Witte bloedcellen als biomarkers voor chronische reumatische aandoeningen

mm
Koen Scheerders
Redactioneel,
1 juni 2020

Witte bloedcellen kunnen een rol spelen als biomarkers bij de behandeling van reuscel-arteritis en polymyalgia reumatica. Dat is de conclusie van Yannick van Sleen, die recent succesvol zijn proefschrift verdedigde bij de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens Van Sleen en zijn collega’s kan de soort en hoeveelheid witte bloedcellen al vroeg in het ziekteproces worden gezien als klinische biomarker. 

Reuscel-arteritis (RCA) en polymyalgia rheumatica (PMR) zijn chronische, vaak overlappende aandoeningen waarbij ontstekingen ontstaan in slagaders en gewrichten. Ze kunnen leiden tot symptomen zoals hoofdpijn en gewrichtspijn, maar kunnen ook ernstige complicaties tot gevolg hebben, zoals blindheid en aneurysmata. De standaardtherapie voor RCA en PMR is een langdurige behandeling met prednisolon. Dit middel onderdrukt het afweersysteem, maar veroorzaakt daardoor ernstige bijwerkingen. Omdat het nog onduidelijk is hoe RCA en PMR ontstaan, onderzocht Van Sleen de rol van macrofagen en monocyten. Deze komen bij RCA en PMR in grote aantallen voor. Die kennis kan leiden tot nieuwe behandelmethoden.  

(bron: iStock)

Verschuiving 

Van Sleen en zijn collega’s maten bij RCA- en PMR-patiënten de samenstelling van witte bloedcellen in het bloed. Dat deden ze voor, tijdens en na behandeling met prednisolon. De onderzoekers zagen bij de patiënten een ‘myeloïde verschuiving’: zij hadden meer monocyten en neutrofielen, maar minder B- en NK-cellen in het bloed. Die bevinding wordt geassocieerd met een verouderd immuunsysteem, dat mogelijk wijst op een sluimerend ontstekingsproces dat voorafgaat aan het ontstaan van RCA en PMR. Dit ontstekingsproces onder de oppervlakte bevestigen de onderzoekers; zij vonden biomarkers van systemische ontsteking, macrofagen en angiogenese in het bloed van RCA-patiënten. Een prednisolonbehandeling had een sterk onderdrukkend effect op veel van die biomarkers. 

Heterogene macrofagen 

De onderzoekers ontdekten daarnaast verschillen tussen de macrofagen in het weefsel op basis van hun locaties. Van Sleen verklaart die heterogeniteit door de lokale aan- of afwezigheid van groeifactoren. Dat is een mogelijk aanknopingspunt voor nieuwe therapieën zoals het gericht uitschakelen van macrofagen, waardoor minder weefseldestructie plaatsvindt. Bovendien zouden onderzoekers de macrofagen dankzij hun heterogeniteit kunnen volgen met PET-CT-scans. Dat geeft meer inzicht in de ontwikkeling van het ziekteproces. 

Klinische implicaties 

Van Sleen en zijn collega’s denken dat andere onderzoekers die inzichten kunnen gebruiken voor het ontwikkelen van nieuwe therapieën. Hun onderzoek laat zien dat de hoeveelheid witte bloedcellen al vroeg in het ziekteproces kan worden gezien als klinische biomarker, specifiek voor RCA en PMR. Dat kan actieve ziekte en opflakkering van weefselontsteking eerder aantonen. Zo leidt het onderzoek van Van Sleen en zijn collega’s uiteindelijk tot gerichtere therapieën en daarmee het voorkomen van complicaties. Maar daarvoor is nog wel vervolgonderzoek nodig. 

Klik hier voor het proefschrift van Yannick van Sleen https://www.rug.nl/about-ug/latest-news/events/promoties/?hfId=119461 

, , , ,
Deel dit artikel