DOQ

‘Weg met de ouderwetse labels!’ aldus dr. A.H. Maitland-van der Zee

Mw. dr. A.H. Maitland-van der Zee (1975) is per 1 september 2016 benoemd tot hoogleraar Precision Medicine in Respiratory Diseases aan de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam (AMC-UvA). Vanuit haar achtergrond als farmacologisch en epidemiologisch onderzoeker levert ze op de afdeling longziekten een belangrijke bijdrage aan de individuele behandeling van longpatiënten.

Prof. Dr. Anke-Hilse Maitland-Van der Zee is opgeleid als apotheker, klinisch farmacoloog en epidemioloog. Ze rolde vanuit haar studies het promotieonderzoek in en bleef vervolgens altijd werkzaam in de academie. Maitland-Van der Zee: “Ik heb 17 jaar als epidemioloog in Utrecht verschillende ziektes voorbij zien komen. Ik zocht voornamelijk naar (bio)markers die konden helpen bij de effectiviteit en werking van geneesmiddelen. Ik werkte daarbij al regelmatig samen met mijn voorganger Prof. dr. Peter Sterk (hoogleraar Pathofysiologie en Fenotypering van astma en COPD, AMC-UVA). Hij zag in mij zijn opvolger. Ik was verbaasd, maar na leuke gesprekken met verschillende mensen op de afdeling, zag ik een mooie kans om als wetenschapper dichter bij dokters en patiënten te kunnen werken. Ik werk nu bijna een jaar als hoogleraar aan de UVA en ik voel me hier al helemaal thuis.”

Kinderastma
Maitland-Van der Zee deed haar promotieonderzoek over statines bij cardiovasculaire aandoeningen. Ze kwam in het astmaonderzoek terecht, omdat er in Utrecht een functie beschikbaar kwam: Maitland-Van der Zee: “Kinderastma werd in Utrecht een belangrijk stuk van mijn werk. Ik deed tevens onderzoek naar cardiovasculaire aandoeningen. Een farmacoloog is niet gebonden aan een ziekte, maar heel erg geïnteresseerd in de werking van geneesmiddelen. Ik kon zaken vertalen, op onderzoeksgebied biedt het voordelen om aan verschillende ziekten te kunnen werken. Waar ik nu werk zijn al mooie projecten gedaan, waardoor we al data en biologisch materiaal beschikbaar hebben. Ik werk aan kinderastma, volwassen astma, adult onset astma, COPD, longkanker en CF, dus we werken met verschillende ziekten. Alle ziekten zijn interessant, en voor mij als klinisch farmacoloog natuurlijk ook vooral het behandelen van ziekten.”

Data
“Er lopen studies, waar veel data is, maar hoe krijg je antwoord op je vragen? We gaan dan rond de tafel. Dan kan ik een bijdrage leveren vanuit mijn onderzoekservaring. We zoeken (bio)markers bij ‘precision geneeskunde’. Bij chronische longziekten zoals astma en COPD moet je daarvoor de ouderwetse labels loslaten. Heeft iemand astma met COPD-componenten of COPD met astma-componenten.” Het is volgens de professor een semantische discussie. “Je moeten kijken wat er biologisch met een patiënt aan de hand is. Heeft de patiënt eosinofiele inflammatie of neutrofiele inflammatie? Dat is relevantere informatie voor de therapie die je wil geven aan de patiënt.”

Precision medicine
Wat we graag willen is op een evidence based manier patiënten behandelen. Het beste voor de groep is niet het beste voor de individuele patiënten. De richtlijnen zijn helder en gestandaardiseerd. Wanneer een patiënt niet voldoet aan het gemiddelde, is het echter een nadeel als er geen behandeling volgt. We hopen handen en voeten te geven aan tools voor de individuele benadering. Fenotypering en genotypering horen daarom thuis in het onderwijs van de arts. We gaan het meer tegenkomen in de spreekkamer. Er komen steeds meer tools beschikbaar, je moet wel weten wat je ermee kunt doen.”

Biomarkers
“Bij adult onset astma en kinderastma willen we daarom heel graag groepen definiëren die het niet goed doen op een bepaalde therapie en deze vergelijken met patiënten die het wel goed doen. Vervolgens zoeken we verschillen in hoe hun ziekte in elkaar zit. Hopelijk geeft dat aanknopingspunten voor de behandeling van die patiënten. Beter beschrijven wat er met een patiënt aan de hand is. Door het meten van biomarkers of klinische karakteristieken en door labels los te laten, waarbij je bijvoorbeeld COPD-patiënten hebt met veel eosinofiele informatie voor wie ICS wel goed zou werken. Maar patiënten met COPD die behandeld worden met ICS lopen een verhoogd risico op een longontsteking. Als ze geen ICS nodig hebben op basis van eosinofiele inflammatie dan moeten we ze die dus ook niet krijgen.”

Elektronische neus
Er loopt een Europese studie met 200 kinderen met astma. We meten het microbioom in de mond en in de darmen, maar we doen tevens epigenetisch onderzoek naar de methylering van DNA en uitgaande lucht met vluchtige organische componenten. Daarmee hebben we laten zien dat je eosinofiele informatie in de longen kunt meten. Prof. drPeter Sterk heeft veel werk verzet met de zogeheten ‘elektronische neus’ (e-Nose). In het Breathcloud project werden de ademgegevens van 2.700 mensen met astma, COPD, longkanker of die gezond waren in een database verzameld.. De e-Nose kon met heel veel zekerheid verschillen tussen zieke en gezonde mensen ‘ruiken’. Astma en COPD waren iets moeilijker uit elkaar te halen, maar bij bij deze patiënten kon wel het type inflammatie met de eNose worden vastgesteld. Met deze nieuwe technologie testen en voorspellen we nu ook de effectiviteit van longkankertherapie. De eerste resultaten zijn veelbelovend, want 20% van de mensen reageert op therapie, en we hebben op dit moment slechts een biomarker die net iets beter dan een dobbelsteen voorspelt. Met deze ademtest is er een betere marker beschikbaar. We kunnen hierdoor de therapie optimaliseren. Daarnaast komt een trial bij kinderastma, we genotyperen de kinderen voor ze beginnen met langwerkende bèta-agonisten (LABA). Kinderen die drager zijn van een genetische variant op de beta-receptor, worden behandeld met een dubbele dosering inhalatie corticosteroiden ipv met LABA om ze sneller onder controle te krijgen. Het is leuk om de stap van wetenschap naar kliniek te maken.”

Toekomst
“Ik hoop dat we over 4 jaar de klinische trial voor astma bij kinderen afgerond hebben. We krijgen dan mogelijk een genetische marker beschikbaar die nuttig is in de kliniek. Ik hoop dan dat het makkelijker wordt om de volgende biomarker naar de kliniek te krijgen. We maken momenteel grote stappen met uitgeademde lucht, dat is echt geweldig interessant. De associaties met ziekte zijn sterk, maar we lijken ook de effectiviteit van immuuntherapie bij longkanker en bij van biologicals bij de behandeling van astma te kunnen voorspellen. Personalized medicine is definitely here to stay.”

Meer informatie: uva.nl

Foto: Dirk Gillissen
Auteur: Lennard Bonapart, Medisch Journalist

 

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

De zorgverlener als verwonderaar

Steeds meer resultaten wijzen uit dat een goed contact tussen de zorgverlener, het kind en de ouders, veel leed kan voorkomen. Piet Leroy zet zich in voor pijn- en traumavrije zorg bij kinderen. “Ik spreek nooit over lastige ouders, wel over kwetsbare ouders.”

Aandacht voor sterven

Rozemarijn van Bruchem-Visser pleit voor meer aandacht voor het stervensproces van de patiënt vanuit de zorgverlener. “Het ontbreekt vaak aan kennis over de praktische aspecten. Dat maakt het lastig om het gesprek te openen voor veel zorgverleners.”

Taalbarrière en geen tolk? Geen passende zorg

“Sinds het ministerie van VWS in 2012 de subsidie voor landelijke tolkendiensten stopte zien we veel onwenselijke situaties. Zo kunnen we geen passende zorg bieden”, vertelt jeugdarts Petra de Jong. Ze zet zich in voor de campagne ‘Tolken terug in de zorg, alstublieft’.

Casus: man met veranderd defatiepatroon, krampen en borborygmi

Een man wordt gestuurd in verband met een veranderd defecatiepatroon, met krampen en borborygmi. Er is geen bloedverlies. De eetlust is normaal en er is geen gewichtsverlies. Wat is uw diagnose?

Een dokter is geen monteur

Pieter Barnhoorn pleit voor bezielde en bezielende zorg, waarbij contact met de patiënt centraal staat. Zijn visie overstijgt het traditionele biomedische model: “Waarom moet alles efficiënt en onpersoonlijk? Dat is toch niet de reden waarom mensen de zorg in gaan?”

Casus: patiënt met veel jeuk

U ziet een zestienjarige patiënte met veel jeuk en een blanco voorgeschiedenis. Patiënte krijgt een corticosteroïd van de huisarts, maar dat helpt niet. Wat is uw diagnose?

Voer een open gesprek na diagnose dementie

Judith Meijers wil standaard een open gesprek over wensen en grenzen met mensen die net de diagnose dementie hebben gekregen. “Zorgprofessionals die deze gesprekken voeren, vertelden dat ze meer voldoening uit hun werk halen.”

Casus: man met bloedverlies per anum

Een man van 67 jaar komt omdat hij helder rood bloedverlies per anum heeft. Er zijn geen andere klachten, de eetlust is goed, hij is niet afgevallen. De familie anamnese is niet bijdragend. Wat is uw diagnose?

Familie­gesprekken op de IC: zo kan het morgen beter

Artsen kunnen familieleden van IC-patiënten beter betrekken als ze inspelen op hun wensen, concludeerde Aranka Akkermans. Hiervoor geeft ze concrete handvatten. “Artsen vullen intuïtief zelf in hoe de naasten betrokken willen worden.”

‘Practice what you preach’

Huisarts Chris Otten geeft praktische tips om leefstijl en preventie meer aandacht in de spreekkamer te geven. Wat werkt en wat beslist niet? “Ik máák tijd voor een leefstijlgesprek. Desnoods laat ik er mijn spreekuur voor uitlopen.”