Log in om uw persoonlijke bookmarks op te kunnen slaan.
‘Wij willen dat openbaar apothekers veertig jaar lang met plezier werken’
Onderwijsexpert en niet-praktiserend apotheker Marnix Westein, werkzaam bij het Charlotte Jacobs Instituut van apothekersorganisatie KNMP, wil dat apothekers zich optimaal kunnen ontwikkelen, zodat ze plezier in hun werk hebben. Een goede specialisatie tot openbaar apotheker in een fijne, passende werkomgeving is daarvoor onontbeerlijk. Hij deed onderzoek naar werkplekgericht leren bij apothekers en zag daarbij kansen voor verbetering – verbeteringen die inmiddels ook zijn doorgevoerd.
Apothekers die pas zijn afgestudeerd en aan de slag gaan in een apotheek, specialiseren zich in de regel tot openbaar apotheker. Onder begeleiding van een ervaren openbaar apotheker doorlopen ze de vervolgopleiding openbare farmacie. Vervolgens worden ze ingeschreven in het specialistenregister van openbaar apothekers en zijn ze in staat om zelfstandig een apotheek te leiden. De afdeling Opleidingen van de KNMP, het Charlotte Jacobs Instituut – vernoemd naar de eerste vrouwelijke apotheker, de oudere zus van de eerste vrouwelijke arts Aletta Jacobs – verzorgt deze opleiding. In de loop van de jaren is deze opleiding behoorlijk geëvolueerd en bijgesteld. Die veranderingen zijn precies waarnaar Westein onderzoek deed aan de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit Amsterdam en waarop hij op 2 april 2025 promoveerde.

“We hadden niet goed in beeld hoe de begeleidende apothekers vormgaven aan de opleiding”
Onderwijsexpert en niet-praktiserend apotheker Marnix Westein
Niet goed in beeld
Volgens Westein heeft het werkplekgericht leren een aantal belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt. Een kantelpunt hierin was 2012. “Voor die tijd bestond er voor pas afgestudeerde apothekers de zogeheten ‘registratiefase’. De eerste twee jaar van hun carrière in de apotheek moesten apothekers elke maand een centrale nascholing volgen en daarbij behorende opdrachten in de apotheek uitvoeren. Maar we hadden niet goed in beeld hoe de begeleidende apothekers, de opleiders, vormgaven aan de opleiding.” Vanaf 2012 is de vervolgopleiding vernieuwd, waarbij de opleiders aan bepaalde eisen moesten gaan voldoen, vertelt Westein. “We wilden een kwaliteitsslag maken, die er uiteindelijk ook toe heeft geleid dat in 2016 het ministerie van VWS het beroep van de openbaar apotheker officieel heeft erkend als specialisme. Uit een van mijn onderzoeken bleek dat apothekers in opleiding over het algemeen positief waren over hun begeleider en de manier waarop ze in de apotheek konden werken aan hun opleiding.”
“Uit mijn onderzoek bleek dat opleiders zich in een spagaat bevonden”
Spagaat
Desalniettemin was de tijd rijp om het onderwijs te herzien, stelt Westein. “Het beroep van de openbaar apotheker was veranderd, maar niet alleen dat: uit mijn onderzoek kwam naar voren dat de opleiders zich in een spagaat bevonden. Ze moesten hun jonge collega in opleiding tegelijkertijd begeleiden én beoordelen. Dat zorgde ervoor dat ze in de praktijk weleens een hogere score bij een beoordeling gaven om de apotheker in opleiding tot specialist (aios) niet te demotiveren.” Dat systeem van begeleiding én beoordeling door één persoon is inmiddels verlaten. Nu leveren aiossen aan het einde van jaar één en twee een portfolio van hun leertraject in ter beoordeling bij een landelijke portfoliocommissie die bestaat uit zes ervaren opleiders. “Dit geeft een meer objectief beeld”, meent Westein. “Daarnaast krijgen ze begeleiding van een tutor, een docent die verbonden is aan het Charlotte Jacobs Instituut. Die tutor kijkt óók naar het portfolio en geeft daar feedback op. De begeleiding door een tutor zorgt ervoor dat eerder duidelijk wordt of de ontwikkeling van de aios volgens planning verloopt en of er bijstelling nodig is. Overigens komt het maar zelden voor dat iemand uiteindelijk afhaakt.”
“Graag spreek ik mijn waardering uit voor alle opleiders”
Beschrijvende feedback
De nieuwe herzieningen hadden ook gevolgen voor de begeleiders, zegt Westein. “Voor hen hebben we de scholing en ondersteuning verder uitgebreid, bijvoorbeeld met intervisiebijeenkomsten en een regionale adviseur die hen vanuit de KNMP ondersteunt bij het vormgeven van de opleiding. Belangrijk is ook dat de opleiders de ontwikkeling van hun aios nog maar heel beperkt hoeven te scoren. In plaats daarvan kunnen ze op beschrijvende wijze feedback geven om zo ontwikkeling van de competenties te stimuleren. En ik wil ook graag mijn waardering uitspreken voor alle opleiders: zij hebben een heel belangrijke rol, petje af dat ze daarvoor in hun drukke werk tijd voor vrij willen maken!”
Veertig jaar
Resumerend stelt Westein dat zijn onderzoek heeft bijgedragen aan een aantal verbeteringen van het onderwijs, zoals hierboven geschetst. “Hét doel hiervan is om te zorgen dat aiossen maximaal worden gestimuleerd om hun competenties te ontwikkelen – denk aan vaardigheden op het gebied van leiderschap, communicatie, professionaliteit en samenwerking – om zo een goede openbaar apotheker te zijn die veel plezier heeft in zijn of haar werk. Wij willen eraan bijdragen dat openbaar apothekers veertig jaar lang een leuk vak hebben!”
Referentie: Westein MPD. Training and Assessment in Workplace-based Community Pharmacy: Creating Foundations and Nurturing Progress. Utrecht: Utrecht University, 2025.


