DOQ

‘Wild Westen dreigt op markt voor middelen tegen veroudering’

De zucht naar onsterfelijkheid is van alle tijden. Maar als het aan bigtechmiljardairs in Silicon Valley ligt, komt met de ontdekking van een silver bullet voor veroudering een einde aan dat verlangen. Zij pompen daar veel geld in wetenschappelijk onderzoek naar veroudering en het tegengaan ervan. Klinisch geriater in het Radboudumc Marcel Olde Rikkert waakt voor de gevaren en de snelheid waarmee vermeende levenselixers, zoals rapalogen, op de markt komen. “Er dreigt een Wild Westen te ontstaan.”

Samen met vooraanstaande Amerikaanse en Canadese onderzoekers schreef Olde Rikkert in Nature Aging onlangs een kritisch stuk over middelen tegen veroudering. “Vanwege de enorme potentie van deze middelen wordt gauw voorbijgegaan aan de mogelijke risico’s ervan. En die zijn er zonder twijfel, zeker op de lange termijn. Alleen blijven de langetermijnrisico’s onopgemerkt in kortlopende trials. Bovendien worden steeds meer medicijnen versneld goedgekeurd. Dit huidige evidence-based regelgevingskader is niet toegerust op middelen tegen veroudering.”

“In mijn optiek begint veroudering pas vanaf de volwassen leeftijd”

Klinisch geriater Marcel Olde Rikkert

Veroudering

In tegenstelling tot de meeste chronische ziekten is veroudering geen afzonderlijke pathologie van één orgaan of orgaanstelsel. Maar wat is veroudering dan wel? “Daarover zijn de geleerden het niet eens”, zegt Olde Rikkert. “Een oude definitie van veroudering is de toename van de sterftekans nadat de eerste jaren na de geboorte zijn doorstaan. Die opvatting vind ik te beperkt en negatief. In mijn optiek begint veroudering pas vanaf de volwassen leeftijd, wanneer het menselijk lichaam niet meer investeert in groei en ontwikkeling, maar zich moet aanpassen aan de geleidelijke opeenstapeling van schade.”

Verouderingsmechanismen

“Die schade is een afspiegeling van veroudering en kent vele vormen”, gaat Olde Rikkert verder. “Op celniveau onderscheiden we twaalf verouderingsmechanismen, waaronder DNA-schade en schade door mitochondriale disfunctie, oxidatieve stress, inflammatie en telomeerverkorting. Een deel van die schade kan aanvankelijk worden gerepareerd, maar gaandeweg het leven hoopt de schade zich op. Bij de meeste mensen verloopt dat proces langzaam, bij sommigen niet – afhankelijk van genen, leefstijl en omgeving. De sleutel tot gezond en plezierig ouder worden ligt niet zozeer in het vermijden van schade, want dat is onmogelijk, maar juist in de manier waarop lichaam en geest met de schade omgaan.”

“Net als rapamycine zullen ook deze rapalogen via influencers en aantrekkelijke websites gepromoot en vermarkt worden”

‘Geroscience’-hypothese

Een relatief nieuwe theorie is de zogenoemde ‘geroscience’-hypothese, die stelt dat een klein aantal moleculen centraal staat in het ontstaan en de reparatie van schade. Olde Rikkert: “Door de activiteit van deze moleculen te herstellen tot hun vroegere niveau, zou je verouderingsmechanismen positief kunnen beïnvloeden. Tegelijkertijd verlaag je daarmee het risico op ouderdomsziekten van alle organen waar deze biologische mechanismen een rol spelen. Dus één medicijn tegen bijvoorbeeld artrose, dementie én hartfalen.”

Kopje onder

Een van die moleculen is mTOR, het aangrijpingspunt van de afweeronderdrukkende stof rapamycine. Bij muizen zorgde toediening van die stof voor een 25% langere overleving, met als gevolg: een snelgroeiende interesse in rapamycine. “In hun enthousiasme vergeten mensen echter dat rapamycine wordt gebruikt om orgaanafstoting na een niertransplantatie te voorkomen bij patiënten die ciclosporine niet verdragen. Het is dus geen paracetamolletje”, waarschuwt Olde Rikkert. “Er is een reeks van rapamycine-achtige stoffen op komst. Net als rapamycine zullen ook deze rapalogen via influencers en aantrekkelijke websites gepromoot en vermarkt worden, zonder zicht op de balans tussen de voor- en nadelen op de lange termijn. Zo dreigen we kopje onder te gaan door de hype rond middelen tegen veroudering.”

“Monitor de activiteit van mTOR en andere moleculen bij mensen met een gezonde leefstijl en omgeving”

Aanbevelingen

Olde Rikkert en zijn medeauteurs doen in hun artikel acht aanbevelingen om middelen tegen veroudering op een doordachte manier te ontwikkelen en te testen. “Onze belangrijkste aanbeveling is om de activiteit van mTOR en andere moleculen te monitoren bij mensen met een gezonde leefstijl en omgeving. Op die manier kom je te weten wat er met deze moleculen gebeurt in een optimaal verouderend systeem. Daar kunnen nieuwe geneesmiddelen dan op inspelen. Een andere belangrijke aanbeveling is om in het onderzoek niet te focussen op het aantal jaren dat iemand leeft (‘lifespan’), maar op het aantal jaren waarin iemand in goede gezondheid verkeert (‘healthspan’). Want vrijwel niemand van 80 wil 130 jaar oud worden. Mensen willen vooral beter in staat zijn om te doen waar ze zin in hebben. Kortom: voeg leven toe aan de jaren, niet jaren aan het leven.”

Referentie: Cohen AA, Beard JR, Ferrucci L, et al. Balancing the promise and risks of geroscience interventions. Nat Aging. 2025;5:4-8.

Lees meer over:


Voor u geselecteerde artikelen

Als oorlog de zorg op de proef stelt

Bij een grootschalig conflict zullen ook Nederlandse ziekenhuizen grote aantallen gewonde militairen moeten opvangen. Traumachirurg en militair Eelco Huizinga vertelt wat dat van de zorg kan vragen. “Als zorgprofessional moet je je afvragen: wat wordt er van mij verwacht?”

Wacht niet tot de patiënt zich uitspreekt

Patiënten lijken tegenwoordig mondiger dan ooit. Maar vijftig jaar onderzoek laat een ander beeld zien. Mondigheid blijkt bovendien niet alleen iets van de patiënt: ook de zorgverlener bepaalt hoeveel ruimte een patiënt krijgt, stelt Sandra van Dulmen.

Casus: vrouw met pijn op de borst na kankerdiagnose

Een 73-jarige vrouw bezoekt de Spoedeisende Hulp vanwege misselijkheid, kortademigheid en acute pijn op de borst. Een paar dagen ervoor kreeg zij te horen dat zij waarschijnlijk uitgezaaide alvleesklierkanker heeft. Wat is uw diagnose?

Gebrek aan samenwerking remt inzet van AI in de zorg

Veel AI-toepassingen voor de zorg bereiken de werkvloer niet. Sara Ben Hmido onderzocht welke barrières implementatie in de weg staan en legt uit waarom samenwerking vanaf het begin cruciaal is. “Als AI-ontwikkelaar moet je vanaf het begin optrekken met zorgverleners.”

Casus: vrouw met symptomatisch galsteenlijden zonder cholecystitis

Een 41-jarige vrouw bezoekt de SEH vanwege buikpijn. Echografie van het abdomen toont een dunwandige galblaas gevuld met concrementen en verwijde galwegen. De radioloog concludeert dat er sprake is van choledocholithiasis zonder cholecystitis. Wat is uw beleid?

Voorkom aangeleerde hulpe­­loosheid: laat zorgprofessionals zelf met oplos­­singen komen

Als zorgprofessionals herhaaldelijk ervaren dat hun inbreng niets verandert, kunnen ze stoppen met meedenken. Kjeld Aij legt uit hoe kleine verbeteringen en meer invloed op de werkvloer aangeleerde hulpeloosheid kunnen voorkomen. “Er is bijna altijd enige invloed, hoe klein ook.”

Op het spoor van een intoxicatie

Volgens SEH-arts en toxicoloog Femke Gresnigt ontbreekt een intoxicatie nog te vaak in de differentiaaldiagnose. “Soms denken we daar pas aan als andere oorzaken zijn uitgesloten. Dan kan er al kostbare tijd verloren zijn gegaan.”

Casus: progressieve kortademigheid na embolisatie van een varicocele

Een 36-jarige man presenteert zich op de SEH met toenemende kortademigheid, hoesten, algehele malaise en koorts. Negen dagen ervoor heeft hij een endovasculaire embolisatie met cyanoacrylaat ondergaan vanwege een symptomatische varicocele. Wat is uw diagnose?

Meer halen uit bestaande medicijnen

Een verminderde nierfunctie betekende lange tijd dat pemetrexed geen behandeloptie was. Rob ter Heine en Nikki Bleijs-de Rouw onderzochten hoe dit toch veilig kan worden ingezet en lieten zien hoeveel winst te behalen valt met onderzoek naar bestaande geneesmiddelen.

Resistente schimmels: het ondergeschoven kindje in het gezondheidsdebat

Resistente schimmels vormen een groeiend maar nog onderbelicht gezondheidsrisico, waarschuwt Paul Verweij. Een internationale aanpak is hierbij nodig. “Tot vijf jaar geleden kenden wij Candida auris niet eens, nu verspreidt deze zich wereldwijd.”