DOQ

Wat te doen bij maag- of slokdarm­kanker met slechts enkele uitzaai­ingen?

Heeft het lokaal behandelen van zogeheten oligometastasen bij maag- en slokdarmkanker een positief effect op de overleving? Om dit in studies te kunnen onderzoeken moet het begrip ‘oligometastatische ziekte’ strak gedefinieerd zijn. Zo’n strakke definitie is er nu, vertelt radiotherapeut-oncoloog Peter van Rossum (Amsterdam UMC), evenals de eerste resultaten van studies naar de lokale behandeling ervan.

Tot dertig jaar geleden was het eenvoudig: een tumor was uitgezaaid of niet. In het eerste geval is genezing geen optie en krijgt de patiënt een palliatieve behandeling. In het tweede geval is de behandeling gericht op genezing. Van Rossum vertelt: “In 1995 lanceerden de Amerikaanse radiotherapeuten Ralph Weichselbaum en Samuel Hellman het begrip ‘oligometastasen’ voor een situatie met slechts enkele metastasen. Dit zou mogelijk een uiting zijn van een minder ongunstige tumorbiologie. Dat wierp vervolgens de vraag op of patiënten met oligometastatische ziekte door het lokaal behandelen van deze uitzaaiingen als het ware getransformeerd kunnen worden in patiënten zonder uitzaaiingen. En dus in aanmerking komen voor een in opzet curatieve behandeling.”

Voor enkele tumorsoorten, zoals dikkedarm-, prostaat-, en longkanker is inmiddels in gerandomiseerde studies aangetoond dat het lokaal behandelen van de oligometastasen via chirurgie, ablatie of stereotactische radiotherapie, inderdaad de overlevingskans van de patiënt vergroot. Bij maag- en slokdarmkanker ontbrak het tot voor kort aan dergelijk bewijs. “Met als gevolg een flinke variatie in de behandeling van mensen met oligometastasen bij maag- en slokdarmkanker.”

“Het ontbrak aan consensus over wat oligometastische ziekte bij maag- en slokdarmkanker precies is”

Radiotherapeut-oncoloog Peter van Rossum

Consensus bereikt

Om hier verandering in te brengen, startte Van Rossum – samen met medisch oncoloog Hanneke van Laarhoven, oncologisch chirurg Richard van Hillegersberg en promovendus Tiuri Kroese en gesteund door alle betrokken Europese vakverenigingen – het OMEC-project.1 Waarbij OMEC staat voor OligoMetastatic Esophagogastric Cancer consortium. “Het eerste doel was te komen tot consensus over de definitie van oligometastatische ziekte bij maag- en slokdarmkanker. Want daar ontbrak het aan. Hoeveel metastasen mogen het maximaal zijn, in hoeveel verschillende organen?” Literatuuronderzoek en het raadplegen van Europese experts uit het vakgebied leidden tot de gewenste consensus.2 “Die stelt dat we spreken over oligometastatische ziekte bij maag- en slokdarmkanker bij maximaal drie uitzaaiingen in hetzelfde orgaan, bijvoorbeeld lever of long, òf uitzaaiingen in één extra-regionaal lymfklierstation. De oligometastasen kunnen synchroon zijn, dus aanwezig ten tijde van de diagnose, of metachroon, dus ontstaan na een in opzet curatieve behandeling. Na de start met systemische therapie mag er minimaal drie maanden, maar bij voorkeur nog langer, geen toename zijn in het aantal of de grootte van de metastasen voordat lokale behandeling van metastasen overwegen kan worden. Peritoneale of pleurale uitzaaiingen gelden in het algemeen niet als oligometastatische ziekte aangezien deze een andere tumorbiologie hebben.”

“De overlevingscurven in de RENAISSANCE-studie kruisen elkaar in de tijd”

Kruisende overlevingscurves

Dit jaar zijn ook de uitkomsten gepresenteerd van de eerste twee gerandomiseerde studies naar het effect van lokale behandeling van oligometastasen bij maag- en slokdarmkanker. In de ESO-Shanghai 13 studie, een fase 2-studie uitgevoerd in China bij 104 patiënten met metachrone oligometastasen bij plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm, bleek het toevoegen van een lokale behandeling van de metastasen aan de systemische therapie de overleving van de patiënten te verbeteren.3 De fase 3 RENAISSANCE-studie, uitgevoerd bij 139 patiënten met adenocarcinoom van de maag of slokdarm-maagovergang en synchrone oligometastasen, zag daarentegen geen overlevingsvoordeel van het toevoegen van lokale behandeling.4

Op die laatste studie valt wel het een en ander aan te merken, stelt Van Rossum. “De RENAISSANCE-studie hanteerde een ruimere definitie dan het OMEC-project: maximaal vijf metastasen waaronder ook peritoneale metastasen. Daarnaast was de duur van de systemische therapie, de tijd waarin je afwacht of progressie uitblijft, vrij kort: acht weken. Ten slotte was de postoperatieve mortaliteit met 8% erg hoog. De overlevingscurves kruisen elkaar in de tijd, hetgeen suggereert dat de lokale behandeling, veelal chirurgie in deze studie, eerst tot extra sterfte leidde maar bij de mensen die de eerste periode goed doorkwamen mogelijk wel de overleving verbeterde.”

“Dit moet meer inzicht geven in de optimale duur van de systeemtherapie die nodig is”

OMEC-5 studie

De RENAISSANCE-studie onderstreept de noodzaak van een strakke definitie van oligometastatische ziekte bij onderzoek naar het nut van lokale behandeling. Zoals in de prospectieve, gerandomiseerde OMEC-5 studie die op stapel staat. Van Rossum: “Daarin vergelijken we twee intervalduren – vier maanden versus acht maanden – van de systemische therapie voorafgaand aan lokale behandeling. Dit moet meer inzicht geven in de optimale duur van de systeemtherapie die nodig is om de patiënten te identificeren die ‘echte’ oligometastatische ziekte hebben. Dat wil zeggen, patiënten bij wie geen progressie optreedt en bij wie dus de kans groot is dat zij voordeel kunnen hebben van een lokale behandeling.” Van Rossum en collega’s zijn momenteel druk doende financiering te vinden voor de OMEC-5 studie. 

Referenties:

  1. Het OMEC-project.
  2. Kroese TE, et al. European clinical practice guidelines for the definition, diagnosis, and treatment of oligometastatic esophagogastric cancer (OMEC-4). Eur J Cancer. 2024; 204: 114062.
  3. Liu Q, et al. Systemic therapy with or without local intervention for oligometastatic oesophageal squamous cell carcinoma (ESO-Shanghai 13): an open-label, randomised, phase 2 trial. Lancet Gastroenterol Hepatol. 2024; 9: 45-55.
  4. Al-Batran S-E, et al. Effect of chemotherapy/targeted therapy alone vs. chemotherapy/targeted therapy followed by radical surgical resection on survival and quality of life in patients with limited-metastatic adenocarcinoma of the stomach or esophagogastric junction: The IKF-575/RENAISSANCE phase III trial. ASCO 2024 Annual Meeting, abstract LBA2001.
Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

‘Voor dak- en thuislozen zet ik graag een stapje extra’

Dak- en thuislozen vragen om meer dan een standaardconsult, ervaart huisarts Laura de Jong. Ze beschrijft hoe laagdrempelige straatzorg, volharding en kleine gebaren het verschil kunnen maken bij complexe problematiek. “Soms is één ‘fuck off’ minder al winst.”

Verder zoeken bij onverklaarde klachten

Wat doe je als alle diagnostische sporen doodlopen? Tonnie van Kessel en Charles Verhoeff vertellen hoe de artsen van stichting De Witte Raven blijven zoeken naar verklaringen voor onverklaarde klachten. “We draaien op donaties, subsidies en veel onbetaalde inzet.”

Flexibilisering is geen luxe, maar een voorwaarde

Steeds meer aios werken parttime, maar toch blijft 0,8 fte vaak de norm. Lara Teheux ziet hoe dat schuurt en pleit voor een fundamenteel ander gesprek over wat goed opleiden eigenlijk is. “We verliezen mensen omdat de werkomgeving als te weinig flexibel wordt ervaren.”

Casus: man met een laesie op het scheenbeen

Een 72-jarige man komt voor een beoordeling van meerdere plekjes op het lichaam. Een laesie op het rechter scheenbeen valt op. Volgens de man is deze donkerder geworden, maar verder heeft hij er geen klachten aan. Wat is uw diagnose?

Casus: man met anurie sinds enkele dagen

Een 58-jarige man bezoekt de SEH vanwege flankpijn beiderzijds en anurie sinds enkele dagen. Hij heeft geen koorts of mictieklachten. Echografie van de nieren toont bilaterale hydronefrose. Wat is uw diagnose?

De grenzen van goedbedoelde zorg

In de zorg mikken we hoog. We streven naar perfectie, in hoe we naar gezondheid kijken en hoe we zorg organiseren. Volgens uroloog Stefan Haensel wringt het juist daar. “Door te accepteren dat 90% van perfect genoeg kan zijn, laten we het idee los dat alles oplosbaar is.”

Onderwijs, onderzoek en zorgpraktijk bundelen de krachten

Hoe breng je innovatie écht op de werkvloer? Harmieke van Os-Medendorp en Marcelle Rittershaus-Kuijpers laten zien hoe leer- en innovatienetwerken studenten en zorgprofessionals samen laten werken aan praktische verbeteringen in de zorg.

Vul zneller ZN-formulieren in met app van jonge cardiologen

Administratieve rompslomp rond ZN-formulieren kan een stuk sneller, laat cardioloog Laurens Swart zien met de app zneller. Met enkele klikken zijn formulieren ingevuld en verzonden. “Het ZN-formulier is voor driekwart van de medicijnen een wassen neus.”

Hoe AI no-shows in het ziekenhuis terugdringt

Met AI kunnen patiënten worden herkend die hun afspraak dreigen te missen, laten Annabel Seffelaar en Siem Aarts zien. Zo kunnen zij tijdig herinnerd worden aan hun afspraak. “Elke week halen we er zeker zes of zeven patiënten uit die de afspraak totaal vergeten waren.”

Casus: vrouw die niet kan boeren

Een 23-jarige vrouw klaagt over een lang aanhoudend drukkend gevoel achter het sternum, met name na de maaltijd. Het lukt haar dan niet om te boeren. Braken zorgt meestal snel voor verlichting van de klachten. Wat is uw diagnose?