DOQ

Wereldwijd grote verschillen wachttijd operatie dikke darmkanker

Per land zijn er grote verschillen in de wachttijd tot de operatie bij dikke darmkanker, zo blijkt uit onderzoek. De onderzoekers concluderen dat er één internationale richtlijn moet komen voor de maximale wachttijd tot de operatie bij dikke darmkanker. De wachttijd tot de operatie kan gebruikt worden om patiënten fitter te maken vóór de operatie.

Het onderzoek is uitgevoerd door arts-onderzoeker Charlotte Molenaar en oncologisch chirurg dr. Gerrit Slooter van Máxima MC en gepubliceerd in The Lancet Oncology.

Verschil

Het eindpunt van de wachttijd is de operatie. Het beginpunt laat zich moeilijker vastleggen: is dit de verwijzing naar het ziekenhuis, de datum van het darmonderzoek, de datum waarop de patholoog bewijs levert dat er sprake is van kanker of de datum waarop door het specialistisch behandelteam besloten is wat het behandelplan wordt? Tussen deze punten kan een verschil van drie weken zitten.

(Foto: Pixabay)

Eén internationale richtlijn

In de internationale literatuur is het beginpunt van de ‘wachttijd’ tot de operatie verschillend. In het onderzoek zijn de richtlijnen in 30 landen vergeleken, en die blijken totaal niet in relatie tot elkaar staan. Vaak zijn ze niet gebaseerd op wetenschappelijk bewijs. Toch worden op basis van deze informatie nationale richtlijnen opgesteld voor de maximale duur tot de operatie. De onderzoekers concluderen dat het tijd is voor één uniforme richtlijn voor de wachttijd tot de operatie, die wereldwijd gehanteerd wordt. “Op basis van de resultaten uit het onderzoek stellen wij voor om in alle onderzoeken en richtlijnen de datum van het pathologisch bewijs voor kanker als beginpunt van de wachttijd te gebruiken en de start van de behandeling als eindpunt”, aldus dr. Gerrit Slooter, oncologisch chirurg bij Máxima MC.

Wachttijd goed benutten

De onderzoekers hebben in de literatuur tevens gezocht hoe lang of kort de wachttijd zou moeten zijn om geen risico te lopen ten aanzien van de overleving. “In ieder geval leidt een wachttijd niet tot een grotere kans op uitzaaiingen, grotere tumor of slechtere overlevingskansen. De Nederlandse richtlijn zegt dat patiënten binnen zeven weken moeten zijn gestart met een behandeling (de Treeknorm) dat lijkt dus zeker verantwoord. In de praktijk is dit vaak vijf weken”, vertelt arts-onderzoeker Charlotte Molenaar.

Fitter

“Deze periode van vijf weken benutten we in MMC om de conditie van een patiënt te verbeteren met prehabilitatie”, vertelt Slooter. “Het is namelijk belangrijker om een patiënt goed voor te bereiden op een operatie dan sneller te opereren. Met het prehabilitatie-programma van drie tot vier weken worden patiënten fit gemaakt vóór hun operatie. Dat leidt tot minder complicaties, een korter verblijf in het ziekenhuis, een betere kwaliteit van leven en een besparing in de zorgkosten.”

Bron: Máxima MC

Referentie: ‘Contradictory guidelines for colorectal cancer treatment intervals’, The Lancet Oncology

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Zorgverleners slaan handen ineen tegen handel in recept­medicatie

Een nieuw protocol helpt voorschrijvers om handel van receptmedicatie bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Marleen Horsting en Lennart Wasmoeth lichten de achtergrond hiervan toe. “Op straat wordt pregabaline ook wel ‘madame courage’ genoemd.”

‘Er is zoveel ervarings­kennis onder genees­kunde­student­en, zonde om die niet te gebruiken’

Geneeskundestudenten met een chronische ziekte hebben ervaring als patiënt en weten hoe het is om met een aandoening te leven. Het programma ‘Medische dubbeltalenten’ zet die ervaringskennis in het onderwijs in. Dubbeltalent Soete Meertens vertelt.

Chronische pijn anders bekeken

Oud-huisarts Henk van der Veen stelt dat chronische pijn niet onverklaarbaar is, maar verkeerd wordt beoordeeld. “Patiënten kunnen hun pijn meestal heel precies aanwijzen. Maar artsen doen daar te weinig mee.”

Casus: vrouw met aanhoudende benauwd­heid ondanks inhalatie­medicatie

Een 32-jarige vrouw met astma vanaf de kinderleeftijd wordt verwezen naar de longarts vanwege persisterende benauwdheid en een drukkend gevoel op de borst, ondanks stapsgewijze ophoging van de inhalatiemedicatie. Wat is uw diagnose?

‘In Bloesem werken onderzoekers uit de wijk en van de universiteit nauw samen’

Onderzoek in aandachtswijken is vaak complex, mede doordat bewoners amper worden bereikt. In project Bloesem in de Haagse wijk Moerwijk doen ze het anders, vertelt Nienke Slagboom. “Hier maken bewoners zelf deel uit van het onderzoeksteam.”

Casus: man wordt wakker met knijpend gevoel op de borst

Een 55-jarige man wordt ’s ochtends wakker met een knijpend gevoel op de borst. Zes weken geleden heeft hij COVID-19 gehad. Ook is hij in het verleden behandeld met nivolumab vanwege een niet-kleincellig longcarcinoom. Wat is uw diagnose?

Als de arts nep blijkt: medische misleiding met deepfakes

Steeds vaker duiken deepfakevideo’s op waarin artsen medicijnen aanprijzen. Leonie Hulstein noemt dit een zorgwekkende ontwikkeling. “Dit gaat over gezondheid. Dat maakt het gevaarlijker dan andere vormen van nepcontent.”

Medicatie belangrijke oorzaak van bezoek aan de spoedeisende hulp

Bij 17% van de SEH-bezoeken zonder opname speelt medicatie een rol, en meer dan een derde daarvan is vermijdbaar, zo vertelt Rehana Rahman. “De herkenning van deze bezoeken zou verbeteren als er een apotheker zou meekijken op de SEH.”

Casus: schoonmaker met branderige huiduitslag

Een 46-jarige schoonmaker van Iraakse afkomst heeft sinds ruim één jaar last van een branderige, jeukende huiduitslag op vooral zijn armen en benen. Eerdere antimycotische behandelingen hebben geen effect gehad. Wat is uw diagnose?

‘Leren reanimeren doe je altijd voor een ander, nooit voor jezelf’

Burgerhulpverleners starten in Nederland het merendeel van de reanimaties bij een hartstilstand, maar hun aantal is nog onvoldoende. Leonie van der Leest: “Zorgverleners kunnen mensen hierop attenderen: leer reanimeren, je redt er mensenlevens mee.”