DOQ

Waarom melden vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen?

Vrouwen blijken vaker bijwerkingen van medicijnen te melden dan mannen. Onderzoeker Sieta de Vries (UMC Groningen) probeert te achterhalen hoe dit komt. En dat blijkt complexer dan het lijkt.

Uit onderzoek van Aranka Ballering, die net als De Vries werkzaam is in het UMC Groningen, blijkt dat Nederlandse vrouwen gemiddeld vaker hun huisarts bezoeken dan mannen. Maar paradoxaal genoeg worden ze minder vaak onderzocht of doorverwezen naar een medisch specialist. Daarnaast blijkt dat vrouwen vaker bijwerkingen van medicijnen melden dan mannen. Tijdens haar promotieonderzoek ontwikkelde De Vries een vragenlijst om bijwerkingen systematisch te inventariseren. Toen er later een subsidieoproep vanuit ZonMw kwam over man-vrouwverschillen, vroeg zij zich af: hoe zit het eigenlijk met bijwerkingen tussen mannen en vrouwen?

“Vrouwen lijken vaker de bijsluiter te lezen dan mannen”

Onderzoeker Sieta de Vries

5.500 combinaties

Het onderzoeksvoorstel van De Vries en haar collega’s werd gehonoreerd, waarmee het onderzoek van de grond kwam. “Het bleek al snel dat er veel meer achter zat dan we aanvankelijk dachten”, vertelt zij. Het onderzoek maakte gebruik van gegevens van het Bijwerkingencentrum Lareb, waar iedereen (waaronder patiënten en zorgverleners) meldingen van bijwerkingen kunnen doen. De Vries en haar collega’s analyseerden ruim 5.500 geneesmiddel-bijwerkingcombinaties om na te gaan of er verschillen tussen mannen en vrouwen bestaan. Zelfs na correctie voor verschillen in gebruik – zoals antidepressiva, die vaker door vrouwen worden gebruikt – bleken er significante verschillen te zijn. In 15% van de combinaties meldden vrouwen vaker bijwerkingen dan mannen.

Verklaringen

Maar hoe zijn die verschillen te verklaren? Volgens de onderzoeker spelen zowel biologische als sociale en psychologische factoren waarschijnlijk een rol. “Biologische factoren kunnen meespelen: denk aan gewicht, vetpercentage, absorptie, metabolisme of nierfunctie. Maar ook sociale en psychologische factoren zijn belangrijk. Vrouwen lijken bijvoorbeeld vaker de bijsluiter te lezen dan mannen. Zij kunnen daardoor beter bekend zijn met mogelijke bijwerkingen en het bijwerkingencentrum. Ook bespreken ze hun klachten mogelijk vaker met zorgverleners.”

“Het gaat niet alleen om biologische gevoeligheid, maar ook om perceptie”

Perceptie

Daarnaast kan de perceptie van bijwerkingen verschillen. Haaruitval, bijvoorbeeld, werd in het onderzoek bij een heel aantal geneesmiddelen vaker door vrouwen gemeld, mogelijk omdat het hen meer opviel of als vervelender werd ervaren. Of vrouwen daadwerkelijk vaker bijwerkingen ervaren, of dat zij ze alleen maar vaker melden, blijft vooralsnog onduidelijk. Opvallend is dat ook in klinische trials vrouwen vaker bijwerkingen hebben dan mannen, zelfs in de placebogroepen. “Het is lastig vast te stellen of iets daadwerkelijk door het geneesmiddel komt of dat er andere aspecten aan ten grondslag liggen, zoals de manier van registreren van bijwerkingen en het nocebo-effect – de tegenhanger van het placebo-effect. Het gaat dus niet alleen om biologische gevoeligheid, maar ook om perceptie”, aldus De Vries.

“We moeten oppassen met algemene uitspraken als ‘vrouwen moeten een lagere dosis krijgen’, want dat kan leiden tot onderdosering”

Dosisaanpassingen

Voor vervolgonderzoek onderzoekt De Vries samen met Ballering, met behulp van data van het Lifelines-cohort, verschillen in het gebruik van alternatieve geneesmiddelen tussen mannen en vrouwen in verschillende levensfasen, zoals rond de menopauze, zwangerschap of op latere leeftijd. “Ook het gebruik van alternatieve geneesmiddelen kan een rol spelen. Vrouwen gebruiken vaker alternatieve geneesmiddelen. Middelen als sint-janskruid kunnen interacteren met reguliere medicijnen en zo bijwerkingen veroorzaken of versterken.” Daarnaast bestudeert ze verschillen in voorgeschreven dosissen in de praktijk. In klinische trials wordt vaak één dosis gehanteerd, zonder onderscheid tussen mannen en vrouwen. De Vries: “In de praktijk blijken zorgverleners echter regelmatig zowel onbewust als bewust dosisaanpassingen te maken.”

Een concreet voorbeeld van man-vrouwverschillen in dosis is het slaapmiddel zolpidem. In de Verenigde Staten adviseert de FDA dat vrouwen de helft van de dosis van mannen krijgen. In Europa heeft het EMA dezelfde onderzoeksdata beoordeeld, maar de autoriteit concludeerde dat een aanpassing van de dosis niet nodig is. De Vries: “Het laat zien hoe complex dit vraagstuk is. We moeten oppassen met algemene uitspraken als ‘vrouwen moeten een lagere dosis krijgen’, want dat kan leiden tot onderdosering.”

Voorzichtigheid is geboden

Wat haar onderzoek vooral duidelijk maakt, is dat voorzichtigheid geboden is bij generalisaties. “Vrouwen melden vaker bijwerkingen, maar dat kan verschillende oorzaken hebben: biologisch, psychologisch of gedragsmatig”, besluit De Vries. “Om dit goed te begrijpen is verder onderzoek naar deze verschillen nodig. Pas dan kunnen we bijvoorbeeld bepalen of dosissen of richtlijnen aangepast moeten worden.”

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘Voor dak- en thuislozen zet ik graag een stapje extra’

Dak- en thuislozen vragen om meer dan een standaardconsult, ervaart huisarts Laura de Jong. Ze beschrijft hoe laagdrempelige straatzorg, volharding en kleine gebaren het verschil kunnen maken bij complexe problematiek. “Soms is één ‘fuck off’ minder al winst.”

Verder zoeken bij onverklaarde klachten

Wat doe je als alle diagnostische sporen doodlopen? Tonnie van Kessel en Charles Verhoeff vertellen hoe de artsen van stichting De Witte Raven blijven zoeken naar verklaringen voor onverklaarde klachten. “We draaien op donaties, subsidies en veel onbetaalde inzet.”

Flexibilisering is geen luxe, maar een voorwaarde

Steeds meer aios werken parttime, maar toch blijft 0,8 fte vaak de norm. Lara Teheux ziet hoe dat schuurt en pleit voor een fundamenteel ander gesprek over wat goed opleiden eigenlijk is. “We verliezen mensen omdat de werkomgeving als te weinig flexibel wordt ervaren.”

Casus: man met een laesie op het scheenbeen

Een 72-jarige man komt voor een beoordeling van meerdere plekjes op het lichaam. Een laesie op het rechter scheenbeen valt op. Volgens de man is deze donkerder geworden, maar verder heeft hij er geen klachten aan. Wat is uw diagnose?

Casus: man met anurie sinds enkele dagen

Een 58-jarige man bezoekt de SEH vanwege flankpijn beiderzijds en anurie sinds enkele dagen. Hij heeft geen koorts of mictieklachten. Echografie van de nieren toont bilaterale hydronefrose. Wat is uw diagnose?

De grenzen van goedbedoelde zorg

In de zorg mikken we hoog. We streven naar perfectie, in hoe we naar gezondheid kijken en hoe we zorg organiseren. Volgens uroloog Stefan Haensel wringt het juist daar. “Door te accepteren dat 90% van perfect genoeg kan zijn, laten we het idee los dat alles oplosbaar is.”

Onderwijs, onderzoek en zorgpraktijk bundelen de krachten

Hoe breng je innovatie écht op de werkvloer? Harmieke van Os-Medendorp en Marcelle Rittershaus-Kuijpers laten zien hoe leer- en innovatienetwerken studenten en zorgprofessionals samen laten werken aan praktische verbeteringen in de zorg.

Vul zneller ZN-formulieren in met app van jonge cardiologen

Administratieve rompslomp rond ZN-formulieren kan een stuk sneller, laat cardioloog Laurens Swart zien met de app zneller. Met enkele klikken zijn formulieren ingevuld en verzonden. “Het ZN-formulier is voor driekwart van de medicijnen een wassen neus.”

Hoe AI no-shows in het ziekenhuis terugdringt

Met AI kunnen patiënten worden herkend die hun afspraak dreigen te missen, laten Annabel Seffelaar en Siem Aarts zien. Zo kunnen zij tijdig herinnerd worden aan hun afspraak. “Elke week halen we er zeker zes of zeven patiënten uit die de afspraak totaal vergeten waren.”

Casus: vrouw die niet kan boeren

Een 23-jarige vrouw klaagt over een lang aanhoudend drukkend gevoel achter het sternum, met name na de maaltijd. Het lukt haar dan niet om te boeren. Braken zorgt meestal snel voor verlichting van de klachten. Wat is uw diagnose?


Lees ook: Wat je verwacht, voel je: wat zorgverleners kunnen leren van placebo-effecten

Naar dit artikel »