebben. Pas als medicijnen daadwerkelijk voorgeschreven worden, kan je er ervaring mee opdoen in de klinische praktijk en onderzoeken hoe verschillende subgroepen erop reageren. Dit zijn ontzettend belangrijke vragen.”
“Het geslacht van de mantelzorger maakt héél veel uit”
Mantelzorger
Er is nog een belangrijk verschil tussen mannen en vrouwen met alzheimer, namelijk het geslacht van hun mantelzorger. In veel gevallen is dat de partner. Dit betekent in heterokoppels dat als de vrouw ziek wordt, de man voor haar gaat zorgen. “Het geslacht van de mantelzorger maakt héél veel uit. Op groepsniveau herkennen vrouwen sneller klachten en zorgen zij beter voor een man dan andersom. Ik denk dat vrouwelijke patiënten zich over het algemeen pas later melden bij de arts. Vrouwen worden dus eigenlijk dubbel geraakt door alzheimer. Want niet alleen hebben ze een hoger risico op de ziekte, maar ook komt het grootste deel van de mantelzorg bij de vrouw te liggen wanneer haar partner ziek wordt.”
Minder kans
Mensen met alzheimer worden vaak gevraagd om deel te nemen aan klinische trials. Maar of iedereen daartoe evenveel toegang heeft, is een vraag die onderzoekers van het landelijke ABOARD-project proberen te beantwoorden. De resultaten van het onderzoek moeten nog gepubliceerd worden, maar Van der Flier licht alvast een tipje van de sluier op: “Deelnemers aan geneesmiddelenonderzoek moeten een ‘studiepartner’ hebben: iemand die meegaat naar alle visites en onderzoeken. Juist dit criterium maakt dat deelname aan onderzoek voor vrouwen vaak niet mogelijk is, omdat er geen partner beschikbaar is. Dit vermindert hun kans om deelnemer te zijn.”
“Hulp begint pas bij de diagnose, als een arts herkent wat er aan de hand is”
Wat kunnen zorgverleners doen?
Dementie komt niet van de ene op de andere dag, maar ontstaat geleidelijk. Voordat dementie wordt vastgesteld, is er al een fase van lichte cognitieve achteruitgang. Dat voorstadium wordt niet altijd als zodanig herkend, omdat de partner en familie veel ondervangen. “Lichte cognitieve stoornissen moeten tijdig herkend worden. Als zorgverlener is het erg van belang om goed te luisteren naar de patiënt die in de spreekkamer komt. Twijfel je? Verwijs dan door voor zorgvuldige diagnostiek. Daarnaast is psycho-educatie enorm belangrijk voor mensen met alzheimer. Leg uit wat iemand met alzheimer kan doen en waar hulp en ondersteuning gevonden kan worden. Die hulp begint pas bij de diagnose, als een arts herkent wat er aan de hand is.”


