Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
Wat betekent medicamenteuze afbreking voor een volgende zwangerschap?
Het medicamenteus beëindigen van een zwangerschap in het tweede trimester geeft geen verhoogd risico op vroeggeboorte bij de volgende zwangerschap, blijkt uit onderzoek van het Amsterdam UMC. “Het is wel verstandig om enkele maanden te wachten met de volgende zwangerschap”, adviseert arts-echoscopist en onderzoeker Ian Koorn, werkzaam op de afdeling Prenatale Geneeskunde.
Beëindiging van een zwangerschap in het tweede trimester gebeurt in Nederland jaarlijks zo’n 5.000 keer. Driekwart van deze ingrepen wordt chirurgisch in klinieken uitgevoerd, en een kwart medicamenteus (met mifepriston en misoprostol) in ziekenhuizen. “Er vindt steeds meer onderzoek plaats naar de complicaties daarbij”, weet Koorn. “Zo is inmiddels bekend dat de chirurgische afbreking van een zwangerschap een hoger risico geeft op vroeggeboorte bij de eerstvolgende zwangerschap. Maar voor medicamenteuze afbreking was dat niet bekend.”

“Met een follow-upduur van vijftien jaar hadden we een bijzondere onderzoekspopulatie”
Arts-echoscopist Ian Koorn
Goed in beeld
In de studie analyseerden de onderzoekers data van alle vrouwen die tussen 2008 en 2023 in Amsterdam UMC een medische zwangerschapsbeëindiging (doorgaans in verband met afwijkingen bij de foetus) ondergingen en daarna (tot 2024) opnieuw zwanger werden. Primaire uitkomst was het risico op vroeggeboorte (16-37 weken) bij de volgende zwangerschap. “Van 831 vrouwen met een eenlingzwangerschap konden we de uitkomsten analyseren”, vertelt Koorn. “Met een follow-upduur van vijftien jaar hadden we een bijzondere onderzoekspopulatie. Omdat wij jaarlijks de aantallen van alle zwangerschapsafbrekingen aanleveren bij het ministerie, hebben we het cohort goed in beeld. We kunnen er allerlei aspecten mee analyseren, bijvoorbeeld ook de gynaecologische voorgeschiedenis en de tijd tot aan de volgende zwangerschap.”
“De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is geruststellend”
Geen hoger risico
In de studie bleek het risico op spontane vroeggeboorte 4,7%. Er was geen controlegroep in de studie. Daarom is dat percentage vergeleken met het bekende risico op vroeggeboorte (vanaf 22 weken) in Nederland, wat varieert tussen 3,7% en 4,5% per jaar. “De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dus geruststellend: we zagen geen hoger risico op spontane vroeggeboorte na een medicamenteuze afbreking”, aldus Koorn. “Met subgroepanalyse zagen we wel een trend naar vroeggeboorte bij een kort interval tot de volgende zwangerschap. Wij hebben dat gedefinieerd als korter dan drie maanden. Het is echter geen significant verhoogd risico. Zo’n trend zagen we ook voor de duur van de afgebroken zwangerschap: hoe later de beëindiging, hoe groter de kans op vroeggeboorte bij de volgende zwangerschap.”
“We moeten niet schrikken als een vrouw na een afbreking snel weer zwanger is”
Tijd nodig
Een verklaring voor deze laatste trend is dat de baarmoederhals zich tijdens een medische afbreking remodelleert. Dat gebeurt ook bij een normale bevalling. De baarmoederhals heeft daarna tijd nodig om zich te herstellen. Daarom wordt bij een voldragen zwangerschap het advies gegeven om een bepaalde periode niet opnieuw zwanger te worden, omdat een kort interval ook dan een risico is voor vroeggeboorte. De medische literatuur adviseert een periode van minimaal zes maanden, de Wereld Gezondheidsorganisatie adviseert anderhalf tot twee jaar.
Koorn zou adviseren om na een zwangerschapsafbreking in het tweede trimester, als het mogelijk is, minstens drie maanden te wachten met de volgende zwangerschap. Vooral als de afbreking verder in de zwangerschap is gedaan. “We realiseren ons dat dat een lastig advies is. In deze populatie heeft een aanzienlijk deel van de vrouwen nog steeds een actieve kinderwens. In onze studie had 70% na de afbreking een vervolgzwangerschap, van wie 20% binnen drie maanden en meer dan 50% binnen zes maanden. Veel vrouwen willen dus snel weer zwanger worden. Dat is ook wel voor te stellen, want de beslissing om een zwangerschap af te breken is heel moeilijk. Aan de onvervulde kinderwens wil je dan zo snel mogelijk een vervolg geven. Gelukkig gaat het om lage risico’s bij de volgende zwangerschap. We moeten dus niet schrikken als een vrouw na een afbreking snel weer zwanger is. De meeste vrouwen bevallen dan op de uitgerekende tijd. Maar het is wel iets om bij stil te staan in de counseling.”
Handvatten
De uitkomsten van de studie zijn in lijn met de verwachtingen van Koorn. Hij is er blij mee, omdat de uitslag geruststellend is: “In de hele groep is het risico op vroeggeboorte niet verhoogd. Dat betekent dat de baarmoederhals zich na een medische beëindiging herstelt. Maar omdat dat tijd nodig heeft, is het wenselijk om te adviseren om die tijd ook te nemen. De uitkomsten geven dus handvatten voor adviezen en counseling aan aanstaande ouders. Het is goed om dat met de studieresultaten te kunnen onderbouwen.”
Kees Vermeer
